tjoefie

natuur- en scheikunde 1 vmbo gl/tl 2017 · tijdvak 2

A4-weergave

bij dit examen

Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.

opgave 1Gymzaalgeluid

Shirley en Senna zien dat de gymlerares tijdens de gymles oordopjes in
heeft.
Voor hun sectorwerkstuk zoeken ze uit of dat nodig is.
figuur bij de opgave
Op hun smartphone staat een app (programma) om het geluidsniveau te
meten.
11p
Ze testen de app door de smartphone bij een apparaat de houden.
Ze zetten het apparaat aan en uit.
Je ziet een afbeelding van hun geluidsopname.
110 geluids niveau (dB) 100 90 80 70 60 50 0 tijd
Bij welk apparaat hoort deze geluidsopname? Gebruik de tabel
ʽ Gehoorgevoeligheid’ in BINAS.
A autoclaxon op 1 m
B elektrisch scheerapparaat
C haardroger
D mp3 speler voluit spelend
21p
Shirley en Senna meten met hun smartphone het geluidsniveau tijdens de
gymlessen. Ze vinden een gemiddeld geluidsniveau van 92 dB.
Op die dag is de lerares gedurende 7 uur in de gymzaal.
• Noteer de reden dat de lerares oordopjes in heeft. Gebruik bij je
antwoord de tabel ‘Maximale blootstellingsduur’ in BINAS.
32puitwerkbijlage
De lerares zegt dat ze vooral last heeft van geluid dat in de gymzaal
weerkaatst.
Shirley en Senna sluiten hun sectorwerkstuk daarom af met een
aanbeveling.
Je ziet in de uitwerkbijlage twee zinnen uit de aanbeveling.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

opgave 2Luchtig te werk

Hilbert heeft een luchtkrik die met uitlaatgassen wordt opgeblazen.
figuur bij de opgave
In de handleiding staan gegevens van deze luchtkrik.
hoogte (opgeblazen)50 cm
oppervlakte grondvlak (opgeblazen)1850 cm2
hefvermogen1500 kg
41p
Welke natuurkundige grootheid hoort bij de eenheid kg?
A gewicht
B kracht
C massa
D vermogen
52p
Voor het verwisselen van een wiel krikt Hilbert zijn auto op met de
luchtkrik.
De luchtkrik is in 3 minuten volledig opgeblazen. De uitlaatgassen leveren
daarbij 3600 J nuttige energie.
• Bereken het nuttig vermogen van de luchtkrik.
63p
De totale kracht van de luchtkrik op het grondvlak is 7,2 kN.
• Bereken de druk onder de luchtkrik in kPa.
72puitwerkbijlage
Na het verwisselen van het wiel laat Hilbert de luchtkrik leeg lopen. Begint
de auto te zakken, dan is er sprake van een energieomzetting.
• Zet in het schema op de uitwerkbijlage een kruisje achter de juiste
energiesoort voor en na deze energieomzetting.

opgave 3Malen

Bij een opgraving is een maal-installatie gevonden. De paal die gebruikt
werd bij het ronddraaien van de maalsteen is afgebroken.
figuur bij de opgave
81puitwerkbijlage
Je ziet in de uitwerkbijlage een schematisch bovenaanzicht van de maal-
installatie.
• Teken in de afbeelding met een vector de juiste richting van de
spierkracht in S om de steen rond te draaien. Gebruik een vector met
een lengte van 2 cm.
figuur bij de opgave
93p
Om de maalsteen met constante snelheid in beweging te houden, was
een spierkracht nodig van 275 N. De rolweerstand van de draaiende
maalsteen was in die situatie 750 N.

opgave 4Die spierkracht werd op een afstand l tot het draaipunt D van de

installatie geleverd.
• Bereken de afstand l. Gebruik de momentenwet en het gegeven in de
afbeelding.

opgave 5Trillend zaagblad

Max en Anne doen een practicum over het trillen van een zaagblad.
Je ziet een deel van de opdracht.
Opstelling:
• Maak het zaagblad vast aan het statief (zie afbeelding).
• Bevestig een blokje van 50 gram aan het uiteinde van het zaagblad.
Meten:
• Breng het zaagblad in trilling.
• Meet met een stopwatch de tijd die nodig is voor 10 trillingen.
• Noteer die tijd in een tabel.
• Herhaal de meting 2x en bereken de gemiddelde tijd.
de meetopstelling
Je ziet een tabel met hun meetresultaten.
10 trillingentijd (s)
meting 14,14
meting 24,10
meting 34,12
gemiddelde tijd4,12
103p
Bereken de frequentie van het trillende zaagblad.
Het doel van de proef is:
‘Bepaal het verband tussen de trillingstijd en de massa aan het zaagblad’.
Max en Anne klemmen daarvoor aan het zaagblad een steeds grotere
massa.
Ze brengen het zaagblad in trilling en berekenen steeds de trillingstijd.
Je ziet een tabel met hun meetresultaten.
massa (g)trillingstijd (s)
500,41
1000,58
1500,71
2000,82
2500,92
113puitwerkbijlage
Zet in het diagram op de uitwerkbijlage alle meetpunten uit en teken de
grafiek van de trillingstijd tegen de massa.
121puitwerkbijlage
Bepaal en noteer op de uitwerkbijlage de massa van het blokje bij een
trillingstijd van 0,75 s.
131p
Max en Anne verplaatsen het zaagblad een stukje naar rechts.
voor het verplaatsen
na het verplaatsen
Aan het uiteinde klemmen ze een massa van 200 g.
Wat is juist over de trillingstijd van het zaagblad in deze stand?
A meer dan 0,82 s
B minder dan 0,82 s
C ook 0,82 s

opgave 6Leg Press

Mitch traint zijn beenspieren met een apparaat.
figuur bij de opgave
Om zijn beenspieren te belasten, kan Mitch gewichten aan een halter van
het apparaat bevestigen. Deze gewichten zijn schijven van metaal.
143p
De gewichten hebben samen een massa van 120 kg. Het totale volume
van de gewichten is 15,3 dm3 .
• Bereken de dichtheid en noteer van welk metaal de gewichten
gemaakt kunnen zijn.
152puitwerkbijlage
Er zijn ook even zware gewichten met een rubberen buitenlaag.
Vergelijk een gewicht mét rubberen buitenlaag met een gewicht zónder
die laag.
Je ziet in de uitwerkbijlage drie zinnen.
• Omcirkel in de tweede en derde zin de juiste mogelijkheid.
Mitch duwt de halter met gewichten omhoog.
figuur bij de opgave
162p
Bereken met de gegevens in de afbeelding de toename van de zwaarte-
energie van de halter met gewichten bij het omhoog duwen.
Mitch duwt de halter zo hoog mogelijk. Zijn benen zijn dan gestrekt.
Je ziet in de uitwerkbijlage een afbeelding met de zwaartekracht op de
halter met gewichten (140 kg) in die stand.
172p
Toon met een berekening aan dat de krachtenschaal 1 cm ≙ 400 N is.
Noteer je berekening op je eigen antwoordblad.
183p
Bepaal met een constructie de kracht van de halter met gewichten op de
benen. Noteer de grootte onder de afbeelding.
191p
Er bestaan meer apparaten om beenspieren te trainen. Bij elk apparaat
worden even zware gewichten verplaatst.
Bij welk apparaat moet Mitch de grootste spierkracht leveren?
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
figuur bij de opgave
A B

opgave 7Valhelm

Erik en Maarten testen de werking van een valhelm.
figuur bij de opgave
201p
De valhelm heeft een zachte binnenkant.
• Noteer een veiligheidsvoorziening in een auto waarmee de zachte
binnenkant te vergelijken is.
211p
Wat is juist over het nut van het dragen van een valhelm bij een val?
A De valhelm vergroot de reactietijd van het hoofd.
B De valhelm verkleint de remtijd van het hoofd.
C De valhelm vergroot de remweg van het hoofd.
D De valhelm verkleint de remweg van het hoofd.
Maarten laat de helm (massa 1,3 kg) vanaf de derde verdieping vallen.
223p
De helm raakt de grond met een snelheid van 50 km/h.
• Bereken van welke hoogte hij de helm heeft laten vallen.
232puitwerkbijlage
Je ziet in de uitwerkbijlage vier grafieken. Over die grafieken staan twee
zinnen.
• Zet achter elke zin één kruisje in de kolom die hoort bij de beweging
van de valhelm.
242p
Na de val bekijkt Erik de helm (massa 1,3 kg). De helm is ingedeukt.
Uit deze indeuking berekent hij dat de helm bij het neerkomen een
vertraging kreeg van 2,3 · 103 m/s2 .
• Bereken de grootte van de kracht die tijdens het indeuken op de helm
heeft gewerkt.

opgave 8Slagroom

Voor het maken van verse slagroom kun je een slagroomspuit gebruiken.
In de houder van de slagroomspuit doe je vloeibare room.
Op de houder sluit je een patroon met stikstof aan.
figuur bij de opgave
Het stikstof in de patroon is onder hoge druk samengeperst tot een
vloeistof.
251p
Op de patroon staat dit veiligheidspictogram.
figuur bij de opgave
In welke categorie hoort dit pictogram?
A gebod
B verbod
C waarschuwing
D brandpreventie
262p
Druk je de greep van de slagroomspuit in, dan stroomt het stikstof in
gasvorm uit het patroon. Dit stikstofgas blaast de room op tot verse
slagroom.
• Leg uit of er sprake is van een chemische reactie of een natuurkundig
proces als het stikstof gasvormig wordt.

opgave 9Naafdynamo

Een naafdynamo is een fietsdynamo
die in de naaf van het voorwiel van
een fiets is ingebouwd.
figuur bij de opgave
272p
Noteer de twee belangrijkste onderdelen in een dynamo waarmee
elektrische energie wordt opgewekt.
281p
De behuizing (buitenkant) van de naafdynamo is gemaakt van aluminium.
Welke stofeigenschap maakt aluminium geschikt als behuizing?
A corrosiebestendigheid
B elektrische geleider
C glanzend oppervlak
293puitwerkbijlage
Op de naafdynamo zijn een voorlampje en een achterlampje parallel
aangesloten. Met één schakelaar worden beide lampjes in- of
uitgeschakeld.
• Teken op de uitwerkbijlage het schakelschema.
Het vermogen van de dynamo hangt af van de snelheid waarmee je fietst.
Je ziet een tabel met gegevens bij een bepaalde snelheid.
naafdynamo 
spanning6,0 V
opgenomen vermogen4,8 W
afgegeven vermogen3,0 W
lampjes 
vermogen voorlampje2,4 W
vermogen achterlampje0,6 W
302p
Bereken de stroomsterkte door het voorlampje als dit op de naafdynamo
is aangesloten.
312puitwerkbijlage
Over de fietslampjes staan op de uitwerkbijlage drie zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
322p
Bereken het rendement van de naafdynamo bij deze snelheid.
331p
Van de naafdynamo zie je een grafiek van het opgenomen vermogen
tegen de snelheid.
8 Pop (W) 6 4 2 0 0 5 10 15 20 25 v (km/h)
Bij welke snelheid is het afgegeven vermogen van de naafdynamo
3,0 W?
A 10,2 km/h
B 17,0 km/h
C 22,0 km/h

opgave 10Schemerschakelaar

Jurian heeft een bouwpakket voor een schemerschakelaar.
Met deze schakeling gaat een lamp branden als het donker wordt.
figuur bij de opgave
341p
Voor het onderdeel dat maar in één richting stroom doorlaat, staat in de
handleiding een waarschuwing:
Let op de plus- en de min-pool!
Bij welk elektronica-onderdeel hoort deze waarschuwing?
A diode
B LDR
C relais
D weerstand
In het bouwpakket zitten elektronica-onderdelen en een printplaatje.
Je ziet de printplaat waarop Jurian al een deel van de onderdelen heeft
gesoldeerd.
figuur bij de opgave
353p
Op de printplaat heeft Jurian twee weerstanden van 150 k Ω en 47 k Ω
parallel gesoldeerd.
• Bereken de vervangingsweerstand van deze twee weerstanden.
De schemerschakelaar zorgt ervoor dat een lamp gaat branden als het
donker wordt. Je ziet een vereenvoudigd schema van de schakeling.
In de getekende situatie valt er licht op de LDR en de lamp is uit.
1 2 LDR + 3 -
12 V
361p
In het schema staan drie punten aangegeven.
Waar is de stroom het kleinst als er licht op de LDR valt?
A punt 1
B punt 2
C punt 3
372puitwerkbijlage
Het wordt donker. Op de uitwerkbijlage staan over deze situatie een
viertal zinnen.
• Omcirkel in de tweede en vierde zin de juiste mogelijkheid.
382p
Als het donker is, brandt de lamp. De weerstand van de lamp is dan
5,7 Ω .
• Bereken de stroomsterkte door de lamp in deze situatie.
391p
Jurian heeft na zijn soldeerwerk resten (soldeer)tin.
Bij het verzamelpunt van de gemeente wordt dit afval in de blikbak
verzameld.
• Wat gebeurt er met dit afval? Gebruik BINAS.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

opgave 11Varend bad

Frank heeft een boot waarin je tijdens het varen een warm bad kunt
nemen. Een houtkachel zorgt voor het verwarmen van het water in de
boot.
figuur bij de opgave
402p
Om het water in de boot op temperatuur te brengen, verstookt Frank
droog hout. Daarbij komt 136 · 106 J warmte vrij.
• Bereken de massa aan hout die hierbij verstookt is. Gebruik de tabel
‘Verbrandingswarmte van enkele stoffen’ in BINAS.
411p
Bij de verbranding van hout ontstaan verbrandingsgassen. Een daarvan is
zwaveldioxide.
Wat is het gevolg van zwaveldioxide voor het milieu?
A versterkt broeikaseffect
B zure regen
C thermische verontreiniging