bij dit examen
Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er bijvoorbeeld
twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet méér. Alleen de
eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als een
gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren. Een goede
uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.
opgave 1Teveel decibellen op Zandvoort
Motoren van racewagens veroorzaken
veel geluidsoverlast voor omwonenden.
Tijdens een A1 Grand Prixrace werd aan
de rand van het racecircuit een
geluidsniveau van 155 dB gemeten.
12pLeg uit of er kans op ernstige gehoorbeschadiging is als je tijdens een race
zonder oordopjes aan de rand van het circuit staat. Gebruik bij je antwoord de
tabel ‘Gehoorgevoeligheid’ in BINAS.
23pTijdens de race wordt bij de dichtstbijzijnde huizen een geluidsniveau van 79 dB
gemeten. Omwonenden mogen maximaal 55 dB ervaren.
Voor metingen aan het geluidsniveau geldt de volgende regel:
• Bereken hoeveel keer het geluid voor omwonenden harder is dan
toegestaan.
32puitwerkbijlageRond het circuit van Zandvoort ligt een aarden wal.
Over de functie van de aarden wal voor de omwonenden staan in de
uitwerkbijlage drie zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
opgave 2Magneetverf
Robert wil de foto’s van zijn vriendin met
magneetjes ophangen.
Daarom schildert hij één wand van zijn
kamer met magneetverf.
41pIn de verf zitten deeltjes die aangetrokken worden door een magneet.
Van welke stof kunnen deze deeltjes zijn gemaakt?
A aluminium
B chroom
C ijzer
D koper
E magnesium
F tin
52pMagneten werken storend op computers.
• Leg uit of Robert de bussen met magneetverf veilig tegen zijn computer kan
zetten.
61pEén van de bestanddelen van deze verf heeft een kookpunt van 373 K.
• Welke stof kan dit zijn?
74pRobert gebruikt 6,0 kg verf bij het schilderen van de wand. De magneetverf heeft
een dichtheid van 2,4 kg/dm³.
De wand die hij schildert heeft een oppervlak van 500 dm2 (5,0 m²).
• Bereken de dikte van de aangebrachte verflaag in millimeter. Bereken eerst
het volume van de hoeveelheid verf.
81pDe verf droogt doordat het oplosmiddel eruit verdwijnt.
Van welke faseovergang is daarbij sprake?
A condenseren
B rijpen
C smelten
D stollen
E sublimeren (vervluchtigen)
F verdampen
opgave 3LED-lamp
Een fabrikant heeft een automatische LED-lamp op de markt gebracht. De LED-
lamp gaat automatisch aan als het donker wordt. Je ziet de verpakking van de
LED-lamp.
91pWelk onderdeel zorgt ervoor dat de lamp automatisch aangaat?
A LDR
B LED
C NTC
101pWe vergelijken het vermogen van de LED-lamp met een gloeilamp van 25 W.
Hoeveel keer zuiniger in gebruik is deze LED-lamp vergeleken met een
gloeilamp van 25 W?
A 2 keer
B 8 keer
C 12,5 keer
D 50 keer
111pDeze lamp draagt bij aan minder uitstoot van CO2 (koolstofdioxide).
Wat is het belangrijkste milieu-effect van CO2 ?
A CO2 veroorzaakt smog.
B CO2 veroorzaakt zure regen.
C CO2 versterkt het broeikaseffect.
124pDe LED-lamp brandt 8 uur per nacht. 1 kWh kost € 0,24.
• Bereken met de gegevens op de verpakking wat de energiekosten van deze
lamp per jaar zijn.
132puitwerkbijlageDe lamp is voorzien van energielabel A. Een gloeilamp die op dezelfde spanning
brandt en dezelfde lichtsterkte heeft, krijgt energielabel F. Dit betekent dat de
LED-lamp zuiniger is dan de gloeilamp.
Op de uitwerkbijlage staan vier zinnen over deze LED-lamp vergeleken met de
gloeilamp.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
opgave 4Auto aan de haak
Op een autokerkhof worden afgedankte auto’s verwerkt.
Met een kraan verplaatst men de autowrakken.
141pDe auto haalt men uit elkaar om de verschillende materialen te recyclen.
• Wat is recyclen?
De dieselmotor van de kraan levert een nuttige arbeid van 58 500 J om de auto
met een gewicht van 9600 N omhoog te hijsen.
152pBereken hoeveel meter de auto omhoog is gehesen. Rond je antwoord af op één
decimaal.
161pIn de dieselmotor wordt diesel verbrand. Daarbij komt veel meer energie vrij dan
nodig is om de auto tot die hoogte op te tillen.
• Noem de belangrijkste soort van energieverlies bij het gebruik van de
dieselmotor.
173puitwerkbijlageIn de uitwerkbijlage staat een schematische tekening van de twee kabels (B en
C) waarmee de auto aan de hijskabel (A) hangt. De auto trekt onder invloed van
de zwaartekracht met een kracht van 9600 N aan kabel A.
• Bepaal met behulp van een constructie de kracht die kabel B in punt P
uitoefent. Noteer die grootte onder de figuur.
opgave 5Zicht bij weinig licht
Bernard heeft een nieuwe auto gekocht. In de handleiding staat een tabel met
de remweg van deze auto bij verschillende snelheden.
| snelheid (km/h) | remweg (m) |
| 0 | 0 |
| 25 | 5 |
| 50 | 20 |
| 75 | 45 |
| 100 | 80 |
| 125 | 125 |
183puitwerkbijlageTeken in het diagram op de uitwerkbijlage de grafiek van de remweg tegen de
snelheid.
191puitwerkbijlageOver het verband tussen de remweg en de snelheid van de auto staat op de
uitwerkbijlage een zin.
• Omcirkel in die zin de juiste mogelijkheden.
Met dimlicht (gewoon licht) kun je in het donker 70 meter vooruit zien. De auto
van Bernard heeft infrarood nachtzicht. Met infrarood nachtzicht kun je op een
display 140 meter vooruit zien.
’s nachts twee keer zo ver
zien met nachtzicht
201pHet infrarood nachtzicht
A verkleint de afstand die je aflegt tijdens de reactietijd.
B verkleint de afstand die je aflegt tijdens het remmen.
C vergroot de afstand die je aflegt tijdens het remmen.
D vergroot de afstand die je voor je kunt zien.
213pBernard rijdt met een snelheid van 80 km/h (22 m/s) in het donker. Zijn
reactietijd is 0,8 s. Hij heeft het infrarood nachtzicht van zijn auto ingeschakeld.
Plotseling steekt een wild zwijn op 100 m afstand de weg over.
• Laat met een berekening zien dat Bernard voor het zwijn tot stilstand komt.
Gebruik je grafiek om de remweg te bepalen.
opgave 6Het oude bureau
Henk heeft in zijn bureau een beveiligde schuiflade gemaakt. Open je die lade
dan gaat er een zoemer af. Sluit je de lade dan stopt de zoemer.
het bureau van Henk
221pIn de schakeling die Henk heeft gemaakt zit een reedcontact.
• Wat is nodig om een reedcontact te sluiten?
232puitwerkbijlageIn de schakeling is een transistor opgenomen. In de uitwerkbijlage staan twee
zinnen over de werking van de transistor.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
243pOp de zoemer staat 9,0 V; 30 mA.
• Bereken de weerstand van de zoemer als deze op de juiste spanning werkt.
252pOp de blokbatterij staat 520 mAh. Dat wil zeggen dat bij een stroomsterkte van
520 mA een volle batterij 1 uur energie kan leveren.
• Bereken hoeveel uur de zoemer (30 mA) maximaal kan werken totdat de
volle batterij helemaal leeg is.
262pAls Henk de lade sluit stopt de zoemer meteen. Hij breidt zijn schakeling daarom
uit met een condensator. Zijn aangepaste schakeling ziet er als volgt uit:
• Leg uit hoe de condensator de werking van de schakeling verandert.
opgave 7Erben Wennemars de schaatser
Je ziet een afbeelding van Erben Wennemars in de starthouding tijdens een
500 meter WK sprint.
272puitwerkbijlageHet aangrijpingspunt van de zwaartekracht is met een witte stip (Z) aangegeven.
De massa van Erben is 82 kg. In de uitwerkbijlage staat dezelfde figuur.
• Teken in die afbeelding de grootte van de zwaartekracht op Erben in de
juiste richting. Noteer de krachtenschaal die je kiest.
281pBij de start stond Erben (massa 82 kg) heel even op één schaats. Het ijzer van
de schaats heeft een contactoppervlak van 5,0 cm2 met het ijs.
Hoe groot is op dat moment de druk onder het ijzer als hij op één schaats staat?
A 8,2 N/cm2
B 16,4 N/cm2
C 82 N/cm2
D 164 N/cm2
E 1640 N/cm2
Bij schaatswedstrijden staan langs de schaatsbaan stootkussens. Deze
voorkomen in de meeste gevallen ernstige blessures bij een valpartij.
291puitwerkbijlageDe stootkussens langs de baan staan bol. Over de druk van de lucht in de
stootkussens staat in de uitwerkbijlage een zin.
• Omcirkel in die zin de juiste mogelijkheid.
302pIn de laatste bocht schoof de linkerschaats onder Erben vandaan. Daarna klapte
hij met een snelheid van 50 km/h (13,9 m/s) tegen de stootkussens.
• Bereken de bewegingsenergie van Erben (massa 82 kg) op het moment dat
hij tegen de stootkussens botste.
In de eerste 0,20 seconde van de botsing met het stootkussen nam de snelheid
van Erben af van 13,9 m/s tot 2,0 m/s.
312pToon met een berekening aan dat de vertraging van Erben 59,5 m/s2 was.
322pBereken de kracht op Erben waardoor hij een vertraging van 59,5 m/s2
ondervindt.
331pDoor de veerkracht van het stootkussen schoof Erben weer terug de baan op.
De wrijvingskracht met het ijs zorgde ervoor dat hij uiteindelijk stil kwam te
liggen.
Je ziet drie afbeeldingen waarin de nettokracht vlak na de botsing met het
stootkussen is weergegeven. Erben beweegt over het ijs naar rechts.
Welk van deze afbeeldingen geeft de nettokracht juist weer?
A B
opgave 8Mistmaker
Teun heeft een wurgslang in een bak (terrarium). De slang houdt van vochtige
lucht. Daarom heeft Teun een mistmaker in de bak gezet.
In de mistmaker zit een zeer snel trillende plaat in een laagje water. De plaat trilt
met een frequentie van 1,7 MHz.
Deze trillingen vernevelen het water waardoor mist ontstaat.
341pWelke fase heeft mist?
A gasvormig
B vast
C vloeibaar
352pLeg aan de hand van de menselijke gehoorgrenzen uit of Teun het geluid van de
trillende plaat kan horen.
363pBereken de trillingstijd van de trillende plaat.
372puitwerkbijlageDe trillende plaat is van dun keramisch materiaal gemaakt en niet van ijzer. In
de uitwerkbijlage staat een tabel met eigenschappen.
• Geef in de tabel van elke eigenschap met kruisjes aan of deze wel of niet
belangrijk is voor de trillende plaat.
382pDe mistmaker werkt op een spanning van 24 volt. Als het apparaat is
aangesloten, loopt er een stroomsterkte van 1,2 A.
• Bereken het opgenomen vermogen van de mistmaker.
opgave 9Pastatang
Charlotte schept aan tafel spaghetti op met een pastatang. Dit is een metalen
tang waarmee ze gemakkelijk een hoeveelheid pasta optilt.
393pMet haar hand knijpt zij de pastatang in B samen en klemt daarmee een
hoeveelheid spaghetti tussen de twee uiteinden bij A.
De kracht in A is 1,2 N.
• Bereken met de momentenwet de grootte van de spierkracht bij B. Meet
daarvoor de afstanden in de afbeelding.
402pBij het oppakken van een volgende portie spaghetti, klemt Charlotte de tang bij
C samen. De kracht op de spaghetti bij A is ook nu 1,2 N.
• Leg uit of ze nu een grotere of kleinere spierkracht moet leveren.