tjoefie

natuur- en scheikunde 1 vmbo gl/tl 2011 · tijdvak 2

A4-weergave

bij dit examen

Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er bijvoorbeeld
twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet méér. Alleen de
eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als een
gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren. Een goede
uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.

opgave 1Turby

de Turby windmolen
Bert heeft een windmolen op zijn dak
laten plaatsen. Dit is een speciaal
voor in steden ontworpen windmolen,
de Turby.
Hiermee kan hij grotendeels in zijn
elektrische energie voorzien.
Bij de Turby wordt een tabel geleverd met de opbrengst van de Turby bij
verschillende windsnelheden.
windsnelheid (m/s)opbrengst (W)
00
465
6220
101000
121730
142750
11puitwerkbijlage
Vul in het diagram op de uitwerkbijlage de grootheid in langs de verticale as.
Kies uit:
− capaciteit
− energie
− spanning
− stroom
− vermogen
23puitwerkbijlage
Teken in het diagram op de uitwerkbijlage de grafiek van de gegevens in de
tabel.
33p
Op een bepaalde dag wordt er 12 uur lang een windsnelheid gemeten van
ongeveer 8 m/s.
Bereken met behulp van de grafiek hoeveel energie de Turby die 12 uur
heeft geleverd.
41p
Wat gebeurt er met de opbrengst als de windsnelheid tweemaal zo groot wordt?
A Dan wordt de opbrengst van de Turby 2 x zo groot.
B Dan wordt de opbrengst van de Turby 4 x zo groot.
C Dan wordt de opbrengst van de Turby 6 x zo groot.
D Dan wordt de opbrengst van de Turby 8 x zo groot.
51p
Als het hard waait levert de Turby meer elektrische energie dan Bert nodig
heeft. De Turby kan dan het overschot aan energie doorgeven aan het
elektriciteitsnet.
Welke grootheid moet dan bij zowel de Turby als het elektriciteitsnet gelijk zijn?
A De spanning.
B De stroomsterkte.
C Het vermogen.
61p
Bert heeft de Turby niet alleen aangeschaft om energiekosten te besparen maar
ook vanwege het milieu.
Noem een milieuvoordeel van het gebruik van de Turby.

opgave 2Met de Thalys naar Paris

Ivo en Marleen willen voor een weekend naar Parijs. Zij kiezen als
vervoermiddel voor de Thalys, de hogesnelheidstrein die dagelijks van
Amsterdam naar Parijs gaat. De Thalys heeft een topsnelheid van 300 km/h.
figuur bij de opgave
72p
Om het treinstel (4,25 ·105 kg) in beweging te zetten leveren de elektromotoren
gemiddeld een kracht van 2,25 ·105 N.
Toon met een berekening aan dat de versnelling direct na het vertrek van de
trein 0,53 m/s2 is.
83p
Bereken hoe lang het duurt om met die versnelling de topsnelheid van 300 km/h
te halen. Ga er van uit dat de versnelling constant is.
91puitwerkbijlage
In werkelijkheid neemt de versnelling na vertrek langzaam af.
Over de luchtwrijving én over de resulterende kracht op de trein in dat deel van
de beweging staan op de uitwerkbijlage twee zinnen.
Omcirkel in elk e zin de juiste mogelijkhe i d.
In een reisplanner vinden Ivo en Marleen de volgende gegevens:
Afstand (km) Thalys 
0Amsterdam CS17.23 uurvertrek
200Brussel20.23 uuraankomst
200Brussel20.33 uurvertrek
450Paris Nord22.13 uuraankomst
103p
Bereken de gemiddelde snelheid van de Thalys tussen het vertrek uit Brussel
en de aankomst in Paris Nord.
Ivo en Marleen zitten tegenover elkaar aan het raam.
Ivo en Marleen in de Thalys
Brussel
112p
De Thalys remt ineens flink af.
Geef aan wie wel en wie niet tegen de rugleuning wordt gedrukt en leg uit
hoe dat komt.

opgave 3Bed van karton

David krijgt zijn broer te logeren. Omdat hij beperkte woonruimte heeft, koopt hij
een bed van karton. Dat bed kan dan ’s avonds opgezet worden en overdag
worden opgeborgen in de bergruimte. Lees de tekst van de advertentie.
Logé’s en geen bed? Geen probleem. Koop het It-bed. Voordelen: - snel op te zetten - licht - makkelijk op te bergen David met It-bed
figuur bij de opgave
122puitwerkbijlage
In de advertentie staat een aantal voordelen van het kartonnen bed.
In de tabel op de uitwerkbijlage staat een aantal materiaaleigenschappen.
Zet in die tabel kruisjes achter de eigenschappen van karton die bij dit bed
een voordeel zijn.
133p
David neemt het bed als een opgevouwen pakket mee uit de winkel.
Het hele bed is gemaakt uit één plaat karton met een oppervlakte van 900 dm2
en een dikte van 0,07 dm. De dichtheid van het karton is 0,40 kg/dm3 .
Bereken de massa van het pakket in kg.
Het bed is als een harmonica
gevouwen.
De stroken worden bij elkaar
gehouden met twee banden door
het karton heen.
figuur bij de opgave
142p
In de schematische tekening zie je hoe twee stroken met een band verbonden
zijn.
B D E A band C
tekening van twee stroken met een stukje band
In een strook en in de band werken krachten als iemand op het bed ligt.
Zet in de tabel op de uitwerkbijlage welke soort kracht dat is.
David heeft een matras dat precies op de uitgevouwen bovenplaat past.
bovenplaat
154p
In de bijsluiter van het bed staat dat de gevouwen kartonnen stroken een
maximale druk verdragen van 180 N/cm2 .
De druk op de kartonnen stroken is 2,8 N/cm2 door het gewicht van de
bovenplaat en het matras. De broer van David weegt 650 N.
Als hij op het bed gaat zitten rust zijn gewicht op een oppervlak van 4,5 cm2 van
de kartonnen stroken.
Laat met een berekening zien of de broer van David op het bed kan gaan
zitten zonder dat het kapot gaat. Schrijf de conclusie op die uit je berekening
volgt.

opgave 4Lift

Op scholen hoort een lift aanwezig te zijn waarvan leerlingen gebruik mogen
maken wanneer ze geen trap kunnen lopen.
figuur bij de opgave
lift
personen/goederenlift
max. aantal personen: 8
hefhoogte: 6,8 m
massa lege liftcabine: 685 kg
massa contragewicht: 1000 kg
liftmotor
vermogen: 3700 W
spanning: 230 V
Het liftsysteem bestaat uit een liftcabine, een contragewicht en een liftmotor.
De liftcabine hangt aan een kabel die over een vaste katrol loopt. Aan het
andere eind van de kabel hangt een contragewicht.
De liftmotor brengt het geheel in beweging. Gaat de liftcabine omhoog dan
beweegt het contragewicht omlaag.
162puitwerkbijlage
De liftcabine gaat naar de tweede verdieping. In de liftmotor wordt elektrische
energie omgezet.
Vul in het schema op de uitwerkbijlage de juiste energiesoorten in die bij
deze energieomzetting in de liftmotor ontstaan.
173p
De lift gaat met een aantal leerlingen vanaf de begane grond naar de tweede
verdieping op 6,8 m hoogte. We verwaarlozen de massa van de kabel. De
massa van de liftcabine met leerlingen is 1085 kg.
Toon met een berekening aan dat daarbij de totale zwaarte-energie van het
liftsysteem (met leerlingen) met 5780 J toeneemt.
183p
De liftcabine doet er 7 seconden over om naar de tweede verdieping te gaan.
Neem aan dat de liftmotor daarbij op maximaal vermogen werkt.
Bereken het rendement van de liftmotor.

opgave 5Tuinlamp

Er is tuinverlichting met een LED die automatisch aangaat als het donker wordt.
de tuinlamp
de onderdelen van de tuinlamp
191p
Zo’n tuinlamp bestaat uit een zonnecel, een printplaat met elektronica-onder-
delen en een accu.
Wat is de functie van de zonnecel in deze schakeling?
de printplaat
de accu
202puitwerkbijlage
Er is in de zonnecel van de tuinlamp sprake van een energieomzetting.
Noteer in de tabel op de uitwerkbijlage de juiste energiesoort voor en na de
omzetting.
Als het donker wordt daalt de spanning van de zonnecel. Dan zorgt de
elektronica ervoor dat de LED aan gaat.
212p
Gaat de LED aan, dan kan deze nog 8 uur licht geven met de energie uit de
accu.
Toon met de gegevens op de accu aan dat bij een volle accu de
stroomsterkte door de schakeling 75 mA is.
222p
De twee weerstanden R2 (220 Ω ) en R3 (560 Ω ) op de printplaat zijn parallel
geschakeld.
Bereken de vervangingsweerstand van R2 en R3 .
232p
De fabrikant heeft als lichtbron gekozen voor een LED.
Noem twee natuurkundige redenen waarom de fabrikant een LED heeft
gebruikt in plaats van een gloeilampje.

opgave 6Bevoorrading op zee

Schepen van de Koninklijke Marine worden vaak op zee bevoorraad. De afstand
tussen twee varende schepen wordt constant gehouden. Vervolgens wordt een
stalen kabel tussen de schepen gespannen. Met behulp van een takel worden
kisten met voorraad van het ene schip naar het andere schip getrokken.
het overbrengen van voorraad
241p
Een kist gevuld met pakken koffie (inhoud 2400 dm3 ) wordt overgebracht. Elk
pak heeft een massa van 3 kg en een dichtheid van 0,5 kg/dm3 .
Hoeveel pakken koffie passen in deze kist?
A 14
B 400
C 1600
D 4800
De kist wordt met behulp van een takel overgetrokken. De takel bestaat uit 2
vaste en 2 losse katrollen. Je ziet een tekening waarin alleen de lijnen voor het
inhalen van de kist zijn weergegeven.
1250 kg het overtrekken van de kist
251p
Hoeveel keer verkleint deze takel de benodigde kracht?
A 2 keer
B 4 keer
C 6 keer
D 8 keer
262p
Er wordt 120 m touw binnengehaald bij het overbrengen van een kist.
Gemiddeld is daarbij een kracht van 500 N nodig.
Bereken de arbeid die nodig is om de kist over te trekken.
272puitwerkbijlage
Op de uitwerkbijlage staat een schematische tekening van de kist die naar het
andere schip wordt getrokken.
Toon met een berekening aan dat de krachtenschaal 1 cm 5 kN is.
283puitwerkbijlage
Bepaal in de figuur op de uitwerkbijlage met een constructie de grootte van de
spankracht in het rechterdeel van de kabel. Noteer die grootte onder de figuur.
291p
Wat gebeurt er met de spankracht in de kabel als de afstand tussen de schepen
kleiner wordt en de lengte van de kabel gelijk blijft?
A De spankracht in de kabel blijft gelijk.
B De spankracht in de kabel is gelijk aan de netto-kracht.
C De spankracht in de kabel wordt groter.
D De spankracht in de kabel wordt kleiner.

opgave 7Ecobarrier

Omwonenden van de Polderbaan bij Schiphol klagen over geluidsoverlast van
vliegtuigen die landen en opstijgen.
Zij ondervinden meer hinder van opstijgende vliegtuigen dan van landende
vliegtuigen. Dit komt onder andere door het grondgeluid van taxiënde
vliegtuigen. Grondgeluid heeft een lage frequentie.
301p
Wat betekent frequentie?
A aantal trillingen
B aantal trillingen in een seconde
C geluidssterkte
D toonhoogte
Bas staat buiten de hekken van de polderbaan het geluidsniveau van een
opstijgende Airbus A320 te meten.
figuur bij de opgave
de geluidsniveaumeter van Bas tijdens zijn meting
312p
Leg aan de hand van zijn meetwaarde uit of Bas kans op gehoorbeschadiging
heeft bij het uitvoeren van zijn meting. Gebruik het BINAS tabellenboek bij je
antwoord.
Eén van de mogelijke maatregelen is het aanleggen van een ecobarrier.
Een ecobarrier is een soort
tunnel die plat gelegd kan
worden.
Deze kan zeer dicht naast de
start- en landingsbaan worden
geplaatst.
ontwerpschets van de ecobarrier
De omwonenden kunnen continu metingen volgen via http://www.geluidsnet.nl.
In het volgende diagram zie je de meetresultaten van een week grafisch
weergegeven.
geluidsniveau meetpunt mp145, Hoofddorp (2131MN)
80 60 40 16 17 18 19 20 21 22 Legenda: dB maximum dB gemiddeld
322p
Leg uit wat het grootste geluidsniveau zou zijn geweest als door het plaatsen
van een ecobarrier de geluidsoverlast met 9 dB afneemt.
332p
Een daling van 3 dB betekent een halvering van de geluidsenergie.
Door het plaatsen van een ecobarrier neemt de geluidsoverlast met 9 dB af.
Bereken welk deel van de geluidsenergie dan overblijft.
het frame van de ecobarrier
Voordat er vliegtuigen op de
polderbaan kunnen landen, wordt
een ecobarrier voor de veiligheid
plat gelegd.
Hierdoor hebben de omwonenden
tijdelijk geen bescherming tegen de
geluidshinder.
341p
Waar wordt geluidshinder door een ecobarrier bestreden?
A bij de bron
B in de tussenstof
C bij de ontvanger
352p
Noem twee andere maatregelen die de geluidshinder voor omwonenden kunnen
verminderen.

opgave 8Goed(koop) wegen

Op het postkantoor kreeg Ypke gratis een kartonnen brievenweger mee.
Daarmee kan hij eenvoudig zelf bepalen hoeveel porto hij op een brief moet
plakken.
brief van 25 g in de gleuf van 20 g brief van 18 g in de gleuf van 20 g
De brievenweger werkt als volgt:
− Stop de brief in de buitenste gleuf (20 g).
− Kantelt de briefweger niet dan is de brief lichter dan 20 g.
− Kantelt de briefweger wel dan is de brief zwaarder dan 20 g. Stop de brief in
een volgende gleuf, net zolang tot de briefweger niet meer kantelt.
Je ziet een vereenvoudigde tekening van deze brievenweger.
gleuven zwaartepunt draaipunt 100 g 50 g 20 g 5,0 cm 11,0 cm
361p
Waarom ligt het zwaartepunt niet in het midden van de brievenweger?
372p
De gleuf voor brieven van 20 g zit verder van het draaipunt dan de gleuf voor
brieven van 50 g.
Leg met het begrip moment uit waarom de gleuf voor lichtere brieven verder
van het draaipunt zit dan de gleuf voor zwaardere brieven.
384p
Ypke wil een brief (25 g) posten en plaatst die in de gleuf van 20 g.
De brievenweger zelf heeft een massa van 24 g.
Laat met een berekening zien dat de brievenweger kantelt. Gebruik bij je
berekening de momentenwet.
Bronvermelding
Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen
behorende correctievoorschrift, dat na afloop van het examen wordt gepubliceerd.