tjoefie

natuurkunde havo 2012 · tijdvak 2

A4-weergave

opgave 1Opgave 1 Parasaurolophus

Hoewel er van dinosauriërs vrij veel bekend
figuur 1
11p
is, weten we van de meeste dino’s weinig over
het geluid dat ze maakten.
Een uitzondering hierop is de Parasaurolophus.
Deze dino was in het bezit van een grote hoorn
boven op de schedel. Zie figuur 1.
Deze hoorn diende als klankkast om het geluid te
versterken.
Op welk natuurkundig verschijnsel is dit
gebaseerd?
Bij een volwassen mannetje is de hoorn 1,8 m
lang. Eén uiteinde van deze hoorn is open, het
andere uiteinde is gesloten. De luchttemperatuur
in de hoorn is 20 °C .
figuur bij de opgave
23p
Toon met een berekening aan dat de grondtoon die de dino met deze hoorn kon
laten horen een frequentie had van 48 Hz .
Onderzoek heeft uitgewezen dat een mannelijke Parasaurolophus een toon kon
produceren met een frequentie van 2,4·102 Hz . Dit is een boventoon van de
grondtoon van 48 Hz .
33p
Beredeneer of dit de eerste, de tweede, de derde, de vierde of de vijfde
boventoon is.
De vrouwelijke Parasaurolophus had ook een hoorn. Deze hoorn was korter dan
die van een mannelijk exemplaar.
figuur 2
figuur 2
figuur 2
hoorn vrouwelijke Parasaurolophus
42p
Leg uit of de grondtoon van een vrouwelijke Parasaurolophus hoger, lager of
even hoog was als die van een mannelijk dier.
De dieren communiceerden met elkaar over grote afstanden. Het geluid dat zij
daarbij maakten, passeerde veel bomen. Als een boom smaller is dan de
golflengte van het geproduceerde geluid, kan het geluid de boom passeren.
53p
Beredeneer of voor deze dieren de grondtoon of juist de boventonen het meest
geschikt waren om in bossen te communiceren.

opgave 2Opgave 2 RTO

Vliegtuigen worden
figuur 1
regelmatig onderworpen
aan zware testen. Een
voorbeeld van zo’n test is
de Rejected Take Off
(RTO).
Tijdens een RTO versnelt
een vliegtuig tot de
snelheid die nodig is om
op te stijgen. Daarna
wordt er zo hard mogelijk
figuur bij de opgave
geremd. Tijdens deze noodstop worden de remmen soms zó heet dat ze in
brand kunnen vliegen. Zie figuur 1.
In figuur 2 is het ( v,t )-diagram van een RTO-test gegeven.
figuur 2
figuur 2
In de eerste vier seconden is de versnelling van het vliegtuig constant.
63p
Bepaal deze versnelling.
De test is uitgevoerd op een baan met een lengte van 4,00 km.
73p
Leg met behulp van het ( v,t )-diagram uit dat deze baan lang genoeg is voor
deze test.
Het vliegtuig heeft een massa van 5,9 ⋅ 105 kg. De maximale kinetische energie
van het vliegtuig is 2,4 ⋅ 109 J.
82p
Toon dit aan.
De motoren gebruiken kerosine als brandstof. Bij verbranding levert 1,0 m3
kerosine 35,5 ⋅ 109 J. Het rendement van de motoren is 40% .
93p
Bereken hoeveel liter kerosine de motoren minimaal nodig hebben om het
vliegtuig tot de maximale snelheid te versnellen.
Het vliegtuig heeft 20 wielen; ieder wiel heeft één rem.
104p
Bepaal met behulp van de wet van arbeid en kinetische energie de remkracht
die één wiel uitoefent tijdens het afremmen. Gebruik hiervoor ook figuur 2.
Op de uitwerkbijlage staan drie zinnen over het afremmen van het vliegtuig.
115puitwerkbijlage
Maak op de uitwerkbijlage elke zin compleet.

opgave 3Opgave 3 Gloeilamp van Edison

122puitwerkbijlage
Thomas Alva Edison was een Amerikaanse
uitvinder en zakenman, die uitvindingen opkocht
en de octrooien dan op zijn naam vastlegde.
Zo is bekend dat Edison niet de uitvinder is van
de gloeilamp, maar dat hij wel zelf gloeilampen
heeft gebouwd.
Om zijn gloeilamp bekend te maken liet hij op
oudejaarsavond 1879 rondom Menlo Park in
New Jersey tientallen gloeilampen branden als
feestversiering. Snel daarna werd zijn gloeilamp
een commercieel succes en begon de
grootschalige serieproductie.
Op de uitwerkbijlage staat een zin over een
gloeilamp.
Maak op de uitwerkbijlage de zin compleet door
figuur bij de opgave
de juiste grootheden in te vullen.
Op de uitwerkbijlage is de octrooiaanvraag uit 1880 van de gloeilamp van
Edison te zien. Hij gebruikte in zijn gloeilamp een verkoolde bamboevezel als
gloeidraad.
In de octrooiaanvraag staan drie figuren:
figuur 1: een tekening van de hele gloeilamp;
figuur 2: een tekening van de bamboe gloeidraad (cc’) voordat hij tot een
spiraal gewikkeld werd;
figuur 3: een tekening van de gloeidraad als spiraal gewikkeld.
De lengte van de gloeidraad is op ware grootte getekend. De doorsnede van de
gloeidraad waar de stroom doorheen gaat is 2,0 ⋅ 103 mm2 . De weerstand van
de gloeidraad is 1,0 k Ω .
134puitwerkbijlage
Bepaal met behulp van de uitwerkbijlage de soortelijke weerstand van de
verkoolde bamboevezel.
De lamp wordt aangesloten op een spanningsbron. We vergelijken de
stroomsterkte door de gloeidraad vlak na het inschakelen van de lamp met de
stroomsterkte door de gloeidraad als de lamp al een tijdje brandt.
Een verkoolde bamboevezel heeft dezelfde eigenschappen als een
NTC-weerstand.
143p
Is de stroomsterkte door de gloeidraad het grootst bij het inschakelen of als de
lamp al een tijdje brandt? Licht je antwoord toe.
Edison maakte in 1880 een lamp van 16 W die 1500 uur kon branden.
153p
Bereken de totale elektrische energie in J die de lamp dan heeft gebruikt.
Als de gloeidraad doorbrandt, is dat op de plek waar de gloeidraad dun is
geworden.
163p
Leg uit dat op die plek de warmteontwikkeling per seconde het grootst is.
Gebruik in je antwoord P = I2 R .

opgave 4Opgave 4 Rubbia-centrale

Kernfysicus Carlo Rubbia heeft in 1993 een ontwerp gemaakt voor een nieuw
type kerncentrale. Nieuw aan deze centrale is dat de gebruikte splijtstof
uranium- 233 is.
Kernen van uranium- 233 splijten als ze een neutron invangen. Hierbij ontstaan
twee nieuwe kernen en enkele neutronen. De kernen die ontstaan en het aantal
neutronen dat vrijkomt, kunnen per reactie verschillend zijn.
Bij één zo’n splijting wordt xenon- 138 gevormd en komen er drie neutronen vrij.
173p
Geef de reactievergelijking van deze splijting. (N.B. Niet alle isotopen in deze
reactie staan in Binas.)
In het prototype van de centrale wordt de energie die in de reactor vrijkomt met
een rendement van 36% omgezet in elektrische energie. De centrale wekt een
elektrisch vermogen op van 100 MW .
Bij splijting van een uranium- 233 -kern is het (gemiddelde) massadefect 0,22 u .
185p
Bereken het aantal splijtingen per seconde in de Rubbia-centrale.
Als in een kerncentrale het aantal splijtingen per seconde constant is, zegt men
dat de kettingreactie kritiek is. Dat wil zeggen dat van de neutronen die bij een
splijting vrijkomen gemiddeld één neutron een nieuwe splijting veroorzaakt. In
dat geval is de zo genoemde vermenigvuldigingsfactor k gelijk aan 1 .
Als k > 1 is spreekt men van een overkritieke kettingreactie en als k < 1 is van
een onderkritieke kettingreactie. Deze drie situaties zijn weergegeven in figuur
1.
figuur 1
figuur 1
192p
Leg uit waarom een situatie met k > 1 gevaarlijk is.
Een kenmerkende eigenschap van de Rubbia-
centrale is dat de kettingreactie die er
plaatsvindt onderkritiek is.
Daardoor is deze centrale veiliger dan een
gewone kerncentrale.
In het kader hiernaast staan enkele gegevens
over de Rubbia-centrale.
202p
Bepaal met behulp van deze gegevens de
vermenigvuldigingsfactor k van de
kettingreactie in de Rubbia-centrale.
Om het aantal splijtingen toch op een constant niveau te houden moeten extra
neutronen worden toegevoerd. Die neutronen maakt men door lood te
beschieten met protonen. Het lood is in vloeibare vorm als koelmiddel in de
reactor aanwezig en de protonen worden met behulp van een versneller naar
binnen geschoten.
Het vermogen van de versneller moet veel kleiner zijn dan het vermogen van de
centrale.
212p
Leg uit waarom.

opgave 5Opgave 5 Automatisch dakraam

Sommige auto’s hebben een
dakraam dat automatisch opent en
sluit afhankelijk van de temperatuur
in de auto. Het dakraam gaat ook
dicht als het regent.
figuur bij de opgave
De temperatuur in de auto
figuur 1
223p
wordt gemeten met een
temperatuursensor. Voor
deze temperatuursensor
geldt het ijkdiagram van
figuur 1.
Bepaal de gevoeligheid van
deze sensor bij 18 °C .
Een automatisch systeem
stuurt de motor aan die nodig
is om het dakraam te openen
of te sluiten. Een deel van dit
systeem is getekend op de
uitwerkbijlage.
figuur bij de opgave
Het systeem voldoet aan de volgende eisen:
− Als de temperatuur in de auto 32 °C of hoger wordt, wordt de uitgang bij P
hoog.
− Als de temperatuur in de auto 18 °C of lager wordt, wordt de uitgang bij P
laag.
233puitwerkbijlage
Maak in de figuur op de uitwerkbijlage de schakeling compleet zodat aan
bovengenoemde eisen is voldaan. Geef bij elke comparator aan hoe groot de
referentiespanning moet zijn.
Als het gaat regenen moet het dakraam sluiten, ongeacht de temperatuur
in de auto. De schakeling van vraag 23 wordt daarvoor uitgebreid met een
regensensor die aan een niet beweegbaar deel van het dakraam bevestigd is.
De werking van deze sensor wordt hieronder in stapjes behandeld.
De sensor bevat een LED die IR -licht ( IR -straling) uitzendt. Dit licht valt in op
een grensovergang van glas naar lucht. Het infrarode licht wordt volledig
teruggekaatst in de richting van een infrarood sensor. Zie figuur 2.
figuur 2
figuur 2
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
De golflengte van het infrarode licht is 940 nm .
243p
Bereken de frequentie van het infrarode licht in vacuüm.
Het glas van het dakraam heeft een brekingsindex van 1,48 voor infrarood licht.
253p
Toon met een berekening aan dat het infrarode licht volledig terugkaatst als de
invalshoek op de grensovergang van glas naar lucht gelijk is aan 45 ° .
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
Als het regent, liggen er regendruppels op het dakraam. Een deel van het
infrarode licht wordt dan gebroken, een deel kaatst terug. Zie figuur 3.
In onderstaande figuur staan vier mogelijke stralengangen gegeven voor het
gebroken IR -licht. De brekingsindex van water is kleiner dan de brekingsindex
van glas.
figuur 3
figuur 3
263p
Beredeneer welke stralengang ( A , B , C of D) juist is.
De schakeling van vraag 23 wordt nu uitgebreid met de regensensor.
Op de uitwerkbijlage is een deel van dit nieuwe systeem weergegeven.
De gestippelde rechthoek bevat de schakeling die bij vraag 23 is ontworpen.
Voor het vervolg van deze opgave is het niet van belang of je hierin de juiste
verwerkers hebt aangebracht.
Als al het infrarode licht op de sensor valt, geeft de regensensor een hoog
signaal. Bij minder infrarood licht geeft de regensensor een laag signaal.
De motor die het dakraam bedient, wordt nu aangestuurd door R .
− Als de uitgang bij R hoog wordt, opent het dakraam.
− Als de uitgang bij R laag wordt, sluit het dakraam.
− Het dakraam moet altijd sluiten bij regen.
273puitwerkbijlage
Maak de schakeling op de uitwerkbijlage compleet zodat aan bovenstaande
eisen is voldaan.