tjoefie

natuur- en scheikunde 1 vmbo gl/tl 2015 · tijdvak 1

A4-weergave

bij dit examen

Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt .
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.

opgave 1Spreekwoordelijk gezegd

De Nederlandse taal heeft veel spreekwoorden en gezegden. Je ziet een
gezegde met zijn betekenis.
Dat is lood om oud ijzer: Dat is hetzelfde
Tijdens een practicum krijgt Mike een ijzeren blokje en een loden kogeltje.
Hij onderzoekt enkele eigenschappen van deze voorwerpen.
13p
Van het ijzeren blokje bepaalt Mike de massa. Hij legt daarvoor het blokje
op een bovenweger. Het blokje heeft een volume van 6,0 cm3 .
figuur bij de opgave
• Laat met een berekening zien wat de bovenweger aangeeft. Gebruik
de tabel ‘Gegevens van enkele vaste stoffen’ in BINAS.
21p
Mike bepaalt het volume van het loden kogeltje.
Hij doet eerst wat water in een maatcilinder.
FORTUNA W. - GERMANY 100:2 mL 20 C 100 80 60
Hoeveel water zit er in de maatcilinder?
A 80 mL
B 78 mL
C 76 mL
D 74 mL
E 69 mL
31p
Nadat Mike het loden kogeltje in de maatcilinder heeft laten zakken, ziet
hij dat het waterniveau weinig gestegen is. Daardoor is het volume niet
nauwkeurig te bepalen.
• Hoe kan Mike het volume van een kogeltje nauwkeuriger bepalen met
een maatcilinder?
41p
Mike berekent voor het loden kogeltje een massa van 40 g.
Als Mike een ijzeren blokje met een massa van 40 g heeft, wat is dan juist
over het volume van dit blokje?
A Dit is meer dan het volume van het lood.
B Dit is minder dan het volume van het lood.
C Beide volumes zijn hetzelfde.

opgave 2SeaKettle

De SeaKettle is een reddingsvlot dat met behulp van de zon uit zeewater
drinkwater kan maken.
figuur bij de opgave
51p
Welke belangrijkste vorm van warmtetransport zorgt voor het verwarmen
van het zeewater op het dak?
A geleiding
B straling
C stroming
61puitwerkbijlage
Zeewater wordt op een zwart gekleurd dak bovenin de SeaKettle
gepompt.
Op de uitwerkbijlage staat over het dak een zin.
• Omcirkel in deze zin de juiste mogelijkheid.
71p
Het (zee)water op het zwarte dak wordt warm.
Welke faseovergang wordt versterkt door het warm worden van het
(zee)water?
A rijpen
B smelten
C condenseren
D stollen
E sublimeren
F verdampen
82p
Leg uit waardoor in de opvangbuizen condens ontstaat.
93p
De zon beschijnt op een dag het dak gedurende 12 uur. Het zonlicht
levert die dag een gemiddeld vermogen van 900 W/m2 . Het dak heeft een
oppervlak van 3,5 m2 .
figuur bij de opgave
• Bereken hoeveel energie in kWh die dag wordt opgevangen.
101p
Op die dag is 1,89 kWh energie van het opgevangen zonlicht gebruikt
voor het maken van drinkwater.
Om 1 L zeewater om te zetten in drinkwater is 2,3 MJ energie nodig.
Hoeveel liter schoon drinkwater levert de SeaKettle op die dag?
A minder dan 1 liter
B tussen de 1 en 5 liter
C tussen de 5 en 10 liter
D meer dan 10 liter

opgave 3Zenuwspiraal

Berkan maakt een zenuwspiraal. Dit is een behendigheidsspel.
Wanneer de metalen ring de spiraal raakt gaat een lampje branden.
figuur bij de opgave
113puitwerkbijlage
In de uitwerkbijlage staat een schematische afbeelding van de
zenuwspiraal. De metalen ring raakt de metalen spiraal.
• Teken in de afbeelding met een lijn de stroomkring en geef de richting
van de elektrische stroom aan.
121p
De batterij levert een spanning van 4,5 V.
Berkan gebruikt een lampje van 6 V.
Wat gebeurt er met het lampje als er een gesloten circuit ontstaat?
A Het lampje gaat kapot.
B Het lampje brandt fel.
C Het lampje brandt zwak.
D Het lampje gaat niet aan.
In plaats van een gloeilampje wil Berkan liever een LED en een zoemer
gebruiken.
gegevens  
batterij4,5 V 
LED2,1 V20 mA
zoemer4,5 V30 mA
Om de LED goed te laten branden op de batterij (4,5 V) moet hij een
weerstand in serie met de LED schakelen.
133puitwerkbijlage
In de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema van de
zenuwspiraal.
• Maak het schakelschema compleet met LED, weerstand en zoemer.
143p
Je ziet de stroomsterkte in dat deel waar de LED staat.
/ = 20 mA
• Bereken de grootte van deze weerstand. Bereken eerst de spanning
over de weerstand.
151p
Bij een gesloten stroomkring wordt in de LED en in de zoemer elektrisch
vermogen omgezet. Gebruik de gegevens in de tabel.
Wat is juist over het omgezette vermogen in de LED?
A Dit is even groot als in de zoemer.
B Dit is groter dan in de zoemer.
C Dit is kleiner dan in de zoemer.
162p
Als de ring de spiraal raakt is de totale stroomsterkte in de schakeling
0,050 A.
• Bereken het vermogen dat de batterij dan levert.

opgave 4Parkeerhulp

Lees de informatie.
Parkeerhulp met display
Parkeerhulp met afstandssensor. De afstandssensor is een apparaatje
dat ultrasoon geluid uitzendt en opvangt.
Met het tijdsverschil berekent de parkeerhulp de afstand tot een obstakel.
het display
de afstandssensor
Dorah onderzoekt de parkeerhulp. Ze zet een microfoon bij de
afstandssensor en sluit de microfoon aan op de computer.
Als Dorah de parkeerhulp aanzet ziet ze op haar beeldscherm een grafiek
van het signaal. Rechts zie je een afbeelding van de opstelling.
figuur bij de opgave
173p
Bereken de frequentie van het signaal in kHz. Noteer eerst de trillingstijd
van het signaal.
Dorah sluit een tweede microfoon aan op de computer.
Ze zet deze op een meter van de afstandssensor. Dorah ziet op haar
beeldscherm twee grafieken als ze de parkeerhulp aanzet.
figuur bij de opgave
181puitwerkbijlage
Vergelijk het signaal bij microfoon 1 met het signaal bij microfoon 2.
Over het signaal staan in de uitwerkbijlage twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
192p
Dorah zet microfoon 2 verder weg. Ze meet dat het signaal in 4,35 · 10-3 s
een afstand van 15,0 meter aflegt.
• Toon met een berekening aan dat de geluidssnelheid 345 m/s is.
202puitwerkbijlage
Dorah vindt met de proef een geluidssnelheid die groter is dan de waarde
in BINAS.
Over de mogelijke oorzaken staan in de uitwerkbijlage twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

opgave 5Olie offshore

Om aardolie uit de zeebodem te halen kan een boorplatform worden
gebruikt. Het boorplatform pompt aardolie omhoog. Via pijpleidingen
wordt de olie naar het vasteland getransporteerd.
platform staanders bodem een boorplatform
Een boorplatform is een platform dat met stalen staanders op de
zeebodem staat.
211p
Noteer een voordeel van staal als constructiemateriaal voor de staanders.
221p
Een nadeel van staal is dat het slecht bestand is tegen corrosie.
• Noem een manier om deze staanders tegen corrosie te beschermen.
In dieper water plaatst men geen boortoren maar een boorspar.
Een boorspar is een platform gemonteerd op een stalen dobber.
Deze dobber is gedeeltelijk gevuld met beton zodat de boorspar rechtop
blijft drijven.
een drijvende boorspar
platform lucht staal beton
De drijvende boorspar wordt met sleepboten naar de plaats van
bestemming gesleept.
231puitwerkbijlage
Over de drijvende boorspar staat in de uitwerkbijlage een zin.
• Omcirkel in deze zin de juiste mogelijkheid.
Op de plaats van bestemming wordt de boorspar met staalkabels aan de
bodem verankerd.
zee 1 bodem 2 boorplatform boorspar
243puitwerkbijlage
In de uitwerkbijlage staat een vereenvoudigde afbeelding waarin de
resulterende kracht is gegeven van de kabels op de boorspar.
• Bepaal met een constructie de spankracht waarmee de linker kabel
aan de spar trekt. Noteer de grootte van de spankracht naast de
afbeelding. De schaal in de figuur is 1 cm ≙ 50 MN.
251puitwerkbijlage
Over het boorplatform (1) en de boorspar (2) staan in de uitwerkbijlage
twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

opgave 6Op spitzen

Spitzen zijn schoenen voor ballet dansers. De spitzen hebben een hard
blokje in de neus zodat dansers op hun tenen kunnen dansen.
figuur bij de opgave
262puitwerkbijlage
Vergelijk het op één spitz staan met op twee spitzen staan.
• Omcirkel in elke zin op de uitwerkbijlage de juiste mogelijkheid.
273p
Een ballerina (massa 50 kg) staat op één been. Het contactoppervlak
onder de spitz met de vloer is 5,5 cm2 .
• Bereken de druk onder de spitz in Pa.
281p
Je ziet vier afbeeldingen van de ballerina in een pose (houding). In elke
afbeelding staan twee krachten met hun aangrijpingspunt.
Welke afbeelding geeft de krachten die op de ballerina werken juist
weer?
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
A B
293p
De ballerina maakt een verticale sprong waarbij haar zwaartepunt 0,8 m
hoger boven de dansvloer komt. Na de sprong landt de ballerina (massa
50 kg) op de vloer.
• Bereken de snelheid waarmee ze de grond raakt.
302p
Noteer twee vormen van energie waarin de bewegingsenergie bij het
landen en tot stilstand komen wordt omgezet.
311p
Om de kans op uitglijden te verkleinen is het oppervlak van de spitzen van
leer gemaakt.
Welke natuurkundige grootheid wordt hierdoor vergroot?
A De druk onder de spitzen.
B De zwaartekracht op de ballerina.
C De wrijvingskracht tussen de vloer en de spitzen.
D Het contactoppervlak tussen de vloer en de spitzen.

opgave 7Plantjes water geven

Raymond krijgt een practicumopdracht van zijn docent.
Hij moet een opstelling ontwerpen die een signaal geeft wanneer een
plant water nodig heeft.
Raymond bedenkt eerst de volgende opstelling met een elektrische
schakeling.
+ -
Hij maakt de opstelling en houdt de metalen plaatjes tegen elkaar. De
LED gaat branden.
Daarna zet hij de metalen plaatjes naast de plant in de potgrond en giet er
water bij. De LED brandt dan niet.
Ook met meer water gaat de LED niet branden.
322puitwerkbijlage
Over de oorzaak dat de LED niet brandt en mogelijke oplossingen staan
in de uitwerkbijlage twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid/mogelijkheden.
332puitwerkbijlage
Raymond past zijn schakeling aan met een tweede LED en een relais.
Een rode LED brandt nu als de potgrond (te) droog is.
Bij voldoende vocht is de rode LED uit en brandt een groene LED.
In de uitwerkbijlage staat het schema van zijn aangepaste schakeling
waarin de LEDs nog ontbreken.
• Teken in het schakelschema het symbool van de rode LED op de
juiste plaats.
341p
Deze schakeling heeft een belangrijk nadeel.
• Noteer dat nadeel.
351p
Er is een schakeling mogelijk die een geluidssignaal geeft als de grond te
droog wordt. Je ziet drie schakelschema’s.
Welk schakelschema geeft een geluidssignaal als de plantjes water
moeten krijgen?
+ - A
+ -
+ + - - C

opgave 8Tubeknijper

Marjo heeft een hulpmiddel om tubes goed leeg te kunnen drukken.
figuur bij de opgave
Deze tubeknijper maakt gebruik van een hefboom.
Je ziet een schematische tekening van de hefboom bij deze tubeknijper.
De afmetingen zijn op schaal weergegeven.
A D B
363p
Om in deze situatie lijm uit de tube te drukken moet er bij B een (verticale)
kracht van 2,4 N werken. D is het draaipunt.
• Bereken de spierkracht die Marjo dan bij A moet leveren.

opgave 9Vliegen op frituurvet

Sommige vliegtuigen gebruiken een mengsel van biodiesel en kerosine
als brandstof. Biodiesel wordt gemaakt uit gebruikt frituurvet.
figuur bij de opgave
371p
Welk milieuvoordeel heeft het vliegen op biodiesel uit frituurvet?
A Het gebruik van biodiesel bespaart grondstoffen.
B Biodiesel is een vorm van fossiele brandstof.
C Er ontstaat geen koolstofdioxide bij de verbranding van biodiesel.
D Het vliegen op biodiesel is goedkoper dan vliegen op kerosine.
Een vliegtuig versnelt voor het opstijgen met 3,3 m/s2 .
383p
Het vliegtuig bereikt in 25 seconde voldoende snelheid om op te stijgen.
• Bereken de snelheid die het vliegtuig dan heeft in km/h.
393p
Het vliegtuig met passagiers en bagage heeft een massa van 70 ton.
• Bereken de kracht die de vliegtuigmotoren tenminste moeten leveren
om op te kunnen stijgen.
402p
Het vliegtuig vliegt van Amsterdam naar Parijs. De vlucht over een
afstand van 510 km duurt één uur en een kwartier.
• Bereken de gemiddelde snelheid tijdens deze vlucht.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

opgave 10Geribbeld geluid

Om geluidsoverlast te verminderen zijn op Schiphol ribbels geplaatst in de
buurt van de startbaan.
Polderbaan Hoofddorp
Een vliegtuig levert bij het starten een geluidsniveau van 90 dB in
Hoofddorp.
Door de ribbels neemt bij de bebouwde kom van Hoofddorp het
geluidsniveau van startende vliegtuigen met 9 dB af.
411p
In welke zone van gehoorgevoeligheid ligt het geluidsniveau in Hoofddorp
na het plaatsen van de ribbels?
A storend bij telefoneren
B hinderlijk
C zeer hinderlijk
D zeer luid
422puitwerkbijlage
De ribbels zijn gemaakt van aarde. Over de invloed van de ribbels op het
geluid van startende vliegtuigen staan twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin op de uitwerkbijlage de juiste mogelijkheid.
Voor het geluidsniveau geldt de volgende regel:
Bij elke halvering van het geluid neemt het geluidsniveau met 3 dB af.
431p
Hoeveel procent van het oorspronkelijke geluid blijft na het plaatsen van
de ribbels over?
A 91%
B 75%
C 25%
D 12,5%

opgave 12natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

Centraal examen vmbo
Tijdvak 1
Opgaven
Aan de secretarissen van het eindexamen van de scholen voor vmbo,
Bij het centraal examen natuur- en scheikunde 1 GL en TL vmbo op donderdag 21 mei,
aanvang 13.30 uur moeten de kandidaten de volgende mededeling ontvangen. Deze
mededeling moet bij het begin van de zitting worden voorgelezen en/of aan de
kandidaten worden uitgereikt.
Op pagina 9 , bij vraag 19 moet de zin
-3
Ze meet dat het signaal in 4,35 · 10 s een afstand van 15,0 meter aflegt.
vervangen worden door:
-2
Ze meet dat het signaal in 4,35 · 10 s een afstand van 15,0 meter aflegt.
Het College voor Toetsen en Examens
Namens deze, de voorzitter,
drs. P.J.J. Hendrikse