bij dit examen
Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.
opgave 1Snelle werper
Bij honkbal wordt een bal met hoge snelheid naar de slagman geworpen.
Die slaat met zijn honkbalknuppel de bal het speelveld in.
Van de beweging van een bal na de worp, is op verschillende tussentijden
de afgelegde weg gemeten.
Je ziet een tabel van de gegevens.
| t (s) | s (m) |
| 0,0 | 0,0 |
| 0,10 | 4,2 |
| 0,20 | 8,4 |
| 0,36 | 15,0 |
| 0,44 | 18,5 |
13puitwerkbijlageZet in het diagram op de uitwerkbijlage alle meetpunten uit en teken de
grafiek.
21pHoe groot is de gemiddelde snelheid van de bal tijdens de beweging na
de worp?
A 21 km/h
B 42 km/h
C 135 km/h
D 151 km/h
31pJe ziet een aantal v , t -diagrammen.
Welk diagram hoort bij de beweging na de worp?
42pOp het moment dat de bal een afstand van 9,0 m heeft afgelegd, begint
de slagman zijn honkbalknuppel in beweging te brengen.
• Bepaal hoeveel tijd de slagman dan nog heeft om de honkbalknuppel
in de juiste positie te brengen om de bal te raken.
53pDe bal heeft een massa van 145 g. De honkbalknuppel geeft de bal een
versnelling van 550 m/s2 .
• Bereken de kracht van de honkbalknuppel op de bal.
opgave 2Bij(de)verwarming
In de winter kun je
kachel op netspanning
bijverwarming gebruiken.
De kachel heeft twee verwarmingsdraden ( R1 en R2 ). Je ziet het
vereenvoudigde schakelschema van deze verwarming.
63pDe verwarmingsdraad R1 wordt ingeschakeld.
• Bereken het vermogen van deze verwarmingsdraad.
Beide verwarmingsdraden worden ingeschakeld.
72pBereken de vervangingsweerstand van de twee verwarmingsdraden.
82puitwerkbijlageOver de ingeschakelde verwarmingsdraden staan op de uitwerkbijlage
drie zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
91pHet energiegebruik van deze kachel hangt onder andere af van het
ingeschakelde vermogen.
• Noteer de grootheid die nog nodig is om het energiegebruik te
berekenen.
102puitwerkbijlageHet aansluitsnoer van de kachel is voorzien van een stekker met
randaarde.
In de huisinstallatie zit een aantal beveiligingen die de spanning
uitschakelen bij een storing. Elke groep heeft een zekering van 16 A.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel met drie afbeeldingen van een
mogelijke storing.
• Zet achter elke beveiliging één kruisje in de juiste kolom.
opgave 3Practicum krachtmeter
Liesbeth en Esmee doen een practicum met krachtmeters, blokjes, een
touw en twee statieven.
Liesbeth hangt een blokje met een gewicht van 1,40 N aan een
krachtmeter.
112puitwerkbijlageLiesbeth bepaalt met een krachtmeter de zwaartekracht op het blokje zo
nauwkeurig mogelijk.
Op de uitwerkbijlage staan afbeeldingen van drie krachtmeters.
• Zet een kruisje boven de krachtmeter met het juiste meetbereik bij het
practicum en zet een streepje bij de aanwijzing op de schaalverdeling.
121pWat is de massa van dit blokje?
A 0,014 kg
B 0,14 kg
C 1,4 kg
D 14 kg
131pWat is de naam van de tegenwerkende kracht in de krachtmeter?
A spierkracht
B veerkracht
C wrijvingskracht
D zwaartekracht
Liesbeth en Esmee bouwen de volgende opstelling.
143puitwerkbijlageConstrueer op de uitwerkbijlage de kracht op touw A. Noteer de grootte
van de kracht naast de afbeelding. De krachtenschaal is 1,0 cm ≙ 0,40 N.
Esmee zet de statieven dichter bij elkaar (situatie 2). Je ziet een
afbeelding van beide situaties.
151pWat is juist over de spankracht in de touwen?
A In situatie 1 is deze kracht het kleinst.
B In situatie 2 is deze kracht het kleinst.
C De krachten zijn in beide situaties even groot.
162puitwerkbijlageEsmee ziet dat na het verplaatsen van de statieven de aanwijzing van de
krachtmeters weinig veranderd is. Ze willen het practicum zó uitvoeren dat
ze de aanwijzing nauwkeuriger kunnen bepalen.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel met mogelijke aanpassingen. Bij elke
aanpassing blijft de hoek tussen de touwen gelijk.
• Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.
opgave 4Piepschuim snijden
Sam maakt figuren met een zelfgemaakte piepschuimsnijder.
Sam maakte de piepschuimsnijder door een batterij, een schakelaar en
een weerstandsdraad in serie aan te sluiten. Sam sluit de schakelaar en
de weerstandsdraad wordt heet. Daarmee kan hij door het piepschuim
snijden.
172puitwerkbijlageOver de nuttige energieomzettingen bij de batterij en bij de draad staat op
de uitwerkbijlage een schema.
• Noteer in dit schema de juiste energiesoorten.
181pVolgens de fabrikant smelt de weerstandsdraad bij een temperatuur van
1907 o C.
Van welk materiaal is de draad gemaakt?
A aluminium
B chroom
C nikkel
D staal
191pTijdens het snijden smelt een deel van het piepschuim. Een ander deel
verbrandt.
Noteer de letter bij de juiste combinatie over smelten en verbranden.
| Smelten is een | Verbranden is een |
| chemische reactie | chemische reactie |
| chemische reactie | natuurkundig proces |
| natuurkundig proces | chemische reactie |
| natuurkundig proces | natuurkundig proces |
201pBij het snijden koelt de weerstandsdraad af. Daardoor daalt de weerstand
van de draad. Hierdoor veranderen de stroomsterkte door en het
vermogen van de draad. De spanning van de batterij blijft gelijk.
Noteer de letter bij de juiste combinatie over de stroomsterkte en het
vermogen.
| De stroomsterkte | Het vermogen |
| neemt af | neemt af |
| neemt af | neemt toe |
| neemt toe | neemt af |
| neemt toe | neemt toe |
De batterij heeft een spanning van 3,2 V. Tijdens het snijden is de
stroomsterkte door de draad 410 mA.
212pBereken de weerstand van de draad tijdens het snijden.
222pDe capaciteit van de batterij is 1200 mAh.
• Bereken de tijd die deze batterij maximaal energie kan leveren.
233puitwerkbijlageSam vergeet regelmatig de schakelaar uit te zetten. Hij soldeert daarom
eerst een weerstand in serie met een led. De weerstand en de led
soldeert hij parallel aan de weerstandsdraad. De led brandt als het circuit
gesloten is.
Op de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema.
• Maak het schakelschema compleet.
opgave 5Materiaalonderzoek
Anna onderzoekt een glimmend metalen staafje. Je ziet een afbeelding
van dit staafje.
242puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een tabel met een aantal waarnemingen van
Anna.
• Zet een kruisje achter een waarneming als die over een
stofeigenschap gaat.
252puitwerkbijlageAnna bepaalt de massa en het volume van het staafje.
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de meetinstrumenten die
Anna hiervoor kan gebruiken.
• Noteer in elke zin een geschikt meetinstrument.
Met een valtoestel bepaalt Anna hoeveel energie er nodig is om het
staafje te breken.
Je ziet drie afbeeldingen van het valtoestel in gebruik.
Anna plaatst het staafje in het valtoestel en tilt het valgewicht 0,80 m
omhoog. De massa van het valgewicht is 5,0 kg. De toename van de
zwaarte-energie van het valgewicht is daardoor 40 J.
262pToon de toename van de zwaarte-energie met een berekening aan.
272pAnna laat het valgewicht los. Het valgewicht botst tegen een wig voor het
staafje. Het staafje breekt en het valgewicht zwaait door.
• Bereken de snelheid waarmee het valgewicht de wig raakt. Neem aan
dat alle zwaarte-energie wordt omgezet in bewegingsenergie.
Je ziet een afbeelding van het staafje voor en na het botsen.
281pBekijk de drie afbeeldingen van het valtoestel in gebruik.
• Waaruit blijkt dat het staafje niet alle bewegingsenergie van het
valgewicht heeft opgenomen?
291pVóór het loslaten heeft het valgewicht een zwaarte-energie van 40 J.
Na de botsing heeft het valgewicht nog 30% van deze energie over.
Hoeveel energie was er nodig om dit staafje te breken?
A 12 J
B 15 J
C 20 J
D 25 J
E 28 J
302puitwerkbijlageDe punt van de wig wordt in de loop van de tijd stomper. Vergelijk een
botsing met een stompe wig met een botsing met een nieuwe wig.
• Omcirkel in elke zin op de uitwerkbijlage de juiste mogelijkheid.
opgave 6Kantelbrug
Tussen twee kades is een bijzondere loopbrug geplaatst. De brug bestaat
uit vijf brugdelen die om een as kantelen.
Om de brugdelen gemakkelijk te kunnen kantelen worden
contragewichten gebruikt.
311puitwerkbijlageEen contragewicht is gemaakt door in een stalen bekisting vloeibaar
beton te storten.
Over het uitharden van beton na het storten staan op de uitwerkbijlage
twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
323pEén van de contragewichten bestaat uit 8,5 ton beton (1 ton = 1000 kg).
• Bereken het volume van het beton in dit contragewicht.
Je ziet een vereenvoudigde afbeelding van een geopend brugdeel.
Dit brugdeel is in evenwicht met het contragewicht. D is het draaipunt.
De afmetingen in de afbeelding zijn niet op schaal gegeven.
De zwaartekracht van het contragewicht geeft in deze situatie een
moment van 1,0 · 105 Nm.
332pToon dit moment met een berekening aan.
342pBereken met de gegevens in de afbeelding de zwaartekracht in punt Z op
het brugdeel rechts van draaipunt D .
352pEen elektromotor zorgt voor het openen van het brugdeel. De motor levert
een gemiddeld vermogen van 400 W. Voor het openen is 1,8 · 104 J
energie nodig.
• Bereken de tijd die nodig is om het brugdeel te openen.
opgave 7Sirene hulpdiensten
Hulpdiensten hebben een
sirene die twee tonen maakt.
Ria heeft op haar smartphone een
app waarmee ze de geluidssignalen
zichtbaar kan maken.
Je ziet een afbeelding van het scherm met één van de twee tonen.
363pBereken de frequentie van deze toon.
371pDe tweede toon van de sirene klinkt lager en even luid.
Wat verandert er aan het signaal op het scherm bij de lagere toon?
A een grotere amplitude
B een kleinere amplitude
C meer trillingen
D minder trillingen
De sirene maakt overdag een geluid van 100 dB. ’s Nachts is het
geluidsniveau 10 dB minder.
381pWaarom moet de sirene van een hulpdienst overdag meer geluid maken
dan ’s nachts?
391pIn welke zone van gehoorgevoeligheid valt het geluid dat de sirene
’s nachts maakt?
A hinderlijk
B zeer hinderlijk
C zeer luid
D extreem luid
401pVergelijk het geluid van 100 dB met het geluid van 90 dB.
Wat is juist over de maximale blootstellingsduur aan geluid van 100 dB?
A Die is 2x zo groot.
B Die is 2x zo klein.
C Die is 4x zo groot.
D Die is 4x zo klein.
Een hulpdienst rijdt overdag met sirene aan. Door het drukke verkeer
staat de hulpdienst even stil.
Ria staat op een afstand van 250 m van de hulpdienst.
413pDe temperatuur is 288 K (15 o C).
• Bereken de tijd die het geluid van de sirene erover doet om Ria te
bereiken.
422pOp haar smartphone leest Ria een geluidsniveau van 62 dB af.
Voor het geluidsniveau geldt:
Bij een verdubbeling van de afstand neemt het geluidsniveau met 6 dB af.
• Bereken op welke afstand het geluidsniveau van de sirene 44 dB is.
Let op: de laatste vraag van dit examen staat op de volgende pagina.
opgave 8Oriëntatielampje
Madelon heeft een oriëntatielampje gekocht voor op de overloop. Als het
donker wordt, gaat het lampje vanzelf aan. Daardoor kan ze ’s nachts
gemakkelijker bij de badkamer komen.
Het lampje bestaat uit een schakeling met een led, een LDR, weerstanden
en een transistor. De schakeling is aangesloten op twee in serie
geschakelde batterijen.
432pMadelon bedenkt welk schakelschema er in het lampje zit. Ze weet dat als
er minder licht op een LDR valt, de weerstand toeneemt.
Je ziet een afbeelding van haar schakelschema.
• Leg uit of het oriëntatielampje werkt volgens haar schema.