bij dit examen
Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.
opgave 1Olieverdamper
Een olieverdamper verdampt geurige olie in je huis.
In de olieverdamper zit een kaarsje in een aluminium bakje. Het
brandende kaarsje verwarmt de olie in de olieverdamper.
11pNoteer een materiaaleigenschap die aluminium geschikt maakt voor deze
toepassing.
21pHet aluminium bakje is in een bepaalde vorm geperst waardoor de
onderkant niet vlak is. Je ziet een afbeelding van de onderkant van het
bakje.
Door deze vorm zit er een laag stilstaande lucht onder het bakje als dit op
de tafel staat.
• Noteer de functie van deze laag lucht.
Het kaarsje is gemaakt van paraffine.
33pHet kaarsje heeft een volume van 32 cm3 .
• Bereken de massa van het kaarsje.
Het kaarsje wordt aangestoken en de paraffine smelt.
42puitwerkbijlageOver de veranderingen tijdens het smelten van 1 cm3 paraffine staat op
de uitwerkbijlage een tabel.
• Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.
53puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staan vier zinnen over smeltende paraffine.
• Omcirkel in de eerste en vierde zin de juiste mogelijkheid en noteer in
de tweede en derde zin de juiste waarden.
61pHet brandende kaarsje verwarmt de olie in de olieverdamper.
Noteer de letter bij de juiste combinatie van de belangrijkste vormen van
warmtetransport.
van het kaarsje naar het schaaltje | van het schaaltje naar de olie |
| straling | stroming |
| stroming | geleiding |
| geleiding | straling |
opgave 2Carnavalsoptocht
Tijdens een optocht produceren de muziekinstallaties van carnavals-
wagens een geluidsniveau van 96 dB.
De wagens rijden dicht langs het publiek.
71pMet welk meetinstrument meet je een geluidsniveau?
A decibelmeter
B luidspreker
C microfoon
D oscilloscoop
81pIn welke zone van gehoorgevoeligheid valt geluid van 96 dB?
A extreem luid
B hinderlijk
C zeer hinderlijk
D zeer luid
Baby Noud draagt gehoorbescherming tijdens de carnavalsoptocht.
92puitwerkbijlageOver het gebruik van gehoorbescherming staan op de uitwerkbijlage twee
zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
102pDe gehoorbescherming verlaagt het geluidsniveau voor Noud met 21 dB.
Voor het geluidsniveau geldt:
Bij elke halvering van het geluid neemt het geluidsniveau met 3 dB af.
• Bereken hoeveel keer het geluid door de gehoorbescherming wordt
verzwakt.
opgave 3Fietsen
Marja fietst samen met haar vriendin langs een winkelcentrum.
Ze fietsen met een constante snelheid van 4,8 m/s. Marja heeft samen
met de fiets een massa van 87,5 kg.
Voor een verkeerslicht remt Marja af en komt in een tijd van 2,3 s tot
stilstand. De remkracht is 184 N.
112pBereken de vertraging.
124pBereken de verrichte arbeid tijdens het remmen.
opgave 4Geleidende grond
Jasper gaat na of tuinaarde een geleider kan zijn voor elektrische stroom.
Je ziet een afbeelding van de schakeling die hij gebruikt.
In de pot met droge tuinaarde zijn twee koperen plaatjes verbonden met
de bedrading.
131pDe koperen plaatjes raken de bodem van de pot.
• Waarom is het belangrijk dat de pot niet van metaal is gemaakt?
142puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema.
• Maak het schema compleet met accu, schakelaar en spoel met kern.
151pDe schakelaar staat open. Jasper zet een kompasnaald op een voet naast
de spoel.
Jasper geeft de kompasnaald een
zetje. De naald draait een paar keer
rond en blijft dan in een stand stilstaan.
Geeft hij de naald weer een zetje, dan
komt deze weer in dezelfde stand tot
stilstand.
• Waarom gaat de kompasnaald in deze stand staan?
Jasper drukt de schakelaar in. De stand van de kompasnaald verandert
niet.
Jasper giet een beetje kraanwater op de droge tuinaarde. Op een
gegeven moment draait een punt van de kompasnaald naar het uiteinde
van de spoel.
161pHet toevoegen van kraanwater heeft gevolgen voor de weerstand van en
de stroomsterkte door de tuinaarde.
Noteer de letter bij de juiste combinatie van de gevolgen voor weerstand
en stroomsterkte.
| De weerstand wordt | De stroomsterkte wordt |
| groter | groter |
| groter | kleiner |
| kleiner | groter |
| kleiner | kleiner |
Je ziet een afbeelding van de stand die de kompasnaald dan inneemt.
172pLeg uit waarom de kompasnaald in deze stand gaat staan.
181puitwerkbijlageHet uiteinde van de kompasnaald (1) is een noordpool.
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de kern van de spoel.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
192puitwerkbijlageJasper wil de kompasnaald de andere kant op laten wijzen.
Hij wisselt daarvoor de aansluitsnoeren bij de accu om en bekijkt het
gevolg. Hij zet de snoeren weer terug.
Deze handelingen herhaalt hij bij de andere drie onderdelen.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel over het gevolg van het omwisselen
van de snoeren bij elk onderdeel.
• Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.
opgave 5Demonstratieproef
Diederik voert een demonstratieproef uit. Aan een stellage hangt een
kogel aan een kabel. Diederik pakt de kogel en doet een paar stappen
achteruit.
kogel tegen zijn kin aan de andere kant van de raakt de kin van
en laat dan de kogel stellage.
los.
De kogel heeft een massa van 15 kg. Bij het tegen zijn kin aanbrengen
van de kogel neemt de zwaarte-energie van de kogel toe met 90 J.
202pBereken de toename van de hoogte van de kogel bij het optillen.
212pNa het loslaten wordt de zwaarte-energie van de kogel omgezet in
bewegingsenergie.
• Bereken de maximale snelheid van de kogel.
Je ziet een afbeelding van de beweging van de kogel vanaf het loslaten
bij P via Q naar R. Punt D is het draaipunt aan de stellage.
221puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een tabel met drie s, t -diagrammen.
• Zet in elke rij één kruisje in de kolom die hoort bij de beweging van de
kogel tussen de drie posities.
231pWelke energiesoort(en) heeft de kogel in punt R?
A alleen bewegingsenergie
B alleen zwaarte-energie
C zowel bewegingsenergie als zwaarte-energie
D geen energie
242puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage zie je een vereenvoudigde afbeelding van twee
krachten op de kogel in punt R.
• Construeer de nettokracht op de kogel.
251pNa het loslaten van de kogel blijft Diederik rustig staan. Bij het
terugkomen van de kogel raakt deze zijn kin nét niet.
Wat is de naam van de kracht waardoor dit niet gebeurt?
A nettokracht
B spankracht
C wrijvingskracht
D zwaartekracht
opgave 6Condensatorproef
Muhammed doet tijdens de natuurkundeles een practicum met een
weerstand en een condensator.
Je ziet een afbeelding van het schakelschema dat hij gebruikt.
Muhammed sluit de schakelaar. Er loopt dan een stroom naar de
weerstand en de condensator. De condensator laadt op.
261pNa het sluiten van de schakelaar is de condensator opgeladen.
Wat is dan juist?
A De stroomsterkte door de batterij is gelijk aan die door de weerstand.
B De stroomsterkte door de batterij is groter dan die door de weerstand.
C De stroomsterkte door de batterij is kleiner dan die door de weerstand.
273pDe batterij levert een spanning van 4,5 V. De grootte van de weerstand is
1,5 kΩ.
• Bereken de stroomsterkte door de weerstand als de condensator is
opgeladen.
282puitwerkbijlageAls de condensator is opgeladen, opent Muhammed de schakelaar.
• Geef in het schakelschema op de uitwerkbijlage met pijlen aan, hoe de
stroom dan van de condensator via de weerstand loopt.
Muhammed meet hoe de spanning over de condensator verandert tijdens
het ontladen.
291puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema van de
schakeling.
• Maak het schakelschema compleet met de spanningsmeter op de
juiste plaats.
Je ziet een tabel met zijn metingen.
| t (s) | 0 | 50 | 100 | 150 | 200 | 250 | 300 |
| U (V) | 4,5 | 2,6 | 1,4 | 0,7 | 0,3 | 0,1 | 0,0 |
303puitwerkbijlageZet in het diagram op de uitwerkbijlage alle meetpunten uit en teken de
grafiek.
311puitwerkbijlageBepaal de tijd waarna de condensator nog 50% van de beginspanning
heeft. Noteer je antwoord op de uitwerkbijlage.
322puitwerkbijlageMuhammed zet de schakelaar open en vervangt de weerstand van 1,5 kΩ
door een van 3,0 kΩ.
Over de gevolgen van de grotere weerstand meteen na het weer sluiten
van de schakelaar, staan op de uitwerkbijlage twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
opgave 7Vaatwasser
Emily heeft een vaatwasser. In de bodem van de vaatwasser zit een
reservoir met zout water. Dit zoute water voorkomt kalkaanslag.
De vuldop van het reservoir bevat een venster met daaronder een
drijvertje. Bij een reservoir dat nog voldoende zout water bevat, zie je het
drijvertje (situatie 1).
Als het zoute water is weggespoeld, zakt het drijvertje helemaal in de
vloeistof weg en zie je het drijvertje niet meer (situatie 2).
331pWat is juist over de dichtheid van het drijvertje?
A Die is kleiner dan 1,0 g/cm3 .
B Die ligt tussen 1,0 g/cm3 en 1,1 g/cm3 .
C Die is groter dan 1,1 g/cm3 .
342pEmily stelt de vaatwasser in op een eco-programma. De vaatwasser
verwarmt tijdens dit programma een hoeveelheid water met een
begintemperatuur van 15 o C.
Als dit water 1 o C in temperatuur stijgt, neemt het 8,4 · 104 J energie op.
Bij het verwarmen neemt het water in totaal 2,94 · 106 J energie op.
• Bereken de temperatuur van het water na het verwarmen.
De vaatwasser is aangesloten op een netspanning van 230 V. Het
gemiddelde vermogen tijdens het eco-programma is 320 W (0,32 kW).
352pBereken de gemiddelde stroomsterkte.
364pHet eco-programma duurt 165 minuten. 1 kWh kost € 0,25.
• Bereken de energie die wordt omgezet bij een wasbeurt met het eco-
programma en noteer de kosten.
opgave 8Gatentang
Bilal gebruikt een gatentang om een extra gat in zijn riem te maken.
De tang heeft snijbuisjes met verschillende diameters.
Bilal kiest een snijbuis en legt de riem in de tang. Hij knijpt de handvatten
samen.
De kracht van de snijbuis op de riem bij het maken van het gat is 35 N.
372pDe snijbuis heeft een contactoppervlak van 0,050 cm2 met de riem.
• Bereken de druk onder het contactoppervlak.
Je ziet een afbeelding met de gegevens bij het samenknijpen van de tang.
D is het draaipunt en bij A wordt de kracht op de riem uitgeoefend. B is de
werklijn van de spierkracht.
383pBereken de totaal benodigde spierkracht bij B.
391pBilal maakt een groter gat in de riem. Hij knijpt de handvatten op dezelfde
plaats samen. Een snijbuis met een grotere diameter heeft een groter
contactoppervlak.
Wat is het gevolg voor de benodigde spierkracht?
A Die is groter.
B Die is kleiner.
C Die blijft gelijk.
opgave 9Hoverboard
Meike heeft een hoverboard. Aan elk wiel zit een elektromotor die is
aangesloten op een accu. De wielen van het board worden aangedreven
als Meike op het board staat en haar voeten kantelt.
Op de uitwerkbijlage staat een afbeelding van Meike op haar hoverboard.
Ze rijdt op topsnelheid. De stuwkracht is dan 18 N.
402puitwerkbijlageTeken in de afbeelding op de uitwerkbijlage de stuwkracht op topsnelheid
vanuit punt P. Gebruik als krachtenschaal 1,0 cm ≙ 5,0 N.
411pMeike rijdt op haar hoverboard op topsnelheid over een horizontale weg.
Wat is dan de grootte van de nettokracht?
A 18 N in de rijrichting
B 36 N in de rijrichting
C 18 N tegen de rijrichting in
D 36 N tegen de rijrichting in
E 0 N
422pMeike rijdt met een gemiddelde snelheid van 9,0 km/h op haar
hoverboard. Na een tijd van 3,5 h gebruik is de accu leeg.
• Bereken de afstand die Meike heeft afgelegd.
431pTijdens het rijden op haar hoverboard rijdt Meike met verschillende
snelheden.
Wat is juist over de luchtweerstand bij hogere snelheid?
A De luchtweerstand blijft gelijk.
B De luchtweerstand neemt af.
C De luchtweerstand neemt toe.