tjoefie

natuur- en scheikunde 1 vmbo gl/tl 2016 · tijdvak 2

A4-weergave

bij dit examen

Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.

opgave 1Brulboeiorgel

Hoite heeft een orgel ontworpen dat werkt op de golven van het zeewater.
De tonen ontstaan doordat het golvende water lucht door de buizen perst.
figuur bij de opgave
11puitwerkbijlage
Hoite kan de buizen korter of langer maken. Hiermee verandert hij de
toon. Dit kun je vergelijken met het gebruiken van de korte en lange
snaren van een harp.
In de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het gevolg van het langer
maken van een buis.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
23p
Met een geluidssensor en een oscilloscoop is één toon van het orgel
zichtbaar gemaakt.
figuur bij de opgave
• Bereken de frequentie van deze toon.
31p
Welke grootheid van het geluid verandert als de lucht tijdens een storm
harder door de buizen geperst wordt?
A amplitude
B frequentie
C toonhoogte
D trillingstijd
Hoite geeft een concert met het brulboeiorgel. Een dB-meter naast Hoite
geeft 92 dB aan.
41p
In welke zone ligt dit geluidsniveau?
A rustig
B indringend
C zeer hinderlijk
D zeer luid
E extreem luid
51p
Hoite bespeelt het orgel zonder gehoorbescherming. Hij mag dit maar een
bepaalde tijd doen om geen gehoorbeschadiging op te lopen.
• Noteer deze maximale tijdsduur. Gebruik de tabel ‘Maximale
blootstellingsduur’ in BINAS.
62p
Een dB-meter op 250 meter afstand van het orgel geeft 38 dB aan.
Bij verdubbeling van de afstand neemt het geluidsniveau met 6 dB af.
• Bereken op welke afstand het geluid van het orgel nog maar 20 dB is.

opgave 2Bouwafval

Bouwafval bestaat uit verschillende materialen.
figuur bij de opgave
Een kraan haalt eerst de grote delen uit het afval.
73p
De kraan pakt een stuk beton van 50 dm3 .
• Bereken de massa van dit stuk beton.
Het overgebleven afval komt bij een automatische sorteerinstallatie.
Elektromagneten halen de voorwerpen waar bepaalde metalen in zitten uit
het afval.
81p
Een elektromagneet is aangesloten op een spanningsbron.
• Waaruit bestaat een elektromagneet?
92puitwerkbijlage
Teken in de afbeelding op de uitwerkbijlage vier veldlijnen met hun
richting rond de elektromagneet.
101p
Een elektromagneet heeft een aantal voordelen vergeleken met een
permanente magneet.
• Noteer twee voordelen van een elektromagneet.
112puitwerkbijlage
In de uitwerkbijlage staat een tabel met een aantal verschillende metalen
in het afval.
• Zet een kruisje achter de metalen die de elektromagneet aantrekt.
121p
Ventilatoren blazen plastic uit het afval.
Welke stofeigenschap van plastic maakt deze manier van scheiding
mogelijk?
A de dichtheid
B de massa
C het volume
131p
Het restafval bestaat voor een groot deel uit hout. Dit afval kan men
verbranden of recyclen.
• Noteer een milieuvoordeel om hout te recyclen.

opgave 3Op en af

Sytse doet op school een practicum over energie en vermogen.
Lees de practicuminstructie.
Practicuminstructie
Doel van het practicum:
Bepaal je eigen vermogen.
figuur bij de opgave
- meetinstrumenten
Voorbereiding: - Bepaal je eigen massa.
- Meet de hoogte van een traptrede.
- Tel het aantal traptreden.
Uitvoering: Loop zo snel mogelijk de trap op en meet de tijd die daarvoor nodig is.
Verwerking: - Bereken de toename van jouw zwaarte-energie na het beklimmen van
de trap.
- Bereken het vermogen dat je hebt geleverd bij het beklimmen van
de trap.
Sytse voert de opdracht uit.
Je ziet een aantal momentopnamen tijdens de uitvoering van het
practicum.
figuur bij de opgave
142p
Bij de benodigdheden staat dat er meetinstrumenten nodig zijn.
• Noteer drie meetinstrumenten die zeker nodig zijn.
Een klasgenoot van Sytse noteert de metingen in een tabel.
massa60 kg
hoogte van een trede15 cm
aantal treden22
benodigde tijd7,2 s
153p
Toon met een berekening aan dat de zwaarte-energie van Sytse boven
aan de trap is toegenomen met 1980 J.
162p
Bereken het nuttig vermogen van Sytse bij het naar boven lopen.
171p
Sytse doet het practicum nogmaals, maar loopt nu langzaam de trap op.
Hij wil de zwaarte-energie en het geleverde vermogen van beide metingen
vergelijken.
Welk van de staafdiagrammen past bij de metingen van Sytse?
Legenda:
snel
langzaam
energie vermogen
Legenda:
snel
langzaam
energie vermogen

opgave 4Twike

Lennart heeft een tweedehands Twike gekocht. De Twike is een elektrisch
voertuig op drie wielen.
figuur bij de opgave
In de gebruiksaanwijzing van de Twike staan de volgende gegevens:
accupakketactieradius*
20 Ah130 km
* maximaal af te leggen afstand, gemeten bij een snelheid bij 60 km/h
181p
Tijdens het rijden is er rolweerstand en luchtweerstand.
Lennart gaat harder rijden dan 60 km/h.
Wat kun je dan zeggen over de actieradius van de Twike?
A Die blijft gelijk omdat de elektromotor hetzelfde vermogen levert.
B Die wordt groter omdat de elektromotor meer vermogen moet leveren.
C Die wordt kleiner omdat de elektromotor meer vermogen moet leveren.
194p
Bij het wegrijden bereikt de Twike in 10 s een snelheid van 50 km/h.
De massa van de Twike en Lennart samen is 325 kg.
• Bereken de nettokracht op de Twike bij het wegrijden.
202p
Bij de jaarlijkse onderhoudsbeurt wordt in het onderhoudsboekje
bijgehouden welke afstand er is afgelegd.
figuur bij de opgave
km-stand bij de beurt:
0 0 5 8 3 2 9 km
De boordcomputer geeft aan dat de gemiddelde rijsnelheid sinds de
aankoop 65 km/h is geweest.
• Bereken de tijd die Lennart in zijn Twike heeft gereden.
212p
Lennart heeft de brandstofkosten voor het rijden met zijn benzineauto
uitgerekend. Die kosten zijn € 14,- per 100 km.
Volgens de fabrikant gebruikt de Twike 5 kWh elektrische energie per
100 km.
• Bereken hoeveel Lennart per 100 km bespaart door het gebruik van
de Twike. 1 kWh kost € 0,28.

opgave 5Nachtlampje

Sommige kinderen vinden het prettig als er ‘s nachts wat verlichting is.
Dat kan met een nachtlampje.
figuur bij de opgave
Type: Nightlight F 230V ~ 50Hz 0,6W
221p
Welke elektrische beveiliging heeft dit nachtlampje?
Het lampje heeft een sensor waardoor het lampje automatisch gaat
branden als het donker wordt.
Je ziet een deel van het schakelschema van het lampje.
c b e sensor ?
231p
Welk onderdeel zit er op de plaats van het vraagteken?
A diode
B LED
C LDR
D NTC
E transistor
242puitwerkbijlage
Over het schakelschema staat in de uitwerkbijlage een aantal zinnen.
• Omcirkel in de tweede en derde zin de juiste mogelijkheid.
De weerstand van het lichtgevoelige onderdeel hangt af van de
hoeveelheid licht die erop valt. In het diagram zie je het verband.
De hoeveelheid licht wordt uitgedrukt in de eenheid Lux.
300 hoeveelheid licht (Lux) 250 200 150 100 50 0 0 2 4 6 8 10 12 14 16 weerstand (kΩ)
254p
Het lichtgevoelige onderdeel wordt beschenen met 50 Lux. De spanning
over dit onderdeel is 8,4 V.
• Bereken de stroomsterkte door dat onderdeel. Bepaal eerst de
weerstand met het diagram.

opgave 6Opstaan

Marie heeft moeite met opstaan. Zij heeft een veerzitting gekocht die haar
helpt.
figuur bij de opgave
261p
Je ziet drie situaties tijdens het opstaan.
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
In welke richting verplaatst zich het zwaartepunt van Marie?
A naar voren en omlaag
B naar achteren en omlaag
C naar voren en omhoog
D naar achteren en omhoog
273p
Tijdens het opstaan wordt de veerzitting steeds minder ver ingedrukt.
Je ziet een afbeelding met de kracht die Marie in een bepaalde houding
op de veerzitting in Z uitoefent.
D is het draaipunt en V de plaats waar de veerkracht werkt.
V Z D 24 cm 16 cm 200 N 40 cm
• Bereken met de gegevens in de afbeelding de kracht van de veer
tegen de zitting in punt V .

opgave 7NK schaatsen voor vrouwen

Je ziet een afbeelding tijdens het NK 1000 m schaatsen voor vrouwen.
figuur bij de opgave
282p
Tijdens het schaatsen staat de schaatsster op een schaats.
Haar volledige gewicht van 650 N rust dan op die schaats.
Het contactoppervlak met het ijs is dan 0,46 cm2 .
• Bereken de druk onder de schaats.
293p
De schaatsster (massa = 65 kg) bereikt na een afstand van 60 m een
snelheid van 37,2 km/h.
• Bereken de bewegingsenergie bij die snelheid.
Je ziet een tabel met gegevens over de rondetijden en het vermogen dat
de schaatsster daarbij moet leveren.
rondetijd (s)363432302826
vermogen (W)286331388459552675
302puitwerkbijlage
Zet in het diagram op de uitwerkbijlage alle gegevens uit en teken de
grafiek van het vermogen tegen de rondetijd.
311puitwerkbijlage
Bepaal en noteer op de uitwerkbijlage het vermogen bij een rondetijd van
29 seconden.
323puitwerkbijlage
De schaatsster levert een spierkracht van 36 N en rijdt met constante
snelheid. De luchtweerstand is 80% van de totale wrijving.
• Teken in de uitwerkbijlage de vector van de luchtweerstand én de
vector van de wrijving met het ijs. Noteer de grootte van de
luchtweerstand bij de juiste vector.
333p
Om een ronde van 400 m in een tijd van 32 s te schaatsen is een
voortstuwende kracht nodig.
• Bereken deze kracht. Bereken eerst de geleverde energie.

opgave 8Elektrische vouwfiets

Een vouwfiets mag je gratis meenemen in de trein. Als je na de treinreis
nog ver moet fietsen is een elektrische vouwfiets aangenaam.
Deze geeft je tijdens het fietsen een ‘duwtje in de rug’.
figuur bij de opgave
De elektrische vouwfiets heeft voor het leveren van trapondersteuning
een 36 V accupakket met drie accu’s in serie.
341p
Hoe groot is de spanning van één accu?
A 6 V
B 12 V
C 18 V
D 36 V
De elektromotor is in serie geschakeld met een regelbare weerstand en is
aangesloten op een accupakket.
352puitwerkbijlage
In de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema.
• Maak het schema compleet met de regelbare weerstand en de
elektromotor.
362puitwerkbijlage
Tijdens het fietsen is er in de accu’s sprake van een energieomzetting.
• Noteer in het schema in de uitwerkbijlage de juiste energiesoorten.
Tijdens het fietsen met maximale ondersteuning loopt er door de motor
een stroom van 4,0 A.
372p
Bereken het maximale vermogen van de elektromotor.
382p
De capaciteit van het accupakket is 10 Ah.
• Bereken de tijd dat de elektromotor bij deze stroomsterkte
trapondersteuning kan bieden.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

opgave 9In balance

Ontwerpster Mieke Meijer heeft een lamp met LEDs ontworpen. De lamp
bestaat onder andere uit twee houten delen waarbij één stroomdraad
zorgt voor evenwicht.
LEDs messing strip
figuur bij de opgave
Langs het hout zitten strips van messing. Maken de twee strips contact
dan gaat de lamp branden. Messing is een goede stroomgeleider.
391p
Noteer nog een stofeigenschap van messing.
401p
Waarom gaat de lamp pas branden als de messing strips contact maken?
De lamp (3 V) is met een adapter aangesloten op het lichtnet (230 V).
In de adapter zit onder andere een transformator.
411p
De primaire spoel van de transformator heeft 4000 windingen.
Hoeveel windingen heeft de secundaire spoel (3 V)?
A ongeveer 3
B ongeveer 50
C ongeveer 4000
D ongeveer 30 000
421p
De LEDs in de lamp zijn parallel aangesloten. De LEDs branden.
Wat neem je waar wanneer er één LED stuk gaat?
A Alle LEDs gaan uit.
B Eén LED zal niet branden, de rest blijft even fel branden.
C Eén LED zal niet branden, de rest zal feller branden.
D Eén LED zal niet branden, de rest zal zwakker branden.

opgave 11natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

Centraal examen vmbo
Tijdvak 2
Opgaven
Aan de secretarissen van het eindexamen van de scholen voor vmbo,
Bij het centraal examen natuur- en scheikunde 1 GL en TL vmbo op woensdag 22 juni,
aanvang 13.30 uur, moet de volgende mededeling aan het begin van de zitting bij de
kandidaten bekend zijn.
Op pagina 8 moet vraag 18 worden overgeslagen.
Het College voor Toetsen en Examens
Namens deze, de voorzitter,
drs. P.J.J. Hendrikse