tjoefie

natuurkunde havo 2022 · tijdvak 3

A4-weergave

opgave 1Superaarde?

Astronomen zijn voortdurend op zoek naar planeten bij andere sterren
dan de zon. Deze zogenaamde exoplaneten zijn niet zichtbaar met een
telescoop. Ze kunnen ontdekt worden door een tijd lang de lichtsterkte
van een ster te meten. Als deze lichtsterkte niet constant is, dan kan dat
veroorzaakt worden door een exoplaneet die voor de ster langs beweegt
en daarbij het licht van de ster gedeeltelijk tegenhoudt. Zie figuur 1. Deze
figuur is niet op schaal.
figuur 1
figuur 1
Zo is bij de ster met de naam GJ1214 een exoplaneet ontdekt die de
naam GJ1214b heeft gekregen. Er zijn veel verschillende soorten
exoplaneten. Astronomen proberen exoplaneten te ordenen op basis van
een aantal kenmerken. Zo kan ingeschat worden of een exoplaneet op de
aarde lijkt en of er misschien leven mogelijk is. In figuur 2 staan enkele
gegevens van exoplaneet GJ1214b.
figuur 2
Exoplaneet GJ1214b 
massa6,50 ∙ Maarde
straal2,76 ∙ raarde
omlooptijd rond ster37,92 uur
De temperatuur aan het oppervlak van de ster is te bepalen door te meten
aan het uitgezonden licht van de ster. Uit deze metingen blijkt dat de
golflengte met de grootste intensiteit ( λmax ) ligt tussen 9,2 ⋅ 107 m en
9,9 ⋅ 107 m.
13p
Bereken de hoogste temperatuur die het oppervlak van ster GJ1214 kan
hebben volgens deze metingen.
Door het deels afdekken van het zichtbare oppervlak van de ster neemt
de waargenomen lichtsterkte af. In figuur 3 is de gemeten lichtsterkte van
de ster uitgezet tegen de tijd. Met behulp van deze figuur is de omlooptijd
van de exoplaneet rond de ster te bepalen. In de figuur staan vier pijlen.
figuur 3
figuur 3
21p
Welke pijl komt overeen met de omlooptijd van de planeet om de ster?
A pijl A
B pijl B
C pijl C
D pijl D
De oppervlakte van het cirkelvormige aanzicht van de ster is
6,487 ∙ 1016 m2 . Uit de diepte van het dal in de lichtsterkte-metingen blijkt
dat 1,50% hiervan is afgedekt door het cirkelvormige aanzicht van de
planeet. Hiermee konden astronomen berekenen dat de straal van deze
planeet 2,76 keer zo groot is als de straal van de aarde
( raarde = 6,371 ⋅ 106 m ).
33p
Toon dit met een berekening aan.
Om een exoplaneet te kunnen vergelijken met de aarde wordt onder
andere de valversnelling g aan het oppervlak van die planeet bepaald.
Deze valversnelling hangt af van de massa ( M ) en de straal ( r ) van de
planeet.
44p
Voer de volgende opdrachten uit:
figuur bij de opgave
− Bereken de grootte van g voor de planeet GJ1214b. Geef je antwoord
in drie significante cijfers.
Astronomen zijn op zoek naar exoplaneten die lijken op de rotsachtige
aarde. Als de massa en de straal van de planeet GJ1214b bekend zijn,
kan de dichtheid van die planeet worden berekend en vergeleken met die
van de aarde.
51p
Hoe groot is de dichtheid van planeet GJ1214b vergeleken met die van de
aarde? Gebruik figuur 2.

opgave 6E ρ GJ1214b = (2,766,503 )⋅ρaarde

Astronomen proberen exoplaneten in te delen op basis van hun
kenmerken. Uit de bepaling van de dichtheid volgde dat planeet GJ1214b
een rotsachtige samenstelling heeft. Een rotsachtige planeet krijgt de
indeling ‘superaarde’ als de massa groter is dan de massa van de aarde,
maar kleiner dan de massa van de planeet Uranus.
63p
Leg met behulp van een berekening, figuur 2 en het informatieboek uit of
planeet GJ1214b een superaarde is.

opgave 7Concertharp

Een concertharp is een snaarinstrument.
figuur 1
72puitwerkbijlage
83p
Zie figuur 1. Na aanslaan van een snaar
ontstaan er golven in de snaar en in de lucht.
Geef in de tabel op de uitwerkbijlage voor elk
van deze golven met een kruisje aan of deze
voornamelijk transversaal of voornamelijk
longitudinaal zijn.
Een snaar wordt aangeslagen. De lengte van
deze snaar is 37,9 cm . De snaar produceert
een staande golf met een grondtoon van
440 Hz .
Bereken de golfsnelheid in de snaar.
Bijzonder aan een concertharp is het grote
aantal snaren. Zie figuur 1. Iedere snaar kan
figuur bij de opgave
trillen met een grondtoon en (een veelvoud aan) boventonen.
Op de uitwerkbijlage is een snaar getekend.
92p
Geef met letters langs de snaar het patroon van knopen (K) en buiken (B)
aan als deze snaar trilt in de tweede boventoon.
Als bij een concertharp een
figuur 2
101p
figuur bij de opgave
snaar wordt aangeslagen
ontstaan staande golven. In
figuur 2 is een aangeslagen
snaar getekend in de uiterste
stand.
Welk patroon toont de stand van
de snaar een kwart trillingstijd
later?
A patroon A
B patroon B
C patroon C
D patroon D
Een concertharp heeft pedalen. Door het intrappen van een pedaal
verdraait een wieltje en worden er twee pinnen tegen de snaar gedrukt.
Zie figuur 3 en schematisch in figuur 4.
figuur 3
figuur 4
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
De golfsnelheid in de snaar wordt als constant beschouwd.
112p
Leg uit of de grondtoon door het intrappen van het pedaal lager of hoger
gaat klinken.
Er wordt een andere snaar aangeslagen. Van de trilling is een oscillogram
gemaakt. Zie figuur 5. De tijd is ingesteld op 2,0 ms per hokje.
figuur 5
figuur 5
124p
Voer de volgende opdrachten uit:
− Bepaal de frequentie van de grondtoon van deze trilling. Geef je
antwoord in twee significante cijfers.
− Leg met behulp van het oscillogram uit of het geluid van deze snaar
ook boventonen bevat.

opgave 8Wielrennen met een motor

Tijdens wielrenwedstrijden is hulp van een motor verboden. Tijdens een
wedstrijd kan zo’n motor voor tijdwinst zorgen. In 2016 werd voor het
eerst een racefiets ontdekt met een verboden motor in het frame.
De motor werkt op elektrische energie. Een deel van deze energie wordt
door de motor gebruikt om arbeid te verrichten.
In figuur 1 is in een diagram weergegeven wat de motor aan elektrisch
vermogen ( P elektrisch ) krijgt en aan arbeid per seconde (mechanisch
vermogen P mechanisch ) verricht. Deze figuur is niet op schaal.
figuur 1
figuur 1
Een bij wielrenners bekende heuvel is de Cauberg. Deze heuvel heeft een
hoogteverschil van 64 m .
Een wielrenner van 80 kg levert zelf een vermogen van 4,0 ∙ 102 W tijdens
de beklimming van de Cauberg. De motor levert continu een extra
mechanisch vermogen van 1,4 ∙ 102 W . Zie figuur 1. Alle wrijving wordt
verwaarloosd.
134p
Bereken de tijdwinst die de motor op deze klim oplevert. Geef je antwoord
in twee significante cijfers.
De motor heeft een elektrisch vermogen van 2,0 ∙ 102 W . Zie figuur 1.
De motor krijgt zijn energie van een accu. De accu is onzichtbaar
ingebouwd in de fiets. In de tabel in figuur 2 zijn twee eigenschappen van
verschillende types accu met elkaar vergeleken.
figuur 2
type accuenergiedichtheid accu
( Wh kg1 )
maximaal vermogen per
kilogram accu ( W kg1 )
NiCd48200
Li-ion220400
Voor de racefiets is een Li-ion -accu gebruikt. Tot voor kort werd in
apparaten vooral gebruikgemaakt van NiCd -accu’s. Met NiCd konden
geen bruikbare accu’s worden gemaakt voor racefietsen. In de fiets kan
een accu verborgen worden van maximaal 0,80 kg . Een zwaardere (en
grotere) accu zou opgemerkt worden.
142p
Leg uit welke van de twee eigenschappen uit de tabel NiCd zeker
onbruikbaar maakt voor deze racefiets.
Er is een Li-ion- accu gebruikt met een massa van 0,80 kg .
153p
Bereken met behulp van de energiedichtheid de tijd dat de accu de motor
van energie kan voorzien.
De motor en de accu zijn verstopt in een buis van de fiets.
Zo’n motor kan tijdens het fietsen worden opgespoord omdat hij warmte
afgeeft. Met een speciale camera worden de fietsen gefotografeerd.
Zie figuur 3. De camera laat met verschillende kleuren verschillen in
temperatuur op de foto zien. De warme buis rond de motor komt licht op
de foto. Zie figuur 4.
figuur 3
figuur 4
figuur 4
De camera kan het
temperatuurverschil zichtbaar maken als het deel van de buis om de
motor meer dan 2,0 ° C warmer is dan de rest van de buis. Zie figuur 4. De
motor moet dan wel lang genoeg hebben aangestaan. De buis is van
aluminium en heeft rondom de motor een volume van 48 cm3 . De motor
heeft een elektrisch vermogen van 2,0 ∙ 102 W en een mechanisch
vermogen van 1,4 ∙ 102 W . Zie figuur 1.
165p
Bereken de tijd die de motor minimaal moet aanstaan om hem te kunnen
detecteren. Geef je antwoord in het juiste aantal significante cijfers.
171p
Welke soort elektromagnetische straling zorgt ervoor dat de motor
gedetecteerd kan worden door de camera?
A infrarode straling
B zichtbaar licht
C ultraviolette straling
D röntgenstraling
E gammastraling
Een motor in het frame kan ook voor of na de wedstrijd zichtbaar gemaakt
worden door een röntgenfoto van de fiets te maken met een
röntgenscanner die in een aanhanger ingebouwd is. Zie figuren 5 en 6.
figuur 5
figuur 6
figuur bij de opgave
De röntgenscanner wordt gebruikt om de racefietsen op een wedstrijddag
te scannen. Een medewerker ( m = 85 kg ) die in de aanhanger bij de
scanner blijft staan, ontvangt gemiddeld 0,72 J aan röntgenstraling per
wedstrijddag. Mensen die beroepshalve met straling werken, mogen
jaarlijks over het lichaam een dosis van 20 mGy ontvangen.
Tijdens het scannen wordt het personeel aangeraden niet in de
aanhanger met de scanner te blijven staan.
183p
Leg met behulp van een berekening uit dat dit een goed advies is.
In figuur 6 is te zien dat de foto lichter wordt als meer röntgenstraling de
foto heeft bereikt. De ketting wordt donkerder afgebeeld dan de even
dikke aluminium buizen van het frame.
Een motor is gemaakt van metaal. De fiets in figuur 6 blijkt geen motor in
het frame te hebben.
192puitwerkbijlage
Omcirkel in elke zin op de uitwerkbijlage het juiste alternatief.

opgave 9Marathon onder de twee uur

Tijdens een marathon wordt een afstand van 42 km en 195 m in een zo
kort mogelijke tijd gerend. In 2014 werd het wereldrecord gelopen in
2 uur, 2 minuten en 57 seconden. In figuur 1 staat het (vereenvoudigde)
( s,t )-diagram dat hoort bij dit wereldrecord.
figuur 1
figuur 1
203puitwerkbijlage
Teken in de figuur op de uitwerkbijlage het ( v,t )-diagram van het
wereldrecord uit 2014. Licht je antwoord toe met een berekening.
Een looptijd van minder dan twee figuur 2
figuur bij de opgave
uur werd lang onmogelijk geacht.
Atleten hebben in 2017
geprobeerd dat toch te halen
door onder perfecte
omstandigheden te lopen. In de
voorbereiding werd het ( s,t )-
diagram van het wereldrecord uit
2014 als richtpunt gebruikt voor
een nieuw loopschema voor deze
recordpoging. Vóór de atleten
zou een auto rijden om het tempo
aan te geven volgens dat nieuwe schema. Zie figuur 2.
Op de uitwerkbijlage staan drie zinnen over het ( v,t )-diagram voor de
recordpoging onder de twee uur.
212p
Omcirkel in elke zin het juiste alternatief.
In het nieuwe schema kon nog geen rekening gehouden worden met de
wind. Met tegenwind loopt een atleet langzamer, met wind mee loopt hij
harder. De race werd gelopen op een deel van het autoracecircuit van
Monza. Dit deel van het circuit heeft twee lange rechte stukken I en II .
Tijdens de recordpoging was er wind. Zie figuur 3.
figuur 3
figuur 3
Met deze wind loopt een atleet 0,3 m s1 langzamer dan hij zou lopen
zonder wind op het rechte stuk I en 0,3 m s1 sneller dan hij zou lopen
zonder wind op het rechte stuk II .
Anke beweert: “Een constante wind heeft geen invloed op de looptijd van
een hele ronde.”
Bert beweert: “Door de wind wordt de looptijd voor een hele ronde langer.”
222p
Beredeneer wie er gelijk heeft: Anke of Bert.
Een van de atleten was Eliud Kipchoge. Om het lopen voor Kipchoge
makkelijker te maken, renden er extra lopers (de zogenaamde hazen) vlak
voor hem. Zie figuur 4.
figuur 4
figuur 4
Er kan worden aangenomen dat dankzij de hazen een deel van de lucht
om Kipchoge heen beweegt. Zie het bovenaanzicht in figuur 5.
figuur 5
figuur 5
In de groep loopt de voorste haas met een groter vermogen P dan
Kipchoge.
233p
Leg dat uit aan de hand van een formule voor het vermogen.
Helaas is de poging destijds niet gelukt: Kipchoge eindigde in een tijd van
2 uur en 25 seconde met een snelheid van 5,84 m s1 in de laatste ronde.
Het circuit is 2,4 km lang.
In figuur 6 is het circuit verdeeld in 5 gelijke segmenten: ab , bc , cd , de , ea.
figuur 6
figuur 6
244p
Leg met een berekening uit in welk segment van het circuit Kipchoge zich
bevond toen de klok precies op 2,00 h stond.

opgave 10Theaterverlichting

Theaterpodia worden verlicht met lampen. Deze lampen moeten voor
iedere show anders worden opgehangen. Om dat veilig te doen, worden
de lampen op de grond aan een balk bevestigd. Zie figuur 1. Deze balk
wordt vervolgens met twee staalkabels opgehesen naar het plafond.
Zie figuur 2.
figuur 1
figuur 2
figuur 2
Op de uitwerkbijlage is schematisch en op schaal een balk met lampen
getekend. De verdeling van de (niet-afgebeelde) lampen is niet gelijk; de
ligging van het zwaartepunt Z van balk en lampen samen is weergegeven.
De bevestiging van de linker kabel wordt als draaipunt D beschouwd. De
totale massa is 230 kg .
254p
Bepaal met behulp van de hefboomwet de spankracht in kabel II. Geef je
antwoord in twee significante cijfers.
Als de staalkabels te zwaar belast worden,
figuur 3
figuur bij de opgave
kunnen ze vervormen en breken. Om de
vervorming van een staalkabel te meten kan er
een sensor op bevestigd worden. Zie figuur 3. In
deze sensor zit een rekstrook. Dit is een lange
draad die zigzag op een flexibel folie is bevestigd.
Zie figuur 4.
figuur 4
figuur 4
De rekstrook werkt volgens het principe dat de elektrische weerstand
ervan toeneemt doordat tijdens het uitrekken de draad op het folie langer
en dunner wordt.
Een rekstrook kan in verschillende richtingen op de staalkabel bevestigd
zijn. Zie figuur 5.
figuur 5
figuur 5
262p
Leg uit met welke methode (1 of 2) de rekstrook op de staalkabel
bevestigd moet worden om de uitrekking van de staalkabel het best te
meten.
De rekstrook wordt in serie met een vaste weerstand aangesloten op een
spanningsbron van 5,0 V . De weerstand van de draad in de rekstrook
neemt toe als de rekstrook wordt uitgerekt. Met een voltmeter wordt de
spanning over een van de twee weerstanden gemeten tijdens het
uitrekken van de staalkabel. Deze elektrische sensorspanning is uitgezet
tegen de relatieve rek van de staalkabel. Zie figuur 6.
figuur 6
figuur 6
273p
Leg uit of de voltmeter is aangesloten over de rekstrook of over de vaste
weerstand.
Met de elektrische sensorspanning wordt bepaald of de mechanische
spanning in de staalkabel niet te hoog is. Om de lampen veilig op te
hangen moet de mechanische spanning σ in iedere kabel minder zijn dan
2,4 ⋅ 108 Nm2 .
Na het monteren van een aantal lampen bedraagt de elektrische
sensorspanning voor de ene kabel 2,520 V en voor de andere kabel
2,510 V. Figuur 6 staat ook op de uitwerkbijlage.
284p
Toon met een bepaling aan of de belasting van de twee staalkabels nog in
het veilige gebied zit.