tjoefie

natuur- en scheikunde 1 vmbo gl/tl 2014 · tijdvak 1

A4-weergave

bij dit examen

Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.

opgave 1Practicum elektriciteit

Sorana en Dibi doen een practicum over elektriciteit.
Ze zetten een weerstand in serie met een fietslampje en een
stroommeter. Deze sluiten ze aan op een regelbare spanningsbron.
Met een schakelaar kunnen ze het circuit sluiten of onderbreken.
figuur bij de opgave
12puitwerkbijlage
Sorana en Dibi gebruiken een spanningsmeter om de spanning over het
fietslampje te meten.
Op de uitwerkbijlage zie je een deel van hun schakeling.
• Maak het schakelschema compleet met schakelaar, lampje en
spanningsmeter.
De spanningsbron zetten ze op verschillende standen.
Ze lezen bij elke stand de spanning over en de stroom door het lampje af.
Je ziet een tabel met hun meetresultaten.
U (V)0,01,01,52,03,04,05,0
I (mA)0,023,233,542,052,559,061,2
24puitwerkbijlage
Teken in het diagram op de uitwerkbijlage de grafiek van de stroomsterkte
tegen de spanning.
34p
De weerstand die in serie met het lampje staat is 130 Ω .
• Bereken de totale weerstand van de schakeling bij een spanning over
het lampje van 2,0 V.
41p
Waarom loopt de grafiek van het lampje niet volgens een rechte lijn?
A De spanning neemt niet gelijkmatig toe.
B De stroomsterkte neemt bij elke meting steeds meer toe.
C De weerstand van het lampje neemt af.
D De weerstand van het lampje neemt toe.

opgave 2Schaduwdoek

Bert en Selma willen een schaduwdoek kopen om boven hun zithoek in de
tuin te hangen.
figuur bij de opgave
Ze lezen in een folder van de leverancier:
Het materiaal waarvan wij het doek maken is 320 g/m2.
51p
Volgens Bert is hier de dichtheid gegeven.
• Waarom heeft Bert geen gelijk?
In de folder staat ook:
Het gewicht van het schaduwdoek zonder bevestigingsmateriaal is 1,8 kg.
61puitwerkbijlage
Natuurkundig gezien klopt deze zin niet. Deze zin staat ook in de
uitwerkbijlage.
• Verbeter deze zin zodat die natuurkundig klopt.
72p
Bereken de oppervlakte van het doek.
82p
Bert en Selma willen het schaduwdoek vooral op warme zonnige dagen
gebruiken om koel te zitten. Het doek is in een witte en een zwarte
uitvoering te koop.
• Leg uit waarom de zwarte uitvoering geen verstandige keuze is om op
warme dagen koel te kunnen zitten.
91p
Het doek is van geweven kunststofvezels gemaakt. Kunststofvezels zijn
een goede warmte isolator.
• Noem nog een stofeigenschap waarom juist dit materiaal geschikt is
om als schaduwdoek te gebruiken.

opgave 3Solar Impulse

De Solar Impulse is een vliegtuig op zonne-energie.
figuur bij de opgave
Gegevens van de Solar Impulse.
maximale snelheid70 km/h
take-off snelheid35 km/h
take-off tijd2 min 42 sec
104p
Om op te kunnen stijgen is een minimale snelheid nodig: de take-off
snelheid.
De take-off snelheid van de Solar Impulse wordt 2 min 42 sec na de start
bereikt.
• Toon met een berekening aan dat de versnelling 0,06 m/s2 is.
112p
De Solar Impulse heeft een massa van 1600 kg.
• Bereken de kracht die nodig is om die versnelling te halen.
122p
Om normaal te blijven ademen moet er in de cockpit een luchtdruk van
ongeveer 1000 hPa zijn.
De Solar Impulse vliegt op zijn maximale hoogte (8500 m).
• Leg uit of de druk in de cockpit hoger of lager is dan de luchtdruk
buiten de cockpit. Gebruik bij je antwoord de tabel ‘Luchtdruk en
hoogte’ in BINAS.

opgave 4Smulballon

Meesterkok Angélique Schmeinck
kookt op een hoogte van 700 m in
de mand van een heteluchtballon.
Gasten genieten tijdens het diner
van het eten en het uitzicht.
figuur bij de opgave
131p
Met een gasbrander wordt de lucht in de ballon verwarmd. Als de lucht
voldoende verwarmd is, gaat de ballon omhoog.
Wat is juist over de dichtheid van de lucht in de ballon?
A Die is gelijk aan de dichtheid van de lucht buiten de ballon.
B Die is groter dan de dichtheid van de lucht buiten de ballon.
C Die is kleiner dan de dichtheid van de lucht buiten de ballon.
142p
Het voedsel moet op een bepaalde hoogte hangen om door de hitte in de
ballon te garen. Het eten wordt binnenin de ballon in een pakketje aan
een kabel naar boven gehesen. De kabel loopt over twee vaste katrollen.
ballon pakketje voedsel mand
Over de functie van deze katrollen staan in de uitwerkbijlage twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
151p
Het voedsel wordt in de ballon verwarmd bij een temperatuur die ligt
tussen 80 °C en 120 °C.
Angelique takelt een pakketje met soep omhoog.
Welke faseovergang vindt in het pakketje plaats als de soep kookt?
A rijpen
B smelten
C stollen
D sublimeren
E verdampen
In de mand staan gasflessen met (vloeibaar) propaan.
161p
Tijdens de ballonvaart neemt de hoeveelheid propaan in de flessen af.
De ballon (met mand en inhoud) blijft op dezelfde hoogte varen.
Wat is juist over de kracht omhoog op de ballon?
A De kracht omhoog blijft gelijk.
B De kracht omhoog neemt af.
C De kracht omhoog neemt toe.
173p
Tijdens de vlucht is 26 000 L propaangas verbrand.
• Bereken hoeveel energie bij deze verbranding is vrijgekomen. Gebruik
bij je antwoord de tabel met ‘Verbrandingswarmte van enkele stoffen’
in BINAS.

opgave 5Tweel

Een bandenmaker heeft een band ontworpen die rond blijft door spaken
van sterk, synthetisch rubber in plaats van door lucht: de Tweel.
Voordelen Tweel:
geen klapband meer
kleinere rolweerstand
brandstof besparing
geen reservewiel nodig
figuur bij de opgave
De bandenmaker maakt één testrit met een auto met luchtbanden en één
met Tweels.
181puitwerkbijlage
Beide soorten banden worden getest met dezelfde auto en bij dezelfde
snelheid. Vergelijk de rit met luchtbanden met de rit met Tweels.
In de uitwerkbijlage staan twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
191p
Tijdens de testrit rijdt de auto over een stoeprand.
figuur bij de opgave
In deze situatie werken er op de rubberspaken verschillende krachten.
Welke krachten werken er op de spaken bij A en B?
A Bij A werken drukkrachten en bij B trekkrachten.
B Bij A werken trekkrachten en bij B drukkrachten.
C Bij A en B werken vooral drukkrachten.
D Bij A en B werken vooral trekkrachten.
Tijdens de testrit met de Tweels is langs de testbaan een geluidsniveau
van 79 dB gemeten.
Het rolgeluid van autobanden mag niet meer dan 70 dB zijn.
202p
Voor het geluidsniveau geldt de volgende woordformule:
Bij verdubbeling van het geluid neemt het geluidsniveau met 3 dB toe.
• Bereken hoeveel keer het geluid harder is dan toegestaan.
211p
Om aan het toegestane geluidsniveau te voldoen worden voorstellen
gedaan voor het aanpassen van de auto.
Welk voorstel kan bijdragen aan het verminderen van het gemeten
rolgeluid langs de testbaan?
A De binnenkant van de motorkap isoleren.
B De cabine isoleren.
C De wielen afdekken.
D Een spoiler onder de neus van de auto aanbrengen.

opgave 6Bagijnetoren

Voor de aanleg van een
spoortunnel in Delft moet de
Bagijnetoren verplaatst worden.
De toren krijgt eerst een nieuwe
van beton. fundering van beton om de toren in zijn kunnen verplaatsen.
fundering
De nieuwe
was nodig
geheel te
Bagijnetoren op zijn nieuwe fundering
221p
De nieuwe fundering wordt gemaakt door vloeibaar beton in een bak
onder de toren te storten.
Petra zegt: “Het beton gaat stollen”.
Coert zegt: “Het beton wordt hard door een chemische reactie.”
Wie heeft of hebben gelijk?
A alleen Coert
B alleen Petra
C geen van beide
D Petra en Coert
234p
De fundering heeft een oppervlakte van 64 m2 en een dikte van 0,40 m.
• Bereken de massa van het beton van de fundering.
242p
De toren en fundering hebben samen een gewicht van 2800 kN.
De fundering heeft een oppervlakte van 64 m2 .
• Bereken de druk op de ondergrond.
Aan de nieuwe fundering worden stalen balken gemonteerd. Een kraan
brengt de balk op de gewenste plek. Tijdens het hijsen hangt de balk aan
twee kabels.
figuur bij de opgave
253puitwerkbijlage
Op de uitwerkbijlage staat een afbeelding van de balk vóór het plaatsen.
• Construeer in de afbeelding de kracht van kabel A op punt P. Noteer
de grootte onder de afbeelding.
261p
Je ziet twee manieren om de kabels aan de balk vast te maken.
A 1
A 2
Vergelijk de kracht in kabel A op manier 2 met die op manier 1.
Wat is juist?
A De kracht in kabel A is op beide manieren even groot.
B Op manier 2 is de kracht in kabel A groter.
C Op manier 2 is de kracht in kabel A kleiner.

opgave 7Op naar de top

In wintersportgebieden brengt een skilift mensen naar de top van een
berghelling. Als er sneeuw ligt, kunnen ze op ski’s of met een snowboard
naar beneden.
figuur bij de opgave
271p
De skilift brengt een vader met zijn drie kinderen naar boven.
Je ziet een afbeelding van twee manieren om plaats te nemen in de skilift.
manier 1: juist
manier 2: fout
Over het op de juiste manier plaatsnemen in de skilift staan in de
uitwerkbijlage twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
De skilift brengt de vader met kinderen (totale massa 225 kg) omhoog.
950 m snelheid 2,4 m/s vermogen 90 kW m 931
gegevens van de skilift
283p
Bereken hoeveel minuten de rit langs de helling duurt.
293p
Bereken de toename van de zwaarte-energie van de vader met kinderen.
De skilift wordt aangedreven door een elektromotor op een spanning van
400 V.
303p
Bereken met behulp van de gegevens van de skilift de stroomsterkte door
de elektromotor.
312puitwerkbijlage
Vergelijk de elektromotor van de skilift met dezelfde motor op
netspanning.
In de uitwerkbijlage staan drie zinnen.
• Omcirkel in de tweede en derde zin de juiste mogelijkheid.
323p
De skilift werkt 8 uur per dag continu met een vermogen van 90 kW.
1 kWh kost € 0,25.
• Bereken de energiekosten van het gebruik van de skilift per dag.

opgave 8Vinvis zingt toontje lager

Blauwe vinvissen communiceren met elkaar door te zingen.
blauwe vinvis
Als vinvisvrouwtjes dichtbij zijn, zingen de mannetjes zachter en lager.
332p
Amerikaanse onderzoekers hebben gemeten dat de frequentie van de
laagste toon afneemt van 22 Hz naar 15 Hz.
• Leg uit of mensen tonen van 15 Hz kunnen horen.
341p
De onderzoekers hebben onder water geluidsopnamen gemaakt.
Welk apparaat hebben ze daarbij in ieder geval gebruikt?
A decibelmeter
B echolood
C luidspreker
D microfoon
353p
Je ziet van een bepaalde toon het beeld op een oscilloscoop.
10 ms
• Bereken de frequentie van deze toon. Rond je antwoord af op een
heel getal. Bepaal eerst de trillingstijd van de toon.
362puitwerkbijlage
Als vinvisvrouwtjes dichtbij zijn, zingen de mannetjes zachter en lager.
In de uitwerkbijlage staan twee zinnen over deze veranderingen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheden.

opgave 9Licht in de tent

Er is een LED-lamp op batterijen te koop die over een tentpaal kan
worden geschoven.
de LEDs van de LED-lamp
de batterijen
371p
LEDs hebben een hoger rendement dan gloeilampjes.
• Hoe merk je het hogere rendement van LEDs?
381p
Wat is het milieuvoordeel van het gebruik van LEDs in plaats van
gloeilampjes?
392puitwerkbijlage
Elke LED in deze lamp werkt op een spanning van 6 V. Een batterij levert
een spanning van 1,5 V. Met een schakelaar wordt het elektrische circuit
gesloten of onderbroken.
Over deze LED-lamp staan in de uitwerkbijlage drie zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
402p
De batterijen hebben een totale capaciteit van 3000 mAh.
De LED-lamp kan 15 uur branden op volle batterijen.
• Bereken de stroomsterkte die de batterijen leveren.
413p
Het rendement van de LED-lamp is 50%. De lamp brandt 15 uur op volle
batterijen.
• Bereken hoe lang een gloeilamp met dezelfde lichtopbrengst kan
branden op volle batterijen. Gebruik de tabel 'Rendementen bij
energieomzettingen’ in BINAS.
Bronvermelding
Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen
behorende correctievoorschrift, dat na afloop van het examen wordt gepubliceerd.