opgave 1Walstroom
De Nederlandse marine heeft
een artikel uitgebracht over de
energievoorziening van
marineschepen. In dit artikel wordt
de vergelijking gemaakt tussen
het elektrisch energieverbruik van
een marineschip en dat van
huishoudens. Zie figuur 1. Eén
huishouden gebruikt per jaar gemiddeld 3,5 ∙ 103 kWh .
Uit deze gegevens volgt dat het elektrisch vermogen van het marineschip
1,2 ∙ 106 W is.
13pToon dat aan met een berekening.
Op het marineschip wordt elektriciteit opgewekt met een dieselmotor.
Deze motor verbrandt stookolie en drijft een generator aan.
Het rendement van de dieselmotor is 35% . Het rendement van de
generator is 80% . In figuur 2 is dit met pijlen op schaal weergegeven.
figuur 2
Iedere pijl staat voor een bepaalde soort energie. Deze figuur is ook op de
uitwerkbijlage weergegeven.
22puitwerkbijlageOmcirkel in de tabel op de uitwerkbijlage de juiste energiesoort bij de
gegeven pijlen I , II en III.
De generator van het schip wekt een elektrisch vermogen op van
1,2∙106 W .
35pBereken het volume van de stookolie in m3 dat het schip per 24 uur
gebruikt om elektriciteit op te wekken.
In de haven kan een schip aangesloten worden op de elektriciteit aan
land, de zogenaamde walstroom. De dieselmotor hoeft dan niet te
draaien. Voor een marineschip worden 36 identieke kabels parallel
aangesloten tussen land en schip. Er wordt een spanning gebruikt van
440 V om 1,2∙106 W aan elektrisch vermogen te leveren.
43pBereken de stroomsterkte door één van de 36 kabels.
De Nederlandse marine gebruikt tegenwoordig een nieuwe methode om
schepen aan te sluiten op het elektriciteitsnet in de haven. Ze gebruiken
daarbij een spanning van 6,6 kV en nog maar één hoogspanningskabel.
Deze kabel vervangt alle 36 kabels die eerst nodig waren. Zie figuur 3.
figuur 3
De hoogspanningskabel is 13 m lang. De kabel is gemaakt van koper.
De kabel heeft een doorsnede met een oppervlakte van 25 cm2 .
53pBereken de weerstand van de hoogspanningskabel.
De nieuwe methode van aansluiten heeft veel voordelen. Het schip kan
door minder mensen in kortere tijd aangesloten worden op het
elektriciteitsnet aan wal. Voor de nieuwe kabel is veel minder koper nodig
dan voor de 36 oorspronkelijke kabels. Bovendien is het energieverlies in
de kabel lager.
De dunnere hoogspanningskabel is even lang, maar heeft een veel
grotere weerstand dan de oorspronkelijke 36 kabels parallel samen.
Het elektrisch vermogen van het schip is gelijk gebleven.
62puitwerkbijlageOmcirkel op de uitwerkbijlage in elke zin het juiste alternatief.
opgave 2Wereldrecord blobspringen
In juni 2011 werd het wereldrecord
blobspringen verbeterd door Reto
Zimmerli. Zie de fotomontage in
figuur 1. Voor deze afbeelding zijn
diverse na elkaar gemaakte foto’s
van de recordpoging
samengevoegd tot één beeld.
Zes van deze foto’s zijn ook apart
weergegeven op de uitwerkbijlage.
Links sprong een groep van drie
personen tegelijk van een hoge
toren. Ze landden op het uiteinde
van een met lucht gevulde zak op
het water, de blob. Hierdoor werd Zimmerli, die diep weggezakt in het
andere uiteinde van de blob lag te wachten, de lucht in geschoten.
Van de beweging van de deelnemers aan deze recordpoging is met
behulp van een videometing een ( h,t )-diagram gemaakt. Zie figuur 2. De
hoogte is gemeten ten opzichte van het wateroppervlak.
figuur 2
Tijdens de val ondervindt de groep van drie personen weerstand.
De drie personen die op de blob vallen, raken de blob op t = 1,27 s .
Figuur 2 is ook op de uitwerkbijlage weergegeven.
73puitwerkbijlageBepaal, met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage, de snelheid
waarmee de groep de blob raakt. Geef in deze figuur aan hoe je aan je
antwoord komt.
Als de drie personen op t = 1,27 s de blob raken, begint er in de blob een
drukgolf te bewegen van de groep naar Zimmerli.
Op t = 1,34 s komt de drukgolf bij Zimmerli aan.
83pToon aan of de snelheid waarmee die drukgolf beweegt gelijk is aan de
geluidssnelheid in lucht. Maak daarvoor eerst een beredeneerde schatting
van de afstand waarover de drukgolf reist. Gebruik hierbij figuur 1.
Uit de videometing volgt dat Zimmerli tijdens de lancering door de blob
een gemiddelde versnelling omhoog heeft ondergaan van 1,78∙102 m s−2 .
Zimmerli heeft een massa van 80 kg .
93pBereken de gemiddelde kracht omhoog die de blob tijdens de lancering op
Zimmerli heeft uitgeoefend.
Foto 3 op de uitwerkbijlage toont Zimmerli op weg naar het hoogste punt.
101pGeef aan in welke van de onderstaande tekeningen I, II , III of IV de
krachtvector of de krachtvectoren op Zimmerli in verticale richting op dat
moment juist is of zijn weergeven.
De groep van drie personen met een gezamenlijke massa van 300 kg viel
over een afstand van 9,9 m omlaag . Zimmerli heeft een massa van 80 kg.
113pBereken de hoogte die Zimmerli maximaal had kunnen bereiken als alle
energieverliezen verwaarloosd mogen worden.
De luchtweerstand is niet verwaarloosbaar, waardoor Zimmerli bij deze
recordpoging minder hoog kwam dan de maximale hoogte die hij zou
kunnen bereiken. Op de uitwerkbijlage staan nog drie mogelijke
verklaringen voor het niet bereiken van de maximale hoogte.
122puitwerkbijlageGeef op de uitwerkbijlage van elke verklaring aan of deze juist of onjuist
is.
opgave 3Kookstenen
In de prehistorie kookten mensen water
met behulp van kookstenen. Deze stenen
werden in hete as opgewarmd en daarna in
een eikenhouten pot met koud water
gedaan. Na enige tijd begon het water te
koken. Zie figuur 1.
Archeologen van de Universiteit Leiden
experimenteerden met deze methode. De
stenen die zij gebruikten waren van graniet.
Met behulp van een infrarood-thermometer kon de temperatuur van zo’n
steen in de as bepaald worden omdat een hete steen infraroodstraling
uitzendt. Zie figuur 2.
figuur 2
De temperatuur van de steen i s 384 °C .
133pBereken de golflengte van de straling die het meest door de steen wordt
uitgezonden.
In figuur 3 staat een tabel met een aantal stofeigenschappen van
materialen die in deze opgave een rol spelen.
figuur 3
| | dichtheid | warmtegeleidings- coëfficiënt | soortelijke warmte |
| | 103 kg m−3 | W m−1 K−1 | 103 J kg−1 K−1 |
| g raniet | 2,7 | 3,5 | 0,82 |
| b asalt | 3,0 | 1 | 0,88 |
| e ikenhout | 0,78 | 0,4 | 2,4 |
De steen van graniet heeft een massa van 2,3 kg en een
begintemperatuur van 384 °C . De steen koelt af in het water. Door de
vrijgekomen energie wordt het water verwarmd van 18 °C tot het kookpunt
van 100 °C . Verwaarloos het opwarmen van de houten pot en
warmteverlies naar de omgeving.
144pBereken de massa van het water dat met deze steen tot het kookpunt
verwarmd kan worden.
Het experiment wordt herhaald onder dezelfde omstandigheden. Nu wordt
een kooksteen van basalt gebruikt in plaats van de kooksteen van graniet.
De begintemperatuur van beide kookstenen is even hoog.
152pLeg uit of de kooksteen van basalt zwaarder, lichter of precies even zwaar
moet zijn als de kooksteen van graniet om dezelfde hoeveelheid water te
verwarmen.
De eikenhouten pot met water verliest in werkelijkheid wel warmte aan de
omgeving.
De opwarmtijd van een bepaalde hoeveelheid water zal variëren onder
verschillende omstandigheden. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met
vijf verschillende situaties waarin steeds één omstandigheid verschilt. Alle
overige omstandigheden blijven gelijk.
163pGeef in de tabel bij iedere gegeven situatie met een kruisje aan of de
opwarmtijd langer of korter wordt.
De warmtestroom door de wand van de eikenhouten pot is het grootst als
het water aan de kook is. De archeologen hebben de oppervlakte van de
wand van de pot geschat op 1 ∙ 103 cm2 en de dikte van de wand op 3 cm .
De temperatuur van de buitenlucht is 20 °C .
173pBereken de warmtestroom door de wand van de pot als het water aan de
kook is.
opgave 4Oude horloges
In de jaren ’60 en ’70 kwamen er horloges op de markt waarin nieuwe
technische ontwikkelingen werden toegepast. Eén van de ontwikkelingen
was gericht op de nauwkeurigheid van de horloges. Horloges werkten tot
dan toe mechanisch; de wijzers werden daarbij aangedreven door een
veer. Een horlogemaker kwam in 1960 met de ‘Accutron’, het eerste
elektronische horloge. Het horloge maakte gebruik van een stemvork. Zie
figuren 1 en 2. De harmonische trilling van de stemvork werd gebruikt om
de draaisnelheid van de wijzers te regelen.
181pHoe noemt men de frequentie waarmee de stemvork trilt na het aanslaan?
Op de uitwerkbijlage zie je een oscillogram van de stemvork. Hierin is de
uitwijking uitgezet tegen de tijd. Eén hokje staat voor 1,0 ms .
De mens hoort frequenties tussen 20 Hz en 20 kHz .
193pToon met behulp van het oscillogram aan of de toon van de stemvork in
het hoorbare gebied ligt.
De NASA wilde deze techniek ook gebruiken voor klokken in de
ruimtevaart. Een stemvork kun je beschouwen als een
massa-veersysteem met een bepaalde veerconstante C .
Voor de nauwkeurigheid van de klok is het belangrijk dat de trillingstijd
van de stemvork heel constant is.
202pLeg uit of de NASA voor de stemvork in deze klok rekening moest houden
met een andere trillingstijd in de ruimte dan op aarde.
Een andere nieuwe ontwikkeling
213phad te maken met de afleesbaarheid van
horloges. De wijzers en getallen werden
geverfd met een mengsel van promethium- 147
en zinksulfide zodat deze oplichtten in het
donker. Op de wijzerplaat werd dit
aangegeven met een ℗. Zie figuur 3.
Promethium -147 ( Pm-147 ) is een radioactieve
stof die alleen β -straling uitzendt.
Geef de vergelijking van de vervalreactie van
promethium -147.
De wijzers zenden ook röntgenstraling uit. Deze is niet afkomstig van het
promethium -147 . De behuizing van het horloge is gemaakt van ijzer.
Het ioniserend vermogen van β -straling is groter dan dat van
röntgenstraling. Toch blijkt de röntgenstraling voor (de pols van) de drager
van het horloge een groter risico dan de β -straling.
222pLeg uit hoe dit komt.
De röntgenstraling heeft een energie van 0,05 MeV per foton. De dikte
van het ijzer aan de achterzijde van het horloge is 1,47 mm .
233puitwerkbijlageOmcirkel in de tabel op de uitwerkbijlage hoeveel procent van de
röntgenstraling de achterkant van het horloge doorlaat. Licht je antwoord
toe.
Het deel van de pols dat wordt bestraald door de röntgenstraling heeft
een massa van 75 gram en ontvangt gedurende een jaar gemiddeld
25 röntgenfotonen per seconde. De stralingsweegfactor voor
röntgenstraling is gelijk aan 1 . De jaarlijkse dosislimiet voor ledematen
bedraagt 50 ∙ 10−3 Sv .
245pToon aan of de equivalente dosis als gevolg van het dragen van het
horloge onder deze jaarlijkse dosislimiet blijft.
opgave 5Elysium
In de film ‘Elysium’ uit 2013 is een enorm,
ringvormig ruimtestation te zien waarvan de rand
bewoond wordt. Zie figuur 1.
In deze opgave worden twee waarnemingen uit de
film op natuurkundige juistheid gecontroleerd.
Het ruimtestation ‘Elysium’ draait in een
cirkelbaan rond de aarde. Als de hoogte van
Elysium boven het aardoppervlak bekend is, is het
mogelijk om de baansnelheid van Elysium rond de
aarde uit te rekenen.
251pHoe kun je die baansnelheid uitrekenen?
A door de gravitatiekracht gelijk te stellen aan de middelpuntzoekende
kracht
B door de gravitatiekracht gelijk te stellen aan de zwaartekracht
C door de kinetische energie gelijk te stellen aan de zwaarte-energie
D door de som van de krachten gelijk te stellen aan nul
In de film lijkt het erop dat Elysium zich voortdurend boven hetzelfde punt
van de aarde bevindt. In dat geval zou Elysium zich in de geostationaire
baan moeten bevinden.
Voor de cirkelvormige baan van een object om een planeet geldt:
Hierin is:
− r de straal van de cirkelbaan;
− T de omlooptijd;
− G de gravitatieconstante;
− M de massa van de planeet.
De geostationaire baan bevindt zich op een hoogte van 36 ·103 km boven
het aardoppervlak.
264pToon aan dat die baan geostationair is.
Om te controleren of Elysium in de geostationaire baan zit is een andere
waarneming uit de film te gebruiken. In de film lijkt Elysium vanaf de
aarde gezien even groot als de maan. Dat betekent dat je Elysium en de
maan allebei onder dezelfde hoek α vanaf de aarde ziet. Zie figuur 2.
Deze figuur is niet op schaal.
De diameter van het ruimtestation is 64 ∙ 103 m . De maan heeft een
diameter van 3,5 ∙ 106 m .
figuur 2
272pToon met figuur 2 aan of uit deze waarneming volgt dat Elysium zich in de
geostationaire baan bevindt.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
In een baan om de aarde ervaar je geen normaalkracht; je bent
gewichtloos.
Elysium draait als een wiel met constante baansnelheid om zijn as S . Zie
figuur 1. Een bewoner in de ring ervaart hierdoor wel een normaalkracht
waardoor het lijkt alsof hij op het aardoppervlak staat. Deze
normaalkracht werkt als middelpuntzoekende kracht.
281pGeef aan in welk plaatje I , II , III , IV of V de kracht of de krachten op de
bewoner als gevolg van het draaien van de ring juist is of zijn
weergegeven.
IV V
In de film ervaart een bewoner van de ring van Elysium dezelfde
normaalkracht als hij op het aardoppervlak zou ervaren. Om dat effect te
bereiken zou de rand van Elysium met een baansnelheid van 5,8∙102 m s−1
om S moeten draaien.
In de film is te zien dat Elysium om zijn eigen as draait. In 3,2 s draait het
station over een hoek van 3,0 graden . Na 360 graden draaien heeft
Elysium een volledige omwenteling afgelegd. De straal van Elysium is
32 km .
293pToon met een berekening aan of uit deze waarneming blijkt dat de rand
van Elysium met de benodigde 5,8 ∙ 102 m s−1 draait.
Bronvermelding
Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen
behorende correctievoorschrift, dat na afloop van het examen wordt gepubliceerd.