tjoefie

natuur- en scheikunde 1 vmbo gl/tl 2017 · tijdvak 1

A4-weergave

bij dit examen

Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.

opgave 1Thee zetten

Hans drinkt graag thee. Met een elektrische waterkoker brengt hij water
aan de kook.
figuur bij de opgave
12p
De waterkoker (600 W) brengt in 3 minuten een hoeveelheid water aan de
kook.
• Bereken hoeveel energie de waterkoker heeft omgezet.
Hans giet het hete water in een glazen theepot. Hij doet theeblaadjes in
het hete water en legt een deksel op de theepot.
22puitwerkbijlage
Na een tijdje ziet Hans aan de onderkant van het deksel waterdruppels
hangen. Deze waterdruppels ontstaan door een faseovergang.
In de uitwerkbijlage staan over deze faseovergang twee zinnen.
• Maak elke zin compleet.
31p
Als Hans de thee sterk genoeg vindt, schenkt hij de thee door een zeefje
in een theeglas.
Bij welk afval horen de theeblaadjes?
A bij het GFT
B bij het KCA
C bij het restafval
42puitwerkbijlage
Hans vergeet zijn thee op te drinken. De thee is in 30 minuten afgekoeld
van 80 o C ( t = 0) tot de temperatuur in de kamer (20 o C).
• Schets in het diagram op de uitwerkbijlage de grafiek die het verloop
van de temperatuur van de thee weergeeft van t = 0 tot t = 50 minuten.

opgave 2Carbid schieten

Carbid wordt gebruikt bij het melkbusschieten.
carbid + water Carbid gaat samen Het brandbare gas De gassen in de melkbus met water in de dat ontstaat wordt worden heel warm en de ijzeren melkbus. aangestoken. druk neemt toe. De bal vliegt met een knal van de…

carbid + water Carbid gaat samen Het brandbare gas De gassen in de melkbus met water in de dat ontstaat wordt worden heel warm en de ijzeren melkbus. aangestoken. druk neemt toe. De bal vliegt met een knal van de melkbus af.

52puitwerkbijlage
Bij het carbid schieten is sprake van chemische reacties en natuurkundige
processen.
• Zet in de tabel op de uitwerkbijlage in elke regel een kruisje in de
juiste kolom.
61p
Waardoor vliegt de bal (met een knal) van de melkbus af?
In de melkbus wordt:
A de kracht van de gassen op de bal veel groter.
B de totale massa van de stoffen veel groter.
C het oppervlak tussen de gassen en de bal veel kleiner.
72p
In de ijzeren melkbus wordt tijdens de verbranding een temperatuur
bereikt van 700 o C.
• Bereken hoeveel graden Celsius deze temperatuur onder het
smeltpunt van ijzer ligt. Gebruik BINAS.
81p
Na afloop is de melkbus ook aan de buitenkant warm.
Wat is de belangrijkste vorm van warmtetransport die hiervoor zorgt?
A geleiding
B straling
C stroming
91p
Als de gasdruk groot genoeg is, vliegt de bal met een knal van de
melkbus af. Het geluidsniveau op één meter afstand is dan 160 dB.
In welke zone van gehoorgevoeligheid ligt dit geluidsniveau?
A indringend
B extreem luid
C pijngrens
D zeer hinderlijk
101p
Op de verpakking van het carbid zit een etiket.
CCAALLCCIIUUMM--CCAARRBBIIDDEE
Toepassing
CARBID SCHIETEN
Belangrijke aanbevelingen:
Bij het carbid schieten geschikte werkhandschoenen
en een veiligheidsbril dragen. Vormt licht ontvlambaar
acetyleen gas in contact met water en vochtigheid.
Irriteert de ademhalingswegen en de huid. Stof niet
met de ogen direct met water uitspoelen en een arts consulteren. LLQQ Luchtdicht bewaren en verpakking droog houden. UN 1402 Inhoud: 1000 / 5000 gram. Afmeting: 50 - 80 mm.
De pictogrammen op dit etiket zijn verouderd.
Op nieuwe verpakkingen staan andere waarschuwingspictogrammen.
Welk pictogram hoort zeker op het etiket?
A
B
C
D
111p
Op het etiket staat: Inhoud: 1000 / 5000 gram .
Welke natuurkundige grootheid hoort bij de genoemde eenheid?
A gewicht
B massa
C volume

opgave 3Buiklanding

Darren Taylor is stuntman. Hij laat zich vanaf een platform in een ondiep
zwembadje vallen en landt plat op zijn buik.
figuur bij de opgave
121p
Darren klimt langs een ladder naar het platform. De energie die hij
daarvoor nodig heeft, haalt hij uit de verbranding van voedsel.
• Noteer de energiesoort die er in voedsel zit.
Darren klimt naar het platform boven het wateroppervlak en maakt een
vrije val.
132puitwerkbijlage
Je ziet in de uitwerkbijlage vier grafieken. Over die grafieken staan twee
zinnen.
• Zet achter elke zin één kruisje in de kolom die hoort bij de
valbeweging van Darren.
Darren (massa 65 kg) maakt de vrije val tot hij het wateroppervlak van het
zwembadje raakt. Bij de landing in het zwembadje heeft Darren een
bewegingsenergie van 7150 J.
142p
Bereken de snelheid bij het raken van het wateroppervlak.
153p
Bereken de afstand van de vrije val.
Bij de landing in het zwembadje heeft Darren een energie van 7150 J.
Zijn remweg in het water is 0,30 m.
162p
Bereken de kracht op het lichaam van Darren tijdens het afremmen.
172puitwerkbijlage
Darren landt plat op zijn buik.
Vergelijk de landing waarbij hij op zijn buik landt met een landing waarbij
hij rechtop naar beneden valt.
• Omcirkel in elke zin in de uitwerkbijlage de juiste mogelijkheid.

opgave 4Vogelbescherming

Er is een rookmelder in de vorm van een vogel. In de rookmelder zit een
LDR. Marion onderzoekt de werking van de rookmelder.
Je ziet een afbeelding van de rookmelder met ernaast een vereenvoudigd
schakelschema.
1 2 rook +-
182puitwerkbijlage
Over de werking van deze schakeling staan in de uitwerkbijlage een
aantal zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
191p
Op de rookmelder zit een testknop om de batterij te testen.
Bij het indrukken van deze knop onderbreek je een stroomkring en maakt
de zoemer geluid.
Op welke plaats zit deze testknop?
+- 1 2 3 4
A op plaats 1
B op plaats 2
C op plaats 3
D op plaats 4
Marion maakt het geluid van de rookmelder zichtbaar op het scherm van
een oscilloscoop.
figuur bij de opgave
201p
Welk hulpmiddel heeft Marion daarbij gebruikt?
A luidspreker
B microfoon
C toongenerator
213p
Bereken met het oscilloscoopbeeld de frequentie van het geluid.
Marion meet de geluidssterkte met een dB-meter. Ze leest 85 dB af.
222puitwerkbijlage
In de uitwerkbijlage staat een afbeelding van de instelknop voor het
meetbereik en een afbeelding van het display.
• Zet een kruisje in het vak bij juiste meetbereik (Hi of Lo) en geef op de
schaalverdeling van het display aan waar de wijzer staat.
232p
Marion beweert dat ze tijdens het testen geen gehoorbescherming hoeft
te dragen.
• Leg uit of Marion gelijk heeft. Gebruik de tabel ‘Maximale
blootstellingsduur’ in BINAS.
242p
In de rookmelder zit een volle batterij met een capaciteit van 1200 mAh.
De stroomsterkte door de schakeling is in de stand-by stand 0,16 mA.
• Bereken na hoeveel tijd de batterij leeg zal zijn in de stand-by stand.

opgave 5Dalende spanning

René en Jeroen onderzoeken tijdens de natuurkundeles een
transformator. De primaire spoel van de transformator is via een
energiemeter aangesloten op netspanning.
figuur bij de opgave
de werkende opstelling van René en Jeroen
252puitwerkbijlage
In de uitwerkbijlage staat een tabel over onderdelen in een transformator.
• Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.
Op de secundaire spoel is een autolampje aangesloten. Ze meten de
spanning over en de stroom door het lampje.
262puitwerkbijlage
In de uitwerkbijlage staat een afbeelding met een deel van het
vereenvoudigde schakelschema.
• Maak het schema compleet met lampje, spanningsmeter en
stroommeter.
272p
Jeroen sluit het autolampje (45 W / 12 V) aan op een spanning van 12 V.
• Bereken de stroomsterkte die Jeroen op de stroommeter afleest.
281p
René vergelijkt de stroomsterkte die de energiemeter aangeeft met de
stroomsterkte door het autolampje.
De stroomsterkte die de energiemeter aangeeft is:
A even groot
B groter
C kleiner
292p
René leest op de primaire spoel ( Up = 230 V) af dat deze 500 windingen
heeft. De secundaire spanning is 12 V.
• Bereken het aantal windingen van de secundaire spoel. Neem hier
aan dat de transformator ideaal is.
301p
De transformator is niet ideaal.
• Hoe kunnen René en Jeroen dit tijdens het uitvoeren van de proef
waarnemen?
312p
René leest op de energiemeter af dat het opgenomen vermogen van de
transformator 85 W is.
Het autolampje brandt met een elektrisch vermogen van 45 W.
• Bereken het rendement van deze transformator.

opgave 6Happy birds

Een vetbol helpt vogels de winter door te komen.
figuur bij de opgave
De vetbol heeft een massa van 84 gram en een gemiddelde dichtheid van
0,96 g/cm3 .
322p
Bereken het volume van de vetbol.
331p
Je ziet drie afbeeldingen van de bol die in een bekerglas met water is
gelegd.
Welke afbeelding geeft de plaats van de vetbol in het water juist weer?
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
A B
De vetbol zit met een constructie aan het raam.
figuur bij de opgave
341p
De zuignappen zijn van plastic.
• Noteer een materiaaleigenschap die plastic geschikt maakt voor deze
toepassing.
353puitwerkbijlage
In de uitwerkbijlage staat een schematische afbeelding van de constructie
met krachten in punt P.
• Bepaal met een constructie de resulterende kracht van Fs en Fz .
Noteer de grootte van deze kracht onder de afbeelding.

opgave 7Black box

Wietse krijgt bij een practicum elektriciteit drie gesloten doosjes met elk
twee aansluitingen. In elk doosje zit een schakeling.
De docent geeft hem een stickervel met afbeeldingen van de drie
schakelingen.
de drie doosjes
+ - + - + - het stickervel
Wietse onderzoekt welke schakeling in elk doosje zit.
362p
Hij heeft een regelbare gelijkspanningsbron en een stroommeter.
• Beschrijf hoe Wietse controleert in welk doosje de diode zit.
Wietse plakt op dat doosje de sticker van de diode en neemt een van
andere twee doosjes.
Hij meet bij dat doosje de stroomsterkte bij verschillende spanningen.
Van zijn metingen maakt hij een diagram.
0,150 I (mA) 0,100 0,075 0,050 0,025 0 0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 U (V)
371p
Noteer de naam van dit verband tussen spanning en stroom.
382p
Wietse trekt de conclusie dat in dit doosje een weerstand zit.
• Bereken de grootte van de weerstand in het doosje.
Wietse plakt op dit doosje de sticker van de weerstand.
392p
Wietse sluit dan ter controle het derde doosje aan. Hij meet de
stroomsterkte bij verschillende spanningen en tekent de grafiek.
I U
Over deze grafiek staan in de uitwerkbijlage twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Op het derde doosje plakt Wietse de sticker van het lampje en levert de
doosjes in bij zijn docent.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

opgave 8Autotest

Een sportauto wordt getest op optrekken en afremmen.
figuur bij de opgave
Je ziet de metingen bij het optrekken van de auto.
tijd (s)snelheid (km/h)
0,00
1,040
3,0100
5,5150
7,5180
9,5200
Op de uitwerkbijlage staat een diagram.
403p
Zet in het diagram alle meetpunten uit en teken de grafiek van de snelheid
tegen de tijd.
411puitwerkbijlage
Bepaal en noteer op de uitwerkbijlage de tijd die de sportauto nodig heeft
om op te trekken tot een snelheid van 70 km/h.
421p
Wat is juist over de versnelling tijdens de beweging?
A De versnelling blijft constant.
B De versnelling neemt af.
C De versnelling neemt toe.
431p
Wat is juist over de totaal tegenwerkende kracht bij toenemende
snelheid?
A Deze kracht blijft gelijk.
B Deze kracht neemt af.
C Deze kracht neemt toe.
443p
Bij een snelheid van 100 km/h remt de sportauto. De auto staat in 2,3 s
stil.
• Bereken de vertraging van deze sportauto tijdens het remmen.