bij dit examen
Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.
opgave 1Gedeeld geluid
Een smartphone kun je gebruiken om muziek af te spelen. Met een
versterker en een luidspreker kunnen meerdere mensen naar deze
muziek luisteren.
11pJe ziet afbeeldingen van een signaal voor en na de versterker.
Over het versterkte signaal staan op de uitwerkbijlage twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
22pDe luidspreker bestaat uit drie onderdelen. De conus is een van deze
onderdelen.
• Noteer de namen van de twee onderdelen die ervoor zorgen dat de
conus trilt.
34pDe hoogste toon die de luidspreker weer kan geven, heeft een trillingstijd
van 0,040 ms.
• Bereken de frequentie en leg uit of deze toon hoorbaar is voor de
mens. Noteer het gehoorbereik van de mens bij je uitleg.
De smartphone laat muziek horen met een geluidsniveau van maximaal
88 dB. Door het gebruik van de versterker wordt dat verhoogd tot 94 dB.
Voor het geluidsniveau geldt:
Bij elke verdubbeling van het geluid neemt het geluidsniveau met 3 dB toe.
42puitwerkbijlageVergelijk het geluid van 94 dB met het geluid van 88 dB.
Over deze geluiden staan op de uitwerkbijlage drie zinnen.
• Noteer in de eerste twee zinnen de juiste waarde en omcirkel in de
derde zin de juiste mogelijkheid. Gebruik de tabel ‘Maximale
blootstellingsduur’ in BINAS.
51pIn welke zone valt het maximale geluidsniveau van de luidspreker?
A hinderlijk
B zeer hinderlijk
C zeer luid
D extreem luid
opgave 2Schakeling doormeten
Marlou en Luuk sluiten een
weerstand aan op een variabele
spanningsbron.
Ze willen de spanning over en de
stroom door een weerstand meten.
Je ziet een afbeelding van hun
opstelling.
Marlou sluit de spanningsmeter aan. Dan stelt zij de spanningbron in op
2,0 V.
62puitwerkbijlageLuuk meet de spanning zo nauwkeurig mogelijk.
Je ziet op de uitwerkbijlage een afbeelding met de aansluitingen voor het
meetbereik en de schaalverdeling van de spanningsmeter.
• Kruis het juiste meetbereik aan en teken de wijzer op de
schaalverdeling vanuit P in de juiste stand.
72pLuuk meet met een stroommeter een stroomsterkte van 25 mA.
• Bereken de grootte van de weerstand die is aangesloten.
Marlou neemt twee andere
weerstanden en sluit die aan.
Je ziet een afbeelding van deze
situatie met de grootte van elke
weerstand.
82pBereken de vervangingsweerstand van de weerstanden R1 en R2 .
91puitwerkbijlageVergelijk de spanning over en de stroomsterkte door R2 met de spanning
over en de stroomsterkte door R1.
• Omcirkel in elke zin op de uitwerkbijlage de juiste mogelijkheid.
opgave 3Speelmomentje
In een speeltuin staat een bijzondere wip. Op deze wip kan een kind in
zijn eentje wipwappen.
De wip bestaat uit een balk met links van het draaipunt D een bak met
stenen en rechts een rek waar een kind aan kan hangen.
Je ziet een afbeelding met Leon die de wip in evenwicht heeft gebracht.
101pHet materiaal van de balk is homogeen.
• Wat betekent homogeen?
De bak is gevuld met stenen. De totale massa van de stenen is 32 kg.
114pHet volume van de stenen in de bak is 1,2 · 104 cm3 .
• Bereken de dichtheid van deze stenen en noteer uit welke stof deze
steensoort bestaat. Gebruik de tabel ‘Gegevens van enkele vaste
stoffen’ in BINAS.
123pBereken het gewicht van Leon. Gebruik de momentenwet. Verwaarloos
hierbij de massa van de bak waarin de stenen zitten en van het rek
waaraan Leon hangt.
132puitwerkbijlageLeon verplaatst zich in de richting van D .
Over het gevolg van deze verplaatsing staan op de uitwerkbijlage drie
zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
opgave 4Wiebelstep
Tijsje heeft een speciale step.
Deze step wordt aangedreven door de
voetenplank op en neer te bewegen.
141pJe ziet drie afbeeldingen van Tijsje op haar step.
In welke afbeelding is het massamiddelpunt M van Tijsje juist geplaatst?
152puitwerkbijlageVan een rit op de step is een s , t -diagram gemaakt. Dit staat op de
uitwerkbijlage.
In het diagram zijn vier delen van de grafiek met een letter aangegeven.
Bij ieder deel van de grafiek hoort een soort beweging.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel met vier letters en mogelijke
bewegingen.
• Zet achter elke letter één kruisje bij de juiste beweging.
Tijsje test de handrem van haar step. Zij stept op volle snelheid en remt
dan voluit. Van deze test is een v , t -diagram gemaakt.
161pNoteer de beginsnelheid van Tijsje in km/h.
174pBereken de afstand die Tijsje aflegt tijdens het remmen vanaf t = 0,8 s.
Gebruik het diagram.
De vertraging tijdens het remmen is 2,1 m/s2 .
182pToon deze vertraging met een berekening aan. Gebruik het diagram.
192pDe massa van Tijsje en de step samen is 45 kg.
• Bereken de nettokracht tijdens het remmen.
201pDe rem op het achterwiel wordt warm bij het remmen.
Welke kracht zorgt voor het warm worden?
A luchtweerstand
B rolweerstand
C spierkracht
D wrijvingskracht
E zwaartekracht
opgave 5Motorkraan
Een motor is in en uit een vrachtwagen te takelen met een motorkraan.
211pDe constructie van de kraan is gemaakt van staal. Het staal is geverfd om
roesten te voorkomen.
• Noteer nog een manier om staal tegen roesten te beschermen.
222pJe ziet een afbeelding van het bovenste deel van de kraan.
In de afbeelding zijn drie onderdelen genummerd:
de balk (1), de cilinder (2) en de ketting (3).
• Geef in de tabel op de uitwerkbijlage voor elke plaats met een kruisje
aan of er sprake is van een duwkracht, een trekkracht of duw- en
trekkracht.
Op de uitwerkbijlage staat een afbeelding van de kraan met aan het
uiteinde een motor. De kracht van de motor op het punt P is 9000 N.
231pDe gebruikte krachtenschaal is 1,0 cm ≙ 1500 N.
• Toon dit met een berekening aan.
243pBepaal met een constructie de kracht in ketting K vanuit P . Noteer de
grootte van de kracht naast de afbeelding.
252pDe motor wordt 30 cm opgetakeld.
• Bereken de benodigde arbeid.
opgave 6Aanrecht
Jorike en Flip kopen een nieuwe keuken. In een showroom bekijken ze
verschillende aanrechtbladen.
262pFlip staat bij een eikenhouten aanrechtblad met een metalen spoelbak. Hij
legt zijn linkerhand op het aanrechtblad en zijn rechterhand op de
spoelbak.
• Noteer welk materiaal kouder aanvoelt en geef daarvan de reden.
271pJorike vraagt de verkoper met welk schoonmaakmiddel ze de metalen
spoelbak moet schoonmaken. Volgens de verkoper mag het middel niet
corrosief zijn.
Welk van de volgende pictogrammen geeft aan dat een stof corrosief is?
282pIn de showroom staat ook een volledig metalen aanrechtblad.
Jorike zegt dat elektrische apparaten op het aanrecht staan. Ze vindt
daarom een metalen aanrecht minder veilig dan een aanrecht met een
blad van graniet of eikenhout.
• Leg uit of je het met Jorike eens bent.
opgave 7Bijverwarmen
Een koude schuur kun je verwarmen met een petroleumkachel.
De brandstof steek je aan met een elektrische gloeidraad.
petroleumkachel
293puitwerkbijlageDe gloeidraad is via een drukschakelaar aangesloten op twee batterijen.
De spanning over en de stroomsterkte door de gloeidraad worden
gemeten.
Je ziet op de uitwerkbijlage een deel van het schakelschema.
• Maak het schakelschema compleet met de twee batterijen, een
drukschakelaar, spanningsmeter en stroommeter.
Als de gloeidraad is ingeschakeld, loopt er een stroomsterkte van 4,8 A.
302pDe batterijen leveren samen een spanning van 3,0 V.
• Bereken het geleverde vermogen.
313pHet aansteken van de petroleum duurt 15 s. De totale capaciteit van de
batterijen is 2,4 Ah.
• Noteer het aantal keer dat de kachel aangestoken kan worden.
Bereken eerst de tijd dat de batterijen een stroomsterkte van 4,8 A
kunnen leveren.
opgave 8Water warmer
Doede en Emiel onderzoeken tijdens de natuurkundeles het verband
tussen energie en temperatuur. Zij gebruiken bij de meting een
energiemeter en een thermometer. In een dubbelwandig theeglas zetten
zij de thermometer en een dompelaar als verwarmingselement.
de opstelling voor de proef
Doede schenkt 250 mL water in een dubbelwandig theeglas.
321puitwerkbijlageJe ziet op de uitwerkbijlage twee zinnen over deze hoeveelheid water.
• Noteer in elke zin het ontbrekende getal.
331pEmiel hangt de dompelaar in het water van het theeglas. Aan het snoer
van de dompelaar zit een stekker met randaarde.
Wanneer schakelt de aardlekschakelaar de spanning over de dompelaar
uit?
A als de fasedraad de nuldraad raakt
B als de fasedraad het metaal van de dompelaar raakt
C als de stroomsterkte door de dompelaar te groot is
D als de weerstand van de dompelaar te groot is
Emiel sluit de dompelaar via een energiemeter aan op netspanning
(230 V).
341pIn de dompelaar zit een gloeispiraal. Via een laag samengeperst poeder
geeft die zijn warmte af aan het metaal van de dompelaar.
Door welke vorm van warmtetransport wordt het metaal van de dompelaar
warm?
A geleiding
B straling
C stroming
Emiel start de tijd en leest elke minuut op de energiemeter het
energiegebruik af. Doede meet met een thermometer de temperatuur van
het water. Je ziet een tabel met hun meetresultaten.
| E (kWh) | 0,000 | 0,005 | 0,010 | 0,015 | 0,020 | 0,025 | 0,030 |
| T (o C) | 16 | 29 | 44 | 60 | 72 | 85 | 100 |
353puitwerkbijlageZet in het diagram op de uitwerkbijlage alle meetpunten uit en teken de
grafiek.
361pWat is de naam van het wiskundige verband tussen temperatuur en
energie?
A evenredig
B lineair
C omgekeerd evenredig
371pDe begintemperatuur van het water is 16 o C.
Wat is deze temperatuur in K?
A -257 K
B -289 K
C 257 K
D 289 K
381pNoteer de reden waarom het water tijdens de proef niet warmer wordt dan
100 o C.
391pDe dompelaar zet 0,030 kWh (108 kJ) aan elektrische energie om bij het
verwarmen tot 100 o C. Het water heeft dan 88 kJ energie opgenomen.
Hoeveel procent van de energie gaat verloren?
A 12%
B 19%
C 81%
D 88%
401puitwerkbijlageDoede en Emiel herhalen de proef nog twee keer.
Bij de tweede proef gebruiken ze een dompelaar met een groter
vermogen. Bij de derde proef vullen ze het theeglas met meer water.
Op de uitwerkbijlage staat het diagram met de grafieken die ze tekenen
van de temperatuur tegen de tijd.
Over deze grafieken staan twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid. Grafiek 1 hoort bij de
eerste proef.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
opgave 9Code rood in China
Lees het krantenartikel.
Steenkoolverbranding in China heeft
geleid tot een code rood voor
luchtvervuiling.
De waarschuwing geldt voor drie
dagen in de hoofdstad Beijing.
411pFijnstof bestaat uit schadelijke stofdeeltjes met een afmeting die kleiner
zijn dan 2,5 micrometer.
Welke lengte komt overeen met 2,5 micrometer?
A 2,5 · 109 m
B 2,5 · 106 m
C 2,5 · 103 m
D 2,5 · 10-3 m
E 2,5 · 10-6 m
F 2,5 · 10-9 m
422puitwerkbijlageNaast de uitstoot van fijnstof ontstaan er bij steenkoolverbranding gassen
die nadelige effecten op het milieu hebben.
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over deze milieueffecten.
• Maak elke zin compleet.
431puitwerkbijlageIn China wordt steenkool verbrand als energiebron voor stadsverwarming.
Over steenkoolverbranding staan op de uitwerkbijlage twee zinnen.
• Omcirkel in de eerste zin de juiste mogelijkheid en maak de tweede
zin compleet.