bij dit examen
Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.
opgave 1Gevaarlijk stil
Er zijn steeds meer hybride auto’s. Dit betekent dat die auto een
benzinemotor én een zeer stille elektromotor heeft.
Bij lage snelheden rijdt deze auto op de elektromotor en is bijna niet
hoorbaar.
11pHet geluidsniveau bij een snelheid van 25 km/h is voor een voetganger te
vergelijken met boomblaadjes in de wind.
• Welk geluidsniveau (in dB) hoort de voetganger als de auto nadert?
Gebruik de tabel ‘Gehoorgevoeligheid’ in BINAS.
Er is een luidspreker ingebouwd zodat de auto bij lage snelheid wel
hoorbaar is.
21pDeze luidspreker produceert meer geluid als de snelheid toeneemt.
Welke grootheid verandert als de luidspreker meer geluid maakt?
A de amplitude
B de frequentie
C de trillingstijd
32pTijdens het optrekken neemt het geluidsniveau van de luidspreker toe van
40 dB tot 55 dB.
Voor het geluidsniveau geldt de volgende woordformule:
• Bereken hoeveel maal het geluid is toegenomen.
41pJe ziet een diagram met de gehoordrempel van een mens.
De gehoordrempel geeft aan hoeveel dB nodig is om een bepaalde
frequentie te kunnen horen.
De luidspreker produceert op een bepaald moment een geluidsniveau van
40 dB.
• Bepaal hoe groot de frequentie van de luidspreker ten minste moet
zijn om gehoord te worden.
opgave 2Kwik
Kwik is een metaal met een aantal bijzondere eigenschappen.
Het is het enige metaal dat bij kamertemperatuur vloeibaar is.
Bijna alles blijft drijven op kwik.
een munt drijvend op kwik
51pVergelijk de dichtheid van de munt met de dichtheid van kwik.
Kies het juiste antwoord.
A De dichtheid van de munt is even groot als de dichtheid van kwik.
B De dichtheid van de munt is groter dan de dichtheid van kwik.
C De dichtheid van de munt is kleiner dan de dichtheid van kwik.
62pJe ziet een afbeelding van munt A en een afbeelding van munt B. Beide
drijven op kwik. De munten zijn even groot maar zijn van verschillend
materiaal.
In de uitwerkbijlage staan twee zinnen waarbij munt A met munt B
vergeleken wordt.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
71pJe ziet een deel van de veiligheidskaart van kwik.
opgave 3WIJZE VAN OPNAME:
Kwikdamp kan worden
ingeademd en door de huid
worden opgenomen.
opgave 4INADEMINGSRISICO:
Bij kamertemperatuur verdampt
kwik waardoor het bij inademing
zeer schadelijk is voor de
gezondheid.
• Welke tekst hoort op de plaats van de vraagtekens?
81pProeven met kwik moeten in de zuurkast worden uitgevoerd.
In de zuurkast staat de afzuiging constant aan, om de kwikdampen af te
voeren.
• Noteer nog een voorzorgsmaatregel die je tijdens een practicum kunt
nemen om aanraking met kwik te vermijden.
opgave 5Noodstop op nat wegdek
Bij een test is bij verschillende snelheden een noodstop gemaakt op een
nat wegdek.
Je ziet een diagram met de reactie- en remtijden.
9
tijd (s)
8
remtijd
7
6
5
4
3
2
1
0
10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120 130
snelheid (km/h)
91pWat klopt volgens het diagram over de reactietijd bij toenemende
snelheden?
A De reactietijd blijft gelijk.
B De reactietijd neemt af.
C De reactietijd neemt toe.
D De reactietijd is steeds anders.
Bekijk de noodstop bij een snelheid van 90 km/h (25 m/s).
103pBereken de remvertraging bij deze snelheid.
113pDe reactieafstand bij deze snelheid is 25 meter.
• Bereken de stopafstand.
121pJe ziet drie afbeeldingen met onder elke afbeelding de nettokracht op de
auto tijdens de noodstop. De auto komt van rechts.
Welk van deze situaties geeft de nettokracht op de auto tijdens het
remmen juist weer?
132puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een v , t -diagram van deze noodstop op een nat
wegdek.
• Schets in het diagram de grafiek van een noodstop onder dezelfde
omstandigheden, maar dan op een droog wegdek.
opgave 6Tubewall
De Tubewall is een snel op te zetten waterkering (dam).
Deze beschermt de omgeving tegen overstromingen.
De Tubewall bestaat uit een flexibele kunststof buis (zoals de binnenband
van een fiets). Aan de tube zit een flap van hetzelfde materiaal waarop
het water drukt.
Je ziet een doorsneetekening van de Tubewall in gebruik.
141puitwerkbijlageVergelijk de druk van de lucht in de tube met de druk van de buitenlucht.
• Omcirkel in de zin op de uitwerkbijlage de juiste mogelijkheid.
151pDe Tubewall is gemaakt van een kunststof.
• Noteer één stofeigenschap die deze kunststof geschikt maakt voor
de Tubewall.
162puitwerkbijlageHet water drukt op de flap en tegen de tube van de Tubewall.
De wrijving (32,5 kN) tussen de flap en de ondergrond voorkomt dat
de Tubewall gaat schuiven.
• Teken in de afbeelding op de uitwerkbijlage vanuit punt A de
wrijvingskracht van 32,5 kN. Gebruik de schaal onder de afbeelding.
opgave 7Practicum dichtheid
Tijdens een practicum krijgen Dillon en Amir de opdracht om de dichtheid
van een stof te bepalen.
Ze krijgen vijf verschillende blokjes van die stof. Voor hun metingen
gebruiken ze een bovenweger en een maatcilinder.
172pBeschrijf de handelingen die Dillon en Amir moeten uitvoeren om het
volume van een blokje te bepalen.
182puitwerkbijlageIn de uitwerkbijlage staat een diagram waarin hun meetresultaten zijn
uitgezet.
• Noteer de juiste grootheid langs de horizontale as en teken de grafiek
die het verband weergeeft tussen de gemeten grootheden.
193pBereken met de gegevens in het diagram de dichtheid die Dillon en Amir
gevonden hebben.
opgave 8Schreeuwend opladen
John kan de accu van zijn mobieltje opladen
door er tegen te schreeuwen.
201pHet opladen lukt alleen bij schreeuwen met een geluidsniveau van
minimaal 100 dB.
• In welke zone van de gehoorgevoeligheid ligt dit geluidsniveau?
Gebruik de tabel ‘Gehoorgevoeligheid’ in BINAS.
Bij het schreeuwen breng je energie over naar het mobieltje.
In het mobieltje zit een onderdeel waarin een energieomzetting
plaatsvindt waardoor de accu wordt opgeladen. Dit onderdeel werkt
hetzelfde als een microfoon.
213puitwerkbijlageIn de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de energieomzettingen die
nodig zijn om de accu op te laden.
• Noteer in elke zin de juiste energiesoort(en) bij elke energieomzetting.
221pNa twee dagen is de opgeladen accu leeg. De accu levert een spanning
van 3,7 Volt. De gemiddelde stroomsterkte in die twee dagen is 37,5 mA.
Hoe groot is het vermogen dat de accu in die twee dagen gemiddeld
levert?
A 0,099 mW
B 0,139 mW
C 10,14 mW
D 139 mW
232pHet schreeuwen levert een vermogen van 0,08 W. De energie in de volle
accu is 6,7 Wh.
• Bereken hoeveel uur je zou moeten schreeuwen om de lege accu
volledig op te laden.
opgave 9Bagijnetoren
Voor de aanleg van een spoortunnel in Delft moet de Bagijnetoren
verplaatst worden. Men plaatst de toren op stalen rails.
Na de bouw van de tunnel is de toren weer terug geschoven op zijn
oorspronkelijke plaats.
243pOm de Bagijnetoren van 280 ton (1 ton = 1000 kg) op de rails te plaatsen
is de toren eerst met vijzels opgetild.
De zwaarte-energie van de toren neemt daarbij met 0,14 MJ toe.
• Bereken hoe hoog de toren is opgetild.
De Bagijnetoren wordt daarna 15 meter horizontaal verschoven.
253pVoor het verschuiven is een kracht nodig van 90 kN.
• Bereken de arbeid in MJ die tenminste geleverd is bij het verschuiven.
262pHet verschuiven van de Bagijnetoren duurt 2 uur.
• Bereken de gemiddelde snelheid waarmee de toren is verschoven.
opgave 10Mini Kin
Britt heeft een Mini Kin gekocht. Deze heeft ze op haar fiets gemonteerd.
In de Mini Kin zit een windmolen die verbonden is met een ingebouwde
dynamo. Zo wordt de bewegingsenergie van de molen omgezet in
elektrische energie. Met deze elektrische energie wordt een accu
opgeladen.
272pWelke twee onderdelen in de dynamo zijn van belang bij het opwekken
van een elektrische stroom?
281pDe opgewekte spanning van de dynamo is niet direct te gebruiken voor
het opladen van de accu.
Welk onderdeel is daarvoor nodig?
292puitwerkbijlageMet de accu van de Mini Kin kan Britt de batterij van haar mobiele
telefoon opladen.
Britt wil spanning en stroomsterkte meten bij het opladen van de lege
accu van haar mobiele telefoon.
In de uitwerkbijlage zie je een deel van het schakelschema dat zij
gebruikt.
• Maak het schakelschema compleet door de symbolen onder het
schema op de juiste plaats te tekenen .
opgave 11Slacklining
Sander doet aan slacklining. Hij spant een nylon band tussen twee palen.
Vervolgens balanceert hij over de band van de ene naar de andere paal.
303pSander (massa 60 kg) tilt steeds een voet op en zet die voorzichtig voor
de andere voet.
Als hij op één voet staat is het contactoppervlak met de band 6,5 cm2 .
• Bereken de druk onder zijn voet.
314puitwerkbijlageIn de uitwerkbijlage staat een afbeelding van de situatie waarbij Sander
op één been staat.
• Bepaal met een constructie de kracht in band A. Noteer de grootte
onder de afbeelding. Teken eerst de tegenwerkende kracht van de
band op Sander.
322pSander verplaatst zich voorzichtig naar het midden van de gespannen
band.
• Leg met behulp van een schets uit hoe de kracht in band A is
veranderd.
opgave 12Animal Chaser
Een Animal Chaser is een apparaat dat geluid uitzendt om katten uit de
tuin te houden.
Je ziet een afbeelding met het frequentiebereik van de Animal Chaser.
331pNoteer de hoogste frequentie die de Animal Chaser kan produceren.
342pIn de folder van het apparaat staat dat de tonen van de Animal Chaser
hoorbaar zijn voor de leeftijdsgroep 18-29 jaar.
• Leg met de gegevens in de afbeelding uit of elke toon die de Animal
Chaser maakt hoorbaar is voor deze leeftijdsgroep.
351pIn de Animal Chaser zit boven de luidspreker een infraroodsensor.
Waarop reageert een infraroodsensor?
A geluid
B magnetisme
C warmte
D zichtbaar licht
Je ziet een vereenvoudigd schakelschema van de Animal Chaser.
362puitwerkbijlageIn de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de werking van deze
schakeling.
• Omcirkel in de tweede zin de juiste mogelijkheden.
373pAls de zoemer niet werkt (stand-by stand) loopt er een stroom van
0,046 mA door de weerstand.
De spanning over de weerstand is dan 0,5 V.
• Bereken de grootte van de weerstand in k Ω .
381pDe Animal Chaser staat een heel jaar (365 dagen) aan. Het gemiddeld
geleverde vermogen in dat jaar is 4,5 mW.
Hoeveel energie is er in dat jaar omgezet?
A 142 kJ
B 142 MJ
C 142 GJ
392pDe Animal Chaser krijgt zijn energie via een adapter die aangesloten is op
het lichtnet.
In de adapter zit een transformator die de netspanning (230 V) omzet
naar de juiste spanning. De primaire spoel heeft 460 windingen.
• Bereken het aantal windingen van de secundaire spoel.
opgave 13Metronoom
Om in de muziek een vast tempo te spelen, gebruik je een metronoom die
de maat tikt. Het tempo van de tikken stel je in door een ‘gewichtje’ op
een plaats langs een metalen slinger te zetten.
De slinger beweegt heen en weer.
Elke keer als de slinger door de evenwichtsstand (verticale stand) gaat,
hoor je een harde tik.
Je ziet de metronoom met het ‘gewichtje’ in twee standen.
401pIn stand A is het ‘gewichtje’ zó geplaatst dat de slinger
40 slingerbewegingen per minuut maakt.
Een slingerbeweging is het een keer heen en weer terug bewegen.
Hoe groot is de frequentie van de slinger in deze stand?
A 0,025 Hz
B 0,67 Hz
C 40 Hz
D 2400 Hz
412pJe ziet een uitvergroting van de schaalverdeling van de metronoom.
In deze stand van het ‘gewichtje’ maakt de metronoom 160 tikken per
minuut.
De metronoom is geijkt op een temperatuur van 20 ºC.
• Leg uit wat er aan het aantal tikken per minuut verandert als de
temperatuur hoger wordt.