tjoefie

natuurkunde havo 2017 · tijdvak 1

A4-weergave

opgave 1Elektrische doorstroomverwarmer

Een elektrische doorstroomverwarmer is
een apparaatje dat in de koudwaterleiding
gemonteerd wordt om koud water op te
warmen.
In een oud type doorstroomverwarmer is een
weerstandsdraad om de waterleiding
gewikkeld. Zie figuur 1.
De weerstandsdraad dient als
verwarmingselement.
In nieuwe types loopt de weerstandsdraad door
de waterleiding heen en wordt direct omspoeld
door het leidingwater. Zie figuur 2.
figuur bij de opgave
figuur 1
figuur 2
wwwaaattteeerrrllleeeiiidddiiinnnggg
waterleiding
Het nieuwe type doorstroomverwarmer (figuur 2) heeft een hoger
rendement dan het oudere type (figuur 1).
11p
Geef hiervoor een natuurkundige reden.
Om de juiste elektrische doorstroomverwarmer te kiezen wordt de
volgende vuistregel gebruikt:
figuur bij de opgave
Het debiet is het aantal liter water dat per minuut door de
doorstroomverwarmer wordt verwarmd.
In een folder van een bepaald type doorstroomverwarmer staan de
volgende technische gegevens:
Technische gegevens 
spanning230 V
maximaal vermogen5000 W
maximaal debiet2,9 L/min
22p
Bereken met behulp van de vuistregel de (minimale) temperatuurstijging
van het water bij gebruik van dit type doorstroomverwarmer bij maximaal
vermogen.
Deze doorstroomverwarmer moet aangesloten worden op een zekering.
Er kan gekozen worden uit zekeringen van 16 A , 20 A , 25 A of 40 A .
33p
Leg met behulp van de technische gegevens uit welke zekering hiervoor
het meest geschikt is en waarom de andere zekeringen niet geschikt zijn.
In de doorstroomverwarmer wordt het vermogen automatisch aangepast
aan de waterbehoefte. In de geïsoleerde kunststof waterleiding zijn
hiervoor vier identieke weerstandsdraden R1 tot en met R4 als
verwarmingselementen gemonteerd. Zie figuur 3 .
figuur 3
230 V R R R R Koud P Q 1 2 3 4 Warm water water Waterleiding
Bij weinig watergebruik is alleen schakelaar P gesloten. Als de vraag naar
water groter is, zijn beide schakelaars P en Q gesloten.
Over deze schakeling staan op de uitwerkbijlage drie zinnen.
42puitwerkbijlage
Omcirkel in elke zin op de uitwerkbijlage het juiste alternatief.
De temperatuur van het uitstromende water zal veranderen als het debiet
verandert.
51p
Welke grafiek geeft bij benadering het verloop van de temperatuur weer
als het debiet verandert?
A B T T debiet debiet C D T T debiet debiet
De weerstandsdraden
figuur 4
bevinden zich ongeïsoleerd
230 V 5,0 cm R 4 15 mm Water
in het water.
Dat lijkt gevaarlijk. De kortst
mogelijke afstand tussen
een weerstandsdraad en de
uitstroomopening met het
aan te raken water is
5,0 cm . De diameter van de
waterkolom in de leiding is
15 mm. Zie schematisch in
figuur 3 en uitvergroot in
figuur 4. Het water heeft een
soortelijke weerstand
van 1,3·105 Ω m .
De weerstand van de vinger wordt verwaarloosd.
64p
Bereken de maximale stroomsterkte die door deze waterkolom gaat lopen.
Aanwijzing: bereken hiervoor eerst de weerstand van deze waterkolom.

opgave 2Molybdeen-99

In Petten staat een kerncentrale waar isotopen voor medische
toepassingen worden geproduceerd. Eén van de belangrijkste producten
is molybdeen- 99 ( Mo-99 ).
Mo-99 wordt geproduceerd door een neutron in de kern van een andere
isotoop te schieten. Op de uitwerkbijlage staat de reactie hiervan deels
weergegeven.
73puitwerkbijlage
Maak de vergelijking van deze reactie op de uitwerkbijlage compleet.
Mo-99 wordt naar ziekenhuizen getransporteerd. Ondertussen vervalt een
deel tot technetium- 99m ( Tc-99m ), dat gebruikt wordt voor medische
behandelingen. Iedere keer als men Tc-99m nodig heeft voor een
behandeling, wordt dit afgescheiden van het molybdeen.
In ziekenhuizen wordt wekelijks een nieuwe voorraad Mo - 99 aangevoerd.
81p
Hoeveel procent van de oorspronkelijke hoeveelheid Mo - 99 is er na een
week nog over?
A minder dan 25%
B tussen 25% en 50%
C tussen 50% en 75%
D meer dan 75%
Tc-99m is metastabiel. Dit betekent dat de protonen en neutronen in de
kern van een Tc-99m atoom zich kunnen herschikken tot een toestand
met een lagere energie. Bij het verval van Tc-99m naar Tc-99 komt een
foton vrij met een energie van 0 , 141 MeV .
94p
Bereken de golflengte van dit foton.
Door deze fotonen is Tc-99m geschikt als tracer.
Een voorwaarde voor een radioactieve tracer is dat de totale dosis voor
de patiënt zo laag mogelijk blijft. Een arts kan voor een behandeling
kiezen uit tracers met verschillende halveringstijden.
In de figuur op de uitwerkbijlage staat het verval in de eerste 12 uur voor
Tc-99m. In de figuur is ook het verval voor twee tracers met andere
halveringstijden weergegeven.
Voor een bepaalde diagnose is 3,0 uur na het toedienen van de
radioactieve tracer ( N = 1,0 · 1012 op t = 0 uur ) een activiteit nodig van
minimaal 2,0 · 107 Bq .
104puitwerkbijlage
Voer de volgende opdrachten uit:
− Bepaal met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage of Tc-99m aan
deze eis voldoet.
− Leg met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage uit waarom er meer
tracer toegediend moet worden bij stoffen met halveringstijden van
60 uur en 0,6 uur om tot dezelfde activiteit te komen 3,0 uur na het
toedienen.
De plaats van de tracer kan worden bepaald door
figuur 1
figuur bij de opgave
twee fotondetectoren p en q rond de patiënt te
plaatsen, zie figuur 1. Deze detectoren meten de
intensiteit van de uitgezonden straling.
De detector meet een lagere intensiteit I van de
straling als de afstand tot de tracer groter is. Het
verband tussen de intensiteit van de straling en
de afstand die deze straling heeft afgelegd in
menselijk weefsel is weergegeven in figuur 2.
figuur 2
I 80 (μW m−2) 70 60 50 40 30 20 10 0 0 8 12 16 20 24 28 s (cm)
111p
Geef een reden voor het afnemen van de intensiteit I als de afstand tot de
tracer toeneemt.
Tijdens een meting worden detectoren p en q tegen de patiënt geschoven.
De afstand tussen p en q is dan 32 cm. In figuur 3 is dit schematisch en
op schaal weergegeven. In de tekening komt 1 cm overeen met 5 cm in
werkelijkheid.
figuur 3
p a b 32 cm c d q
De intensiteit I die detector p meet, is 4 keer zo groot als de intensiteit I
die detector q meet.
Figuren 2 en 3 staan ook op de uitwerkbijlage.
123puitwerkbijlage
Beredeneer met behulp van de figuren op de uitwerkbijlage of de tracer
zich in a , b , c of d bevindt.

opgave 3Road-train

Een ‘road-train’ is een lange
figuur 1
combinatie die bestaat uit
een vrachtwagen met
meerdere aanhangers,
zie figuur 1.
Road-trains worden vooral
veel gebruikt voor de lange
reisafstanden in Australië.
De maximale snelheid voor
− 1
een road-train is 90 km h .
Op de uitwerkbijlage is een
kaart van een deel van
Australië gegeven met
figuur bij de opgave
mogelijke routes voor road-trains.
133puitwerkbijlage
Bepaal met behulp van de kaart op de uitwerkbijlage hoeveel uur een reis
van Port Augusta naar Port Lincoln minstens zal duren.
Een deel van de route gaat over een licht glooiende weg. De hele weg
wordt met een constante snelheid van 90 km h1 afgelegd.
In figuur 2 staat de hoogte van deze weg als functie van de afgelegde
afstand uitgezet.
figuur 2
20 (m) bb 15 dd aa 10 cc 5 0 0 500 1000 1500 2000 2500 s (m)
In deze figuur zijn drie trajecten ab , bc en cd aangegeven. De motor van
een road-train met een massa van 160 ton moet op traject ab meer
vermogen leveren dan op een horizontale weg.
144p
Bereken hoeveel extra vermogen de motor van deze road-train op traject
ab moet leveren.
Op de uitwerkbijlage staan drie beweringen over deze drie trajecten van
de route van de road-train.
152puitwerkbijlage
Geef op de uitwerkbijlage van elke bewering aan of die juist of onjuist is.
Road-trains zijn veel zwaarder dan normale vrachtwagens. In het verkeer
kan dit een groter risico opleveren.
De Australische regering heeft daarom een onderzoek laten uitvoeren
naar verschillen in rijeigenschappen tussen een road-train en een gewone
vrachtwagen op een vlakke weg. In een bepaalde test werden na de
eerste 100 m van een traject de tijd en de snelheid gemeten. De
− 1
beginsnelheid was 0 m s , de versnelling was constant.
In figuur 3 staat een tabel met de resultaten van dit onderzoek. Twee
waarden ontbreken nog in deze tabel.
figuur 3
massa tijd snelheid kracht kinetische (ton) (s) (m s−1) (kN) energie (MJ) vrachtwagen 40 19,2 10,4 22 2,2 road-train 160 28,2 7,09
Een onderzoeker beweerde:
1 De motor van de road-train van 160 ton levert over deze 100 m meer
kracht dan de motor van de vrachtwagen van 40 ton.
2 De road-train van 160 ton heeft na 100 m meer kinetische energie dan
de vrachtwagen van 40 ton.
164puitwerkbijlage
Geef op de uitwerkbijlage aan of deze beweringen juist of onjuist zijn.
Bereken hiervoor eerst de ontbrekende waarden voor de kracht en de
kinetische energie van de road-train van 160 ton.
In een andere test werd er met de twee voertuigen een noodstop gemaakt
vanaf 60 km h1 tot stilstand.
173p
In figuur 4 is het
figuur 4 70 v (km h-1) 60 50 40 111666000 tttooonnn 30 444000 tttooonnn 20 10 0 0 1 2 3 4 5 6 7 8 t (s)
( v,t )-diagram hiervan
weergegeven.
Bepaal met behulp van
figuur 4 het verschil in
remweg tussen de twee
voertuigen.

opgave 4Metaalmoeheid

Soms kan een spaak in een
figuur 1
een de oorzaak spaken in in het gemonteerd, ook wordt krijgt een spaak een MPa (= 190·106 N m−2). De doorsnede van de spaak is
fietswiel plotseling
zie figuur 1. In
onderzoek naar
hiervan, worden
roestvrijstalen
een fietswiel gemonteerd.
Als een spaak
fietswiel wordt
wordt de spaak
gespannen. Dit
voorspannen genoemd.
In dit onderzoek
roestvrijstalen
spanning van 190
2,63 mm2 .
183p
Bereken de spankracht in de voorgespannen spaak.
192p
Bereken de (relatieve) rek van de voorgespannen spaak.
Een spaak kan breken bij een spanning die kleiner is dan de treksterkte
van het metaal. De breuk wordt dan veroorzaakt doordat het metaal is
verzwakt door het afwisselend afnemen en toenemen van de spanning.
Dit verschijnsel wordt metaalmoeheid genoemd.
In figuur 2 is schematisch getekend hoe metaalmoeheid kan optreden in
de spaak van een fietswiel. Door de zwaartekracht Fz op de fiets en de
fietser wordt de spaak afwisselend ingeduwd (links) en uitgerekt (rechts).
figuur 2
F z spaak
spaak F z
In het onderzoek is de spanning in de spaak gemeten tijdens het fietsen.
In figuur 3 zijn de meetresultaten weergegeven.
figuur 3
200 σ (MPa) 190 180 170 160 150 140 130 120 0 0,2 0,4 0,6 0,8 1,0 1,2 1,4 1,6 1,8 2,0 t (s)
Figuur 3 is ook op de uitwerkbijlage weergegeven.
202p
Bepaal met behulp van figuur 3 de frequentie in 3 significante cijfers
waarmee de spanning tijdens het fietsen wisselt.
Bij metaalmoeheid hangt de levensduur van een spaak af van de
spanningsamplitude. A σ 2 − σ
Voor de spanningsamplitude geldt: σ = max
De levensduur N is het aantal wielomwentelingen dat de spaak kan
ondergaan tot hij breekt.
In figuur 4 is het ( σA ,N )-diagram van de spaak in dit onderzoek gegeven.
De horizontale as heeft een niet-lineaire schaalverdeling.
figuur 4
1∙104 401∙2 401∙3 401∙4 501∙2 501∙3 501∙4 601∙2 601∙3 601∙4 1000 σ A (MPa) 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 1∙105 1∙106 1∙107 N
Figuur 4 staat ook op de uitwerkbijlage.
214puitwerkbijlage
Beantwoord de volgende vragen:
− Bepaal met behulp van de figuren op de uitwerkbijlage de
spanningsamplitude van de spaak.
− Leg hiermee uit of deze spaak 1·107 wielomwentelingen kan halen.
Vervolgens wordt de spaak strakker aangespannen. De voorspanning en
de spanningsamplitude worden hierdoor verhoogd. De
spanningsamplitude σA wordt nu 120 MPa .
De diameter van het gebruikte wiel is 70 cm .
223puitwerkbijlage
Bepaal met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage na hoeveel
kilometer de spaak zal breken.

opgave 5Naaldjes rond de aarde

In de tijd van de Koude Oorlog
figuur 1
figuur bij de opgave
droomde het Amerikaanse leger
van communicatiesatellieten in
de ruimte.
Men kwam op het idee om een
kunstmatige ring van kleine koperen
naaldjes rond de aarde te maken.
Via die naaldjes kon er dan met
radiosignalen over grote afstanden
gecommuniceerd worden.
Op 9 mei 1963 werden 480·106 kleine koperen naaldjes in een ring om de
aarde gebracht. Figuur 1 geeft een artist’s impression van deze ring om
de aarde.
Elk cilindervormig naaldje was 1,8 cm lang en had een massa van 40 µg .
De diameter van een mensenhaar is 50 μ m .
233p
Laat met een berekening zien of zo’n naaldje dunner is dan een
mensenhaar.
De lengte van een naaldje was gelijk aan de helft van de golflengte van
de microgolfstraling die voor de communicatie werd gebruikt.
243p
Bereken de frequentie van deze straling.
Als een naaldje door deze straling werd geraakt, ging het als een antenne
werken. Het naaldje zond dan deze straling weer uit.
Het lukte om signalen met 2,0 ⋅ 104 bits per seconde te verzenden via de
naaldjes in de ruimte. Een digitale foto van nu is 5 megabyte ( MB ). In het
dataverkeer is 1 byte gelijk aan 8 bits.
252p
Bereken hoeveel uur het zou duren om een foto van 5 MB via de naaldjes
te verzenden.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
De naaldjes bewogen op 3,70·103 km boven de evenaar in een cirkelbaan
rond de aarde. Voor de snelheid van een naaldje geldt:
M v = G r
Hierin is:
G de gravitatieconstante;
M de massa van de aarde;
r de straal van de cirkelbaan.
Er waren veel naaldjes nodig om gedurende langere tijd signalen te
kunnen versturen. Een enkel naaldje was maar kort binnen bereik van de
zender op aarde. Dit was omdat de omlooptijd van een naaldje om de
aarde korter was dan de tijd Taarde die de aarde nodig heeft voor een
rotatie om haar eigen as.
264p
Bereken de omlooptijd van een naaldje.
De baanstraal en de snelheid van een naaldje werden constant
beschouwd.
272puitwerkbijlage
Omcirkel in elke zin op de uitwerkbijlage het juiste alternatief.
De ring van naaldjes bleef uiteindelijk niet intact.
Inmiddels zijn bijna alle 480·106 naaldjes gelijkmatig verdeeld weer op de
aarde terechtgekomen op een strook die 20% van het aardoppervlak in
beslag neemt. De NASA was van plan om enkele naaldjes te gaan zoeken
om te bestuderen wat het effect van een verblijf in de ruimte geweest is.
Om de haalbaarheid van deze zoektocht te beoordelen was het voor de
NASA belangrijk in te schatten hoeveel naaldjes er per km2 te vinden
zouden zijn.
283p
Bereken hoeveel naaldjes er gemiddeld per km2 terechtgekomen zijn.