opgave 1Opgave 1 Hartfoto’s
Tegenwoordig maakt men hartfoto’s met
een zogenaamde gammacamera. Een
gammacamera heeft een film die gevoelig
is voor γ -straling. Enige tijd voordat de foto
figuur 1

gemaakt wordt, spuit men bij de patiënt
een oplossing van kaliumchloride in. Een
deel van het kalium bestaat uit de isotoop
K-43 dat als tracer dienst doet. Kalium, dus
ook K-43, wordt beter opgenomen door
goed werkende hartspieren dan door slecht
werkende hartspieren.
In figuur 1 is links een opname te zien van
een goed werkende hartspier en rechts een
opname van een slecht werkende hartspier.
In tabel 1 staan gegevens van twee isotopen, kalium-43 en thallium-201.
tabel 1 Isotoop Soort straling en energie Halveringstijd
K-43 β - (830 keV) γ (619 keV) (uur) 22
Tl-201 – γ (135 keV) 72
Naast γ -straling wordt door de isotoop K-43 ook β -straling uitgezonden.
13p
■ Geef de vergelijking van dit β -verval.
In een periode van 66 uur na het inspuiten is een bepaald percentage van het isotoop
K-43 vervallen.
23p
■ Bereken dit percentage.
Voor hartonderzoek gebruikt men tegenwoordig de isotoop Tl-201. Zie tabel 1.
Tl-201 wordt even goed door het hart opgenomen als K-43.
34p
■ Noem één voordeel en één nadeel van het gebruik van de Tl-isotoop ten opzichte van de
K-isotoop. Geef zowel bij het voordeel als bij het nadeel een toelichting.


















































