tjoefie

natuurkunde havo 2022 · tijdvak 2

A4-weergave

opgave 1Straling tijdens vliegen

Hoog in de atmosfeer ontstaan snelle neutronen en gammastraling door
kosmische straling. Hoe hoger iemand zich in de atmosfeer bevindt, hoe
groter de schadelijke invloed van deze straling is. Studenten hebben
daarom onderzoek gedaan naar de ontvangen dosis als gevolg van snelle
neutronen en gammastraling tijdens een vlucht in een vliegtuig.
De wand van een vliegtuig is gemaakt van aluminium met een dikte van
2,2 mm . De gammastraling heeft een frequentie van 2,4·1020 Hz .
14p
Voer de volgende opdrachten uit:
− Bereken de energie van een foton van deze gammastraling in MeV .
− Leg met Binas-tabel 28F of Sciencedata-tabel 5.9 uit of de wand van
een vliegtuig veel bescherming biedt tegen deze straling.
Net als gammastraling hebben de snelle neutronen ioniserende
eigenschappen. Om snelle neutronen te detecteren wordt een zogenaamde
bubbeldetector gebruikt. Dit is een doorzichtige buis gevuld met vloeistof.
Als deze vloeistof wordt geraakt door snelle neutronen ontstaan er bellen in
de vloeistof. Deze bellen blijven aanwezig tot de bellendetector gereset
wordt. Zie figuren 1 en 2.
figuur 1
figuur 2
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
Om de bubbeldetector vóór de vlucht te testen, hebben de studenten hem
naast een bron met Americium- 241 en Beryllium- 9 gelegd. Am-241 is een
alfastraler.
23p
Geef de vergelijking van de vervalreactie van Am-241 .
Beryllium- 9 neemt een alfadeeltje op. Hierbij ontstaan een nieuw deeltje
en een snel neutron. Op de uitwerkbijlage staat een deel van deze reactie
weergegeven.
33puitwerkbijlage
Maak de vergelijking op de uitwerkbijlage af.
Snelle neutronen zijn in staat om door de wand van een vliegtuig te
dringen. De studenten hebben de bubbeldetector meegenomen tijdens de
vlucht om de ontvangen dosis als gevolg van de snelle neutronen te
bepalen.
Een tweede, identieke bubbeldetector is ter controle achtergebleven op
de grond. Beide detectoren zijn direct na de vlucht geanalyseerd. Zie
figuur 3.
figuur 3
figuur 3
In de technische gegevens van de gebruikte bubbeldetectoren staat:
Bij een neutronenergie van 1 MeV ontstaan 3 bubbels per
5,0 ⋅ 108 Gy ontvangen stralingsdosis.
44p
Bepaal met behulp van figuur 3 de extra opgelopen equivalente dosis
door neutronen tijdens de vlucht. Ga hierbij uit van neutronen met een
energie van 1 MeV .

opgave 2Ruimtepuin

Versleten satellieten en brokstukken van gebotste satellieten vliegen als
ruimtepuin rond de aarde. In 2018 heeft een kunstenaar geprobeerd om
mensen bewust te maken van dit ruimtepuin, dat vanaf de aarde
onzichtbaar is. Hij heeft met lasers vanaf de grond de positie van
ruimtepuin op hoogtes tussen 2,0·105 m en 2,0·107 m aangeduid. Zie een
artist’s impression in figuur 1.
figuur 1
figuur 1
In 2009 vond de eerste botsing tussen twee satellieten plaats. Door deze
botsing ontstonden veel brokstukken die nu nog om de aarde cirkelen.
De baansnelheid van een van de satellieten in zijn cirkelbaan voor de
botsing was 7,75·103 m s1 .
55p
Toon met een berekening aan of deze botsing plaatsvond op een hoogte
die de kunstenaar met de lichten heeft aangeduid.
Om botsingen te voorkomen wordt
figuur 2
figuur bij de opgave
tegenwoordig al vóór de lancering van
nieuwe satellieten nagedacht over het
opruimen ervan aan het einde van de
levensduur.
Een mogelijke oplossing voor een
geostationaire satelliet is om hem aan het
einde van zijn leven naar een speciale
baan om de aarde te brengen: de
kerkhofbaan. Zie figuur 2. Deze figuur is
schematisch en niet op schaal.
Voor de overgang van de geostationaire baan naar de kerkhofbaan moet
7,0 MJ arbeid worden verricht. Deze arbeid wordt geleverd door een
stuwraket die brandstof verbrandt met een rendement van 64% . De
brandstof die wordt gebruikt, heeft een stookwaarde van 19,4 ∙ 106 J kg1 .
De orde van grootte van de massa van een kleine satelliet is 100 kg .
65p
Voer de volgende opdrachten uit:
− Bereken hoeveel kilogram brandstof nodig is om de satelliet in de
kerkhofbaan te krijgen.
− Leg uit op basis van deze hoeveelheid of dit een haalbare
mogelijkheid is.
Voor brokstukken die zijn ontstaan na een botsing, is een kerkhofbaan
sowieso geen oplossing. Een voorstel is om dit ruimtepuin op te ruimen
door bestraling met zeer krachtige lasers vanaf de aarde.
Door de bestraling met lasers neemt de snelheid van een brokstuk een
beetje af. Hierdoor komt het dichter bij de aarde en zal het uiteindelijk
door een snelle toename van temperatuur verdampen.
71p
Welke kracht is de directe oorzaak voor deze snelle toename van
temperatuur?
A gravitatiekracht
B luchtweerstandskracht
C middelpuntzoekende kracht
D zwaartekracht
De lasers verrichten arbeid en remmen hierdoor een brokstuk af.
Dergelijke opruimacties zijn al gemodelleerd door wetenschappers, maar
zouden de lasers van de kunstenaar ook krachtig genoeg zijn om een
brokstuk voldoende af te remmen?
De arbeid die deze lasers samen per seconde verrichten op het brokstuk
is 1 ⋅ 102 J. De snelheid van dit brokstuk ( m = 2 kg ) moet worden verlaagd
van 7,6 ∙ 103 m s1 naar 7,5 ∙ 103 m s1 . De lasers raken het brokstuk in totaal
1 minuut .
84p
Leg met behulp van een berekening uit of deze lasers in dat geval genoeg
arbeid verrichten om het brokstuk voldoende af te remmen.

opgave 3Kreukelzone

Inzittenden van een auto worden tijdens een botsing onder andere
beschermd door kreukelzones. Jeroen wil het effect van een kreukelzone
tijdens een botsing onderzoeken door een karretje van een helling te laten
rijden en tegen een zelfgemaakte krachtsensor te laten botsen. Met een
afstandssensor bepaalt hij de plaats van het karretje op de baan tijdens
een botsproef. Zie figuur 1.
figuur 1
figuur 1
Deel 1: de krachtsensor
Jeroen wil controleren wat de krachtsensor aangeeft voor krachten tot
25 N . Jeroen heeft 25 gewichten van 50 gram . Om tot 25 N te kunnen
controleren gebruikt Jeroen een hefboom met draaipunt D waarmee hij
met een staafje op de krachtsensor op tafel drukt. Hij kan hier twee
verschillende opstellingen ( I of II) voor gebruiken. Zie figuur 2. De massa
van de hefboom en het staafje mogen verwaarloosd worden.
figuur 2
figuur 2
93p
Leg met de hefboomwet uit welke opstelling ( I of II) Jeroen moet
gebruiken.
De krachtsensor zelf bestaat uit een
figuur 3
2
serieschakeling van een krachtgevoelige
weerstand R1 en een ohmse weerstand R
van 5,6 k Ω . De weerstand van R1
verandert als er een grotere of kleinere
kracht op wordt uitgeoefend.
De spanningsbron levert 5,0 V . Zie
figuur 3.
Jeroen heeft het verband tussen de spanning over R2 (de zogenaamde
sensorspanning Usensor ) en de kracht F op de sensor bepaald. Dit is
weergegeven in figuur 4.
figuur 4
figuur 4
104p
Bepaal de grootte van de krachtgevoelige weerstand R1 bij een kracht van
15 N .
Als er geen kracht op de krachtsensor werkt, geeft deze sensor toch al
een beginspanning U0 die groter is dan 0 V.
112puitwerkbijlage
Omcirkel op de uitwerkbijlage in elke zin het juiste antwoord.
Deel 2: de botsproef
Als het karretje in rust tegen de sensor staat, constateert Jeroen dat de
krachtsensor al een bepaalde spanning UA geeft die groter is dan U0 . Hij
concludeert dat dat komt doordat het karretje op een helling staat.
Zie figuur 5. De rolweerstandskracht wordt verwaarloosd.
figuur 5
figuur 5
Het karretje heeft een massa van 0,26 kg .
Figuur 5 staat ook op de uitwerkbijlage. De zwaartekracht Fz is op schaal
ingetekend. In deze situatie is de kracht F op de sensor even groot als de
component van Fz parallel aan de helling.
125puitwerkbijlage
Voer de volgende opdrachten uit:
− Construeer in de figuur op de uitwerkbijlage deze component van Fz .
− Bepaal de grootte van UA met behulp van figuur 4.
Jeroen test de opstelling. Hij laat het karretje ( m = 0,26 kg) van de helling
rijden en tegen de krachtsensor botsen. Van deze test maakt hij een
( x,t )-diagram. Dit ( x,t )-diagram staat op de uitwerkbijlage.
134puitwerkbijlage
Bepaal met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage de maximale
kinetische energie van het karretje tijdens deze test. Geef in de figuur aan
hoe je aan je antwoord komt. Noteer je antwoord in twee significante
cijfers.
Vervolgens voert Jeroen vanaf andere hoogtes twee vergelijkbare
botsproeven uit. Hij laat het karretje naar beneden rijden en tegen de
krachtsensor botsen. Eén keer botst het karretje direct tegen de sensor.
Daarna botst het met een vervormbaar luciferdoosje als kreukelzone
tussen het karretje en de krachtsensor. Zie figuur 6. De massa van het
luciferdoosje is verwaarloosbaar.
figuur 6
figuur 6
Van beide botsproeven maakt Jeroen een ( F , x ) -diagram. Hierin is x de
plek van het karretje op de baan. Deze diagrammen staan vereenvoudigd
op de uitwerkbijlage. De oppervlakte onder iedere grafiek is de arbeid die
de krachtsensor heeft verricht om het karretje af te remmen.
Jeroen constateert dat de kreukelzone tijdens de botsing een deel van de
energie van het karretje heeft geabsorbeerd. Beide botsingen vinden met
dezelfde snelheid plaats.
143puitwerkbijlage
Bepaal met behulp van de diagrammen op de uitwerkbijlage de energie
die de kreukelzone tijdens de botsing heeft geabsorbeerd. Noteer je
antwoord in drie significante cijfers.
Jeroen trekt naar aanleiding van zijn onderzoek een aantal conclusies
over grootheden die kunnen veranderen door het gebruik van een
kreukelzone. Deze conclusies staan op de uitwerkbijlage.
152p
Geef per conclusie met een kruisje aan of deze juist of onjuist is.

opgave 4Ocarina

Een ocarina is een blaasinstrument dat bestaat uit een romp en een hals.
De ocarina wordt aangeblazen door de hals. In de romp zitten diverse
gaten die tijdens het spelen met de vingers kunnen worden afgesloten om
verschillende tonen te maken. Zie figuren 1 en 2.
figuur 1
figuur 2
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
Met de ocarina wordt een toon gespeeld. In figuur 3 staat het oscillogram
van deze toon.
figuur 3
figuur 3
162p
Bepaal met behulp van figuur 3 de frequentie van deze toon. Noteer je
antwoord in twee significante cijfers.
Een ocarina produceert op een bijzondere manier geluid: hij werkt als een
massa-veersysteem. In figuur 4 is een vereenvoudigd model van dit
systeem van de ocarina uit figuur 1 weergegeven.
figuur 4
figuur 4
De lucht in de hals heeft een massa ( m ). Deze massa wordt als constant
beschouwd. De lucht in de hals trilt op en neer. Door de op- en
neergaande beweging van de luchtmassa in de hals, werkt de lucht in de
romp als een soort veer met veerconstante C die samengedrukt en
uitgerekt wordt.
De ocarina brengt een bepaalde toon voort met een trillingstijd van
2,5 ∙ 103 s . De lucht in de hals van de ocarina in figuur 1 heeft een volume
van 1,9 ∙ 105 m3 .
173p
Bereken de grootte van de veerconstante C die uit het model volgt.
Noteer het antwoord in het juiste aantal significante cijfers.
Voor de ocarina geldt dat de golflengte van het geluid altijd even groot als
of groter dan de lengte van het instrument zal zijn.
184p
Voer de volgende opdrachten uit:
− Maak met behulp van figuur 2 een beredeneerde schatting van de
frequentie die deze ocarina produceert als de golflengte gelijk is aan
de lengte van het instrument.
− Beredeneer of dit de hoogste of de laagste frequentie is die deze
ocarina kan produceren.
Voor de trillingstijd T van een toon die een ocarina produceert, geldt:
Vd T k A
(1)
Hierin is:
A de totale oppervlakte van de (niet-afgesloten) gaten;
d de wanddikte van de ocarina;
V het volume van de romp;
k een constante.
Een ocarina wordt gemaakt van klei. Nadat de klei is gedroogd, wordt de
ocarina verder afgebakken in een oven. Tijdens het afbakken wordt het
volume van de romp van de ocarina iets kleiner en wordt de toon van de
ocarina anders dan wanneer deze volumeverandering niet zou
plaatsvinden. De wanddikte blijft bij benadering constant. Om na het
bakken de juiste toonhoogte te krijgen, moet men een gat kleiner maken
met klei of groter slijpen.
194p
Voer de volgende opdrachten uit:
− Beredeneer met behulp van formule (1) of de toon van een ocarina
door de volumeverandering tijdens het afbakken hoger of lager wordt.
− Beredeneer of na het bakken een gat groter of kleiner moet worden
gemaakt om de oorspronkelijke toonhoogte terug te krijgen.

opgave 5Koffiepercolator

Een percolator is een apparaat dat in
figuur 1
één keer een grote hoeveelheid koffie
kan zetten en kan warmhouden.
Een percolator wordt met een
verlengsnoer aangesloten op een
stopcontact. Zie figuur 1.
Wanneer het verlengsnoer bij gebruik
niet volledig is afgerold, ontstaat er
brandgevaar bij overbelasting. Op het
verlengsnoer is aangegeven hoeveel
stroom er maximaal door de kabel mag
lopen wanneer hij opgerold of afgerold
wordt gebruikt. Zie figuur 2.
figuur bij de opgave
figuur 2
figuur 2
Het vermogen van de koffiepercolator is tijdens het koffiezetten 1,5 kW .
De koffiepercolator werkt op 230 V .
203p
Toon met een berekening aan of het snoer moet worden afgerold voor
gebruik.
In figuur 3 is het ( T,t )-diagram weergegeven van de koffie in een
percolator.
figuur 3
figuur 3
Tijdens fase I wordt de koffie gezet. Er wordt koffie gezet met 3,0 L water.
De stofeigenschappen van koffie zijn gelijk aan die van water. Gedurende
het koffiezetten is het vermogen van de koffiepercolator 1,5 kW .
214p
Bepaal met behulp van figuur 3 het rendement van het verwarmen van het
water in de koffiepercolator tijdens fase I . Noteer je antwoord in twee
significante cijfers.
De percolator staat warmte af aan de omgeving. Het energieverlies per
seconde aan de omgeving wordt P verlies genoemd. Zodra de koffie een
temperatuur van 94 °C heeft bereikt is hij klaar en schakelt het apparaat
over op een lager elektrisch vermogen om de koffie warm te houden. Dit
is fase II in figuur 3.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel over figuur 3.
222p
Geef in de tabel voor drie tijdstippen met een kruisje aan of P elektrisch groter
is dan, even groot is als of kleiner is dan P verlies .
De verwarming van de percolator bestaat uit drie weerstanden R1 , R2 en
R3 . In figuur 4 is het schakelschema weergegeven van het systeem dat
gebruikt wordt.
figuur 4
figuur 4
Gedurende fase I is een groot vermogen ingeschakeld om te verwarmen.
Gedurende fase II is een klein vermogen ingeschakeld om warm te
houden. Het omschakelen van fase I naar fase II gebeurt door een
(temperatuurgestuurde) schakelaar S.
233p
Voer de volgende opdrachten uit:
− Leg met behulp van de stroomsterkte uit of voor een groot elektrisch
vermogen een grote of kleine totale weerstand nodig is.
− Geef aan of de schakelaar tijdens fase I open of gesloten moet zijn.
De ketel van deze percolator is gemaakt van enkelwandig massief
roestvrij staal. De fabrikant levert ook een percolator met een dubbele
wand van roestvrij staal. De holle ruimte tussen de binnenwand en de
buitenwand is vacuüm gemaakt.
241p
Geef aan welke vorm van warmtetransport naar de buitenlucht wel
volledig wordt tegengehouden door een holle wand met vacuüm, maar
niet door een massieve wand van roestvrij staal.
Bronvermelding
Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen
behorende correctievoorschrift, dat na afloop van het examen wordt gepubliceerd.