bij dit examen
Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er bijvoorbeeld
twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet méér. Alleen de
eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als een
gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren. Een goede
uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.
opgave 1Windruis onder de helm
Motorrijders kunnen gehoorschade
oplopen door windruis onder de
helm.
11pWaarmee wordt het geluidsniveau gemeten?
A decibelmeter
B microfoon
C oscilloscoop
D toongenerator
De oren van de motorrijder
kunnen maar een korte tijd
belast worden met een hoog
geluidsniveau zonder schade
op te lopen.
In het diagram is de maximale
belastingtijd gegeven voor
verschillende geluidsniveaus.
21pWat is de maximale belastingtijd bij een geluidsniveau van 85 dB?
Bij een test werd de windruis onder de helm bij verschillende snelheden
gemeten. Van de resultaten is de volgende tabel gemaakt.
| snelheid (km/h) | windruis (dB) |
| 70 | 88 |
| 85 | 91 |
| 100 | 94 |
| 115 | 97 |
| 130 | 100 |
33puitwerkbijlageTeken in het diagram op de uitwerkbijlage de grafiek van de windruis tegen de
snelheid. Zet eerst zichtbaar alle metingen in het diagram.
41pDe motorrijder ondervindt bij een bepaalde snelheid een windruis van 90 dB.
• Bepaal met welke snelheid hij rijdt.
52pDe motorrijder rijdt met een snelheid van 70 km/h op de invoegstrook van een
snelweg. Hij geeft gas tot hij de maximaal toegestane snelheid van 130 km/h
heeft.
Voor het geluidsniveau geldt de volgende woordformule:
Bij een verdubbeling van het geluid neemt het geluidsniveau met 3 dB toe.
• Bereken hoeveel maal zo groot het geluid onder zijn helm wordt.
opgave 2Water zuiver
In sommige landen is drinkwater niet vanzelfsprekend. Daar is een oplossing
voor bedacht: de Waterkegel.
Waterkegel in gebruik
schoon drinkwater doorsnede van de Waterkegel
Je ziet de gebruiksaanwijzing van de Waterkegel.
De waterpan heeft een groot oppervlak met daarop een dun laagje vuil water.
61pNoem een reden waarom de waterpan met vuil water een groot oppervlak heeft.
71pHet water verdwijnt in de loop van de dag uit de waterpan.
Door welke vorm van warmtetransport wordt de buitenkant van de stolp
verwarmd?
A geleiding
B straling
C stroming
83pDe zon schijnt gemiddeld 12 uur per dag. Het oppervlak van de stolp wordt
beschenen met een gemiddeld vermogen van 1500 W.
• Bereken hoeveel kWh stralingsenergie er gemiddeld per dag op de stolp
valt.
91pOp een dag valt er 60 MJ energie op de stolp. Om 1 L water om te zetten in
waterdamp is 0,38 MJ energie nodig. Het rendement van de Waterkegel is 1,0%.
Hoeveel liter schoon water levert de Waterkegel die dag op?
A minder dan 1 L
B tussen 1 en 2 L
C tussen 2 en 4 L
D meer dan 4 L
opgave 3Winterbanden
Bij een besneeuwd wegdek kan een
auto in een slip raken doordat de
banden geen grip meer hebben.
`s Winters rijden daarom ook in
Nederland steeds meer auto’s met
winterbanden.
Winterbanden hebben een ander profiel dan zomerbanden. Ze hebben veel
meer inkepingen. Daardoor wordt het loopvlak in strookjes verdeeld.
Je ziet een afbeelding van een winterband en een vergrootte tekening van de
strookjes in het loopvlak bij een rijdende en stilstaande auto.
101puitwerkbijlageOver de strookjes staan in de uitwerkbijlage twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
De buitenlaag van de winterband bestaat uit een speciaal soort rubber dat
flexibel blijft bij lage temperaturen.
’s Zomers kan de winterband beter niet gebruikt worden. De banden worden te
warm en slijten snel.
111pWelke eigenschap van rubber zorgt ervoor dat de banden hun warmte niet goed
kwijt kunnen?
A Rubber is een warmtegeleider.
B Rubber is elastisch.
C Rubber is een warmte-isolator.
D Rubber heeft een kleine dichtheid.
121pAls de bandenspanning van de winterband verhoogd wordt, neemt één van de
tegenwerkende krachten op de rijdende auto af.
• Welke tegenwerkende kracht neemt af bij een hogere bandenspanning?
Je ziet een deel van een testrapport van zomer- en winterbanden.
Vergelijking zomer- en winterband bij droog en besneeuwd wegdek
type droog band wegdek
bij 100 km/h (27,8 m/s)
besneeuwd wegdek
bij 50 km/h (13,9 m/s)
132pBekijk de testresultaten van de winterband bij een besneeuwd wegdek.
• Laat met een berekening zien dat de remtijd bij de winterband klopt.
143pBij een droog wegdek moet de remvertraging van een auto minstens 7,2 m/s2
zijn.
• Ga met een berekening na of bij de test met de zomerband deze wettelijke
eis gehaald is. Noteer na de berekening je conclusie.
opgave 4Licht in de auto
Als je de deur van een auto opent
gaat er een lampje in de auto
branden.
152pOp het lampje in de auto staat: 12 V; 0,8 A.
• Bereken de weerstand van dit lampje bij deze spanning.
Bij het sluiten van de deur gaat na enige tijd het licht vanzelf uit. De schakeling
die daarvoor zorgt, ziet er als volgt uit:
Is de deur open, dan is de schakelaar gesloten. Als je de deur sluit, gaat de
schakelaar open.
162puitwerkbijlageOver de werking van de schakeling staat in de uitwerkbijlage een aantal zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
171pAls de deur gesloten wordt, brandt het lampje nog ongeveer 10 seconden.
Het is mogelijk een lichtere of een zwaardere condensator in de schakeling te
plaatsen.
In een zwaardere condensator kun je meer energie opslaan.
Wat zal er met het lampje gebeuren als in deze schakeling een zwaardere
condensator gebruikt wordt?
A Het lampje gaat kapot.
B Het lampje gaat feller branden.
C Het duurt korter voor het lampje uitgaat.
D Het duurt langer voor het lampje uitgaat.
opgave 5Gloeilamp energieverslinder
Je ziet informatie over twee verschillende lampen die evenveel licht geven.
Van alle elektrische energie die
de lamp in gaat, wordt 5% nuttig component die licht uitzendt als
gebruikt.
wordt gestuurd.
181pDe gloeidraad in de gloeilamp is van wolfraam.
• Wat is de maximale temperatuur in graden Celsius van de gloeidraad
voordat hij smelt.
191pWelke elektronische component heeft in een stroomkring dezelfde werking als
een LED?
A diode
B LDR
C NTC
D transistor
202pBeide lampen zijn aangesloten op de netspanning (230 V).
• Leg uit dat de weerstand van de LED-lamp groter is dan die van de
gloeilamp.
211pToon met een berekening aan dat het nuttig vermogen van de gloeilamp 2,0 watt
is.
222pDe gloeilamp geeft evenveel licht als de LED-lamp. Het nuttig vermogen van
beide lampen is 2,0 watt.
• Bereken het rendement van deze LED-lamp.
opgave 6Eénwieler
Rian en Lieke fietsen op een éénwieler. Lieke is nog aan het oefenen om niet
om te vallen. Ze fietst minder stabiel dan Rian.
231pIn welke richting moet Lieke haar zwaartepunt (Z) verplaatsen om stabieler te
fietsen?
A meer naar voren
B meer naar achteren
C naar beneden
D naar boven
Rian trapt met een kracht van 60 N. Je ziet een afbeelding van de stand van
haar trappers. De schaal van de foto is 1 : 10.
243pBereken het moment van de kracht op de voorste trapper. Meet in de tekening
de arm van de kracht op.
opgave 7Densimeter
Met een densimeter kun je de dichtheid van wijn bepalen. Dit meetinstrument
bestaat uit een afgesloten glazen buis met onderin korrels lood.
De schaalverdeling van de densimeter staat in het smalle deel van de glazen
buis. Als de densimeter in een vloeistof drijft, is op het vloeistofniveau de
dichtheid af te lezen.
densimeter
Bij het maken van wijn laat men druiven gisten. Hierbij wordt suiker omgezet in
alcohol. De dichtheid van het mengsel neemt daarbij af. Als je de dichtheid meet
weet je dus iets over het alcoholpercentage.
252pLeg uit waardoor de dichtheid van de wijn tijdens het gistingsproces kleiner
wordt. Gebruik de tabellen ‘Gegevens van enkele vaste stoffen’ en ‘Gegevens
van enkele vloeistoffen’ in BINAS.
261pJe ziet een deel van de schaalverdeling van een densimeter. De densimeter
drijft in gistende wijn. De gegevens op de schaalverdeling hebben als eenheid
g/mL.
• Wat is de dichtheid van deze wijn?
272puitwerkbijlageIn de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de densimeter tijdens het gisten.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
282puitwerkbijlageOver het gedeelte van de buis met de schaalverdeling staan in de uitwerkbijlage
ook twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
291pAls de densimeter in de vloeistof drijft, werken er twee krachten op de
densimeter: de kracht omhoog ( Fomhoog ) en de zwaartekracht ( Fz ).
In welke tekening zijn deze krachten juist getekend?
301pWanneer de densimeter stuk valt moeten de loodkorrels niet zomaar
weggegooid worden. Lood is slecht voor het milieu.
• Waarom is lood slecht voor het milieu?
opgave 8Elektrisch toeren
In Amerika is een sportauto te koop die geen verbrandingsgassen uitstoot.
Deze auto gebruikt oplaadbare batterijen als energiebron.
Als de batterijen leeg zijn kun je deze thuis weer opladen.
De auto krijgt zijn energie uit een batterijpack.
| gegevens van het | batterijpack |
spanning 1 oplaadbare batterij | 3,8 V |
aantal oplaadbare batterijen | 3831 |
| spanning batterijpack | 375 V |
| maximaal vermogen | 200 kW |
| energie batterijpack | 50 kWh |
vermogen bij verschillende | elektromotor snelheden |
| snelheid (km/h) | vermogen (kW) |
| 0 | 0 |
| 50 | 4 |
| 80 | 10 |
| 120 | 30 |
| 210 | 105 |
312pBereken hoe lang het batterijpack het maximale vermogen kan leveren.
De oplaadbare batterijen in het batterijpack zijn zó geschakeld, dat ze samen
een spanning van 375 V leveren.
321pHoe heet de manier waarop de oplaadbare batterijen in het batterijpack
geschakeld zijn?
A een combinatie van serie- en parallelschakeling
B een hotelschakeling
C een parallelschakeling
D een serieschakeling
332pBereken de stroomsterkte door de elektromotor bij een snelheid van 120 km/h.
Thuis worden de lege batterijen weer opgeladen.
342puitwerkbijlageDe lader werkt op netspanning. De spanning die nodig is voor het opladen van
het batterijpack is 375 V. Daarom zit er in de lader een transformator.
In de uitwerkbijlage staan drie zinnen over de lader.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
opgave 9Stilettorun
In Hoorn is een hardloopwedstrijd voor vrouwen gehouden. Ze moesten op hoge
(stiletto) hakken zo snel mogelijk een afstand van 200 meter afleggen.
Je ziet winnares Sarah vlak voor de finish.
Je ziet het afstand-tijd-diagram van de stilettorun van Sarah.
352puitwerkbijlageHet diagram is verdeeld in drie stukjes (A, B en C). Bij ieder stukje hoort een
soort beweging.
In de uitwerkbijlage staat een tabel.
• Zet in de tabel achter elk stukje één kruisje in de kolom die de juiste
beweging aangeeft.
362puitwerkbijlageVergelijk de beweging van Sarah in de stukken B en C.
In de uitwerkbijlage staan twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
371puitwerkbijlageOm vooruit te komen moet Sarah haar voet afzetten tegen het asfalt. Een kracht
tussen de schoen en het asfalt zorgt ervoor dat ze vooruit komt.
In de uitwerkbijlage staat een tabel met verschillende krachten.
• Zet in de tabel één kruisje achter de juiste kracht.
381pSarah rent na de finish nog door om niet voorover te vallen.
Welk natuurkundig begrip zou het voorover vallen van Sarah veroorzaken?
A spierkracht
B remkracht
C traagheid
D zwaarte-energie
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
opgave 10Doorsluizen
Lees het krantenartikel.
Houten sluisdeuren op reis
Harlingen
Vier houten sluisdeuren van 14
bij 9 meter zijn in Harlingen op
een ponton gehesen. De deuren
van elk 80 ton worden naar
Antwerpen verscheept.
391pEen sluisdeur hangt aan een takel met een vaste en een losse katrol.
Welke uitspraak is juist?
A Alleen de losse katrol verkleint de benodigde kracht.
B Alleen de vaste katrol verkleint de benodigde kracht.
C Beide katrollen verkleinen de benodigde kracht.
D Geen van de katrollen verkleinen de benodigde kracht.
De massief houten sluisdeur van 80 ton (1 ton = 1000 kg) heeft een gemiddelde
dikte van 0,5 m.
404pLaat met een berekening zien dat de sluisdeur van ebbenhout gemaakt kan zijn.
Gebruik bij je antwoord de tabel ‘Gegevens van enkele vaste stoffen’ in BINAS.
413puitwerkbijlageIn de uitwerkbijlage staat een vereenvoudigde tekening van de losse katrol. Aan
de katrol hangt aan twee kabels een sluisdeur (massa 80 ton).
• Construeer de kracht waarmee door de sluisdeur aan kabel A wordt
getrokken. Noteer de grootte onder de tekening.
423pOm een sluisdeur naar het ponton te verplaatsen tilt een kraan de deur 2,5 m
omhoog.
• Toon met een berekening aan dat de kraan daarvoor een nuttige arbeid van
2,0 MJ verricht.
432pDe sluisdeur ligt op houten balken op het ponton. De deur heeft een
contactoppervlak met de balken van 12,5 m2 .
• Bereken de druk van de sluisdeur op de balken.