opgave 1Opgave 1 Marathonloper
Tijdens hardlopen ‘verbranden’ de spieren
figuur 1
voedingsstoffen en zetten de energie die
daarbij vrijkomt om in arbeid en warmte.
Uit onderzoek blijkt dat een goed getrainde
marathonloper (zie figuur 1) op deze manier
per seconde 1,50 kJ omzet in 0,30 kJ arbeid
en 1,20 kJ warmte. Deze energieomzetting is
in figuur 2 schematisch getekend.
warmte
13pBereken het rendement waarmee de spieren van deze marathonloper energie uit voedsel
omzetten in arbeid.
Voor de verbranding van voedsel is zuurstof nodig. Om te bepalen dat bij deze atleet tijdens
het hardlopen per seconde 1,50 kJ door verbranding vrijkomt, meet men de hoeveelheid
zuurstof die zijn lichaam dan opneemt. Bij deze atleet is dat 4,36 liter per minuut.
23pBereken de hoeveelheid energie die bij een zuurstofopname van 1,00 liter door verbranding
vrijkomt.
De normale lichaamstemperatuur van de atleet is 36,9 o C. Door de warmte die vrijkomt,
loopt zijn lichaamstemperatuur op naar 39,5 o C. Het blijkt dat een marathonloper bij deze
lichaamstemperatuur optimaal presteert. Door in te lopen (de warming up) zorgt de atleet
ervoor dat zijn temperatuur al bij de start 39,5 o C is.
De (gemiddelde) soortelijke warmte van het lichaam is 3,47·103 J kg−1 K−1 .
De massa van de atleet is 74,8 kg.
34pBereken de tijd, in minuten, die hij minimaal moet inlopen.
Tijdens het lopen blijft zijn lichaamstemperatuur 39,5 o C. De geproduceerde warmte wordt
dan (vrijwel) geheel afgevoerd door het verdampen van zweet. Voor het verdampen van
1,0 kg zweet is 2,3·106 J nodig.
De atleet loopt de marathon in 2 uur en 10 minuten.
43pBereken de hoeveelheid vocht die hij tijdens de marathon moet drinken om het vochtverlies
door zweten te compenseren.
opgave 2Opgave 2 Dagelijks vers uit het cyclotron
artikel Lees Dagelijks het artikel. vers uit het cyclotron
Aan de rand van de universiteit van Eindhoven gaat een nieuwe deeltjes-
versneller radioactieve stoffen maken voor ziekenhuizen in heel Europa.
Bij de productie van kortlevende radioactieve preparaten geldt: wat vandaag
gemaakt wordt, moet vandaag ook de deur uit. Jodium-123 (jood-123), dat
gebruikt wordt bij diagnostisch onderzoek, vervalt vrij snel. Om binnen enkele
dagen een bruikbaar preparaat in Athene te krijgen, moet in Eindhoven vele
malen de benodigde hoeveelheid radioactieve stof worden aangemaakt.
Bij de productie van jodium-123 worden protonen gebruikt. Deze komen met grote
snelheid uit een deeltjesversneller, een zogenaamd cyclotron. De versneller staat
achter muren van 2,5 meter dik beton. Het stralingsniveau buiten de muren is
daardoor nergens hoger dan de natuurlijke achtergrondstraling.
naar de Volkskrant, 10 mei 2003
Men gebruikt radioactief jodium-123 bij onderzoek aan de schildkier. Na toediening van
deze stof aan de patiënt verzamelt het zich in de schildklier. Bij het verval van jodium-123
komt γ -straling vrij. Buiten het lichaam van de patiënt wordt met een γ -camera gemeten hoe
de radioactieve stof zich in de schildklier heeft verspreid.
52pLeg uit waarom men dit onderzoek alleen kan doen met een stof die γ -straling uitzendt.
Een andere stof die voor dit type onderzoek in aanmerking komt, is jodium-131 (131 I).
Een nadeel van deze stof is dat het naast γ -straling ook β -straling uitzendt.
63pGeef de vervalvergelijking van jodium-131.
Ook om een andere reden heeft jodium-123 de voorkeur boven jodium-131.
Stel dat aan de ene patiënt een hoeveelheid jodium-123 wordt toegediend en aan een andere
een hoeveelheid jodium-131 met dezelfde activiteit.
72pLeg uit waarom jodium-131 schadelijker is voor de patiënt dan jodium-123. Laat daarbij de
β -straling die jodium-131 uitzendt buiten beschouwing.
Tussen de aanmaak van het jodium-123 in Eindhoven en het gebruik ervan in Athene
verloopt enige tijd. Omdat de activiteit van het preparaat afneemt, mag die tijd niet te groot
zijn.
83pBereken de tijd die mag verstrijken zodat de activiteit bij gebruik 8,0 maal zo klein is als bij
aanmaak.
De muur van 2,5 m beton die om het cyclotron staat, dient vooral om de neutronen tegen te houden
die bij sommige kernreacties vrijkomen. Om de stralingsbelasting van de vrijkomende γ -straling
op een aanvaardbaar niveau te krijgen, is een muur met een dikte van 2,5 m namelijk nogal
overdreven.
De halveringsdikte van beton voor de γ -straling die bij de aanmaak van jodium-123
vrijkomt, is 2,0 cm.
93pBereken hoe dik de muur moet zijn om minder dan 0,10% van deze γ -straling door te laten.
opgave 3Opgave 3 Hybride auto
Vriendelijk zijn voor het milieu kan volgens de auto-industrie nu ook mét een auto.
Daarvoor is de zogenaamde hybride auto ontwikkeld. Deze heeft twee motoren: een
elektromotor en een benzinemotor. Afhankelijk van de situatie werkt soms één van de twee
motoren of werken ze allebei.
Als de hybride auto remt, wordt zijn kinetische energie helemaal omgezet in elektrische
energie die aan de accu wordt toegevoerd.
Tijdens een bepaalde rit door de stad moet de auto 15 keer stoppen. Iedere keer neemt de
snelheid van de auto af van 50 km/h tot 0 km/h. De massa van de auto is 1,3 ⋅ 103 kg.
103pBereken hoeveel elektrische energie tijdens deze rit aan de accu wordt toegevoerd.
Omdat hij energie terugwint, zet de hybride auto met een hoog rendement chemische
energie (uit benzine) om in nuttige arbeid.
Tijdens een testrit van 4,0 uur heeft de auto 20 liter benzine verbruikt met een rendement
van 37%. Bij de verbranding van 1,0 liter benzine komt 33·106 J vrij.
113pBereken de nuttige arbeid die de auto per seconde heeft verricht tijdens deze rit.
Het Europees Parlement heeft voor 2005 als richtlijn bepaald dat de uitstoot van CO2 bij
nieuwe auto’s maximaal 120 gram per gereden kilometer mag zijn.
Als de hybride auto in het stadsverkeer een volle tank van 50 liter leeg rijdt, wordt in totaal
93 kg CO2 uitgestoten. In het stadsverkeer verbruikt de auto 5,5 liter benzine per 100 km.
123pGa met een berekening na of de hybride auto aan de Europese richtlijn voldoet.
Bij een constante snelheid van 100 km/h heeft de hybride auto een nuttig vermogen
van 20 kW.
133pBereken de wrijvingskracht op de auto bij deze snelheid.
De hier beschreven hybride auto had een voorganger die niet erg snel optrok. Bij de nieuwe
hybride auto is dat aanzienlijk verbeterd: van 0 tot 100 km/h in 10,4 s.
142pBereken de gemiddelde versnelling waarmee de nieuwe auto optrekt.
152pNoem twee maatregelen die de fabrikant kan hebben toegepast om de nieuwe auto sneller te
laten optrekken.
opgave 4Opgave 4 Dimmer
Om een lampje te dimmen, maakt Linda de
schakeling die in figuur 3 schematisch is
afgebeeld. Op de uitwerkbijlage staat een foto
van de onderdelen van de schakeling zonder
verbindingsdraden. Zie de figuur op de
uitwerkbijlage.
Als variabele weerstand gebruikt ze een
zogenaamde weerstandsbank. Daarvan kan de
waarde R nauwkeurig worden ingesteld.
163puitwerkbijlageTeken in de foto op de uitwerkbijlage de
verbindingsdraden zodat de schakeling van figuur 3 ontstaat. Je hoeft geen rekening te
houden met de plus- en minpool van de meters.
Als de waarde R van de weerstandsbank gelijk is aan 0 Ω brandt het lampje normaal.
Als Linda R vergroot, gaat het lampje zwakker branden. Van haar metingen maakt zij twee
grafieken. In figuur 4 is de spanning UL over het lampje als functie van de waarde R van de
weerstandsbank getekend. In figuur 5 is de stroomsterkte I door het lampje als functie van R
getekend.
figuur 4 7
De weerstand van het lampje noemen we RL .
173pBepaal de grootte van RL als het lampje niet gedimd is.
Linda weet uit de theorie dat de weerstand van een lampje toeneemt als zijn temperatuur
stijgt.
184pLeg uit of haar meetresultaten hiermee in overeenstemming zijn.
193pLinda maakt ook de grafiek van het elektrisch
vermogen PL van het lampje als functie van
de waarde R van de weerstandsbank. Zie
figuur 6.
Controleer voor R = 6,0 Ω of de grafiek van
figuur 6 in overeenstemming is met de
grafieken van figuur 4 en 5.
Uit figuur 6 blijkt dat het elektrisch vermogen
van het lampje in ongedimde toestand 2,8 W
is. De spanningsbron levert dan dus ook een
vermogen van 2,8 W.
Linda dimt het lampje door R op 6,0 Ω in te
stellen.
Ze vraagt zich af of op deze manier energie bespaard wordt, dus of het vermogen dat de
spanningsbron dan levert kleiner is dan 2,8 W.
204pBepaal de hoeveelheid warmte die per seconde in de weerstand R wordt ontwikkeld en
beantwoord de vraag van Linda.
opgave 5Opgave 5 Patiëntenlift
Om patiënten op te tillen, kan een patiëntenlift worden gebruikt. Zie figuur 7.
In figuur 8 is de lift schematisch getekend in twee standen.
De lift tilt een patiënt met een massa van 85 kg in 33 seconde 120 cm omhoog.
212pBereken de gemiddelde snelheid waarmee de patiënt omhoog gaat.
224pBereken het (gemiddelde) vermogen dat de lift moet leveren voor het tillen van de patiënt.
Verwaarloos wrijvingskrachten.
In de patiëntenlift zit een elektromotor die op een oplaadbare accu werkt. De accu kan in
totaal 0,082 kWh elektrische energie leveren. Tijdens het tillen is het elektrisch vermogen
van de motor 180 W. Het tillen van een patiënt duurt gemiddeld 30 s.
234pBereken hoeveel keer een patiënt kan worden opgetild voordat de accu leeg is.
245puitwerkbijlageIn figuur 9 is de patiëntenlift nogmaals
getekend met de hefstang in de hoogste stand. figuur 9
De tekening is op schaal.
Punt S is het draaipunt van de hefstang.
Neem aan dat er een patiënt in de lift zit met
een massa van 78 kg. De werklijn van de
zwaartekracht op de patiënt is gestippeld
weergegeven. De hefstang wordt omhoog
gehouden door kracht F .
De massa van de hefstang mag worden
verwaarloosd.
Figuur 9 staat ook op de uitwerkbijlage.
Bepaal met behulp van de figuur op de
uitwerkbijlage de grootte van kracht F .
Als de accu leeg raakt, wordt de spanning tussen de polen van de accu kleiner.
Wanneer deze spanning onder een bepaalde waarde komt, moet er automatisch een
waarschuwingslampje gaan knipperen.
Op de uitwerkbijlage is een begin gemaakt met de schakeling die daar voor zorgt.
253puitwerkbijlageTeken in de rechthoek in de figuur op de uitwerkbijlage de ontbrekende verwerkers en
verbindingen.
Vanaf het moment dat het waarschuwingslampje begint te knipperen, kan de patiëntenlift
nog even worden gebruikt om het tillen te voltooien. Daarna stopt de lift.
Om dit automatisch te laten gebeuren, is de schakeling uitgebreid. Zie figuur 10.
Om de lift te laten werken, moet de bedieningsknop steeds zijn ingedrukt.
De schakeling is zo ontworpen dat aan de volgende eisen is voldaan:
- Wanneer de accuspanning kleiner wordt dan Uref begint het lampje te knipperen. Daarvoor
zorgt het bovenste deel van de schakeling. (Voor het vervolg van deze vraag is het niet
van belang of je in de grijze rechthoek de juiste verwerkers hebt aangebracht.)
- Wanneer het lampje begint te knipperen, kan de lift nog 32 seconde doorgaan met tillen.
- Wanneer het lampje 32 seconde heeft geknipperd, stopt de patiëntenlift, zelfs als de
bedieningsknop is ingedrukt.
- Wanneer de accu is opgeladen, werkt de lift weer normaal.
265pLeg met behulp van de signalen op de in- en uitgang van de verwerkers buiten de grijze
rechthoek uit dat:
• de lift stopt wanneer de teller op 32 staat,
• de lift weer normaal werkt wanneer de accu is opgeladen.
Einde