bij dit examen
Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.
opgave 1Afkoelen van kaarsvet
Tijdens een practicum krijgen Jolanda en Mahera gesmolten kaarsvet in
een reageerbuis.
Ze laten het gesmolten kaarsvet afkoelen en meten regelmatig de
temperatuur.
12puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een tabel over het kaarsvet terwijl het afkoelt in
de reageerbuis.
• Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.
Je ziet een diagram met de grafiek van hun meetresultaten.
Dit kaarsvet is een zuivere stof.
22pNoteer het smeltpunt van deze zuivere stof in ° C en noteer de naam van
deze stof.
31pWat is juist over de temperatuurdaling tussen 12 en 16 min?
A Die is even groot als de temperatuurdaling tussen 0 en 4 min.
B Die is groter dan de temperatuurdaling tussen 0 en 4 min.
C Die is kleiner dan de temperatuurdaling tussen 0 en 4 min.
41pWelke fase(n) heeft dit kaarsvet op t = 6 min?
A alleen de vaste fase
B zowel de vaste als de vloeibare fase
C alleen de vloeibare fase
D zowel de vloeibare als de gasfase
E alleen de gasfase
51pWat is juist over het stollen van kaarsvet?
A Dit is een chemische reactie.
B Dit is een natuurkundig proces.
C Dit is zowel een chemische reactie als een natuurkundig proces.
D Dit is geen chemische reactie en ook geen natuurkundig proces.
61puitwerkbijlageMahera vraagt zich af of het stolpunt van kaarsvet anders is als zij de
proef uitvoert bij een hogere omgevingstemperatuur.
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het stolpunt van kaarsvet.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
opgave 2Vrije val
Een populaire attractie in een pretpark is de vrije val.
Een ring met inzittenden wordt met een constante snelheid van 1,5 m/s tot
een hoogte van 67,5 m gebracht.
72pBereken de tijd die nodig is om de ring op deze hoogte te brengen.
Vanaf deze hoogte valt de ring naar beneden. Na de vrije val wordt de
ring met inzittenden afgeremd tot stilstand.
Je ziet een tabel met gegevens van de valbeweging.
| t (s) | 0,0 | 1,0 | 2,0 | 3,0 | 4,0 | 4,5 | 5,0 |
| s (m) | 0 | 5,0 | 20 | 45 | 65 | 67 | 67 |
83puitwerkbijlageZet in het diagram op de uitwerkbijlage alle gegevens uit en teken de
grafiek.
91puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een tabel over de soorten bewegingen tijdens
de totale rit.
• Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.
opgave 3Echoscopie
Femke heeft een knieblessure en gaat naar een fysiotherapeut.
De fysiotherapeut maakt tijdens het onderzoek een echo van de knie.
Voor het maken van de echo wordt een apparaat gebruikt dat ultrasoon
geluid uitzendt en weer opvangt. Zo’n apparaat heet een echoscoop.
101puitwerkbijlageUltrasoon geluid is een geluid boven de menselijke gehoorgrens.
Op de uitwerkbijlage staat een zin over het bereik van het menselijk
gehoor.
• Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheden.
111pMet welk apparaat is de echoscoop te vergelijken bij het uitzenden van
geluid?
A met een dB-meter
B met een microfoon
C met een oscilloscoop
D met een luidspreker
121pIn de echoscoop zit een geluidsontvanger.
Waar is deze geluidsontvanger mee te vergelijken?
A met een dB-meter
B met een microfoon
C met een oscilloscoop
D met een luidspreker
133pHet uitgezonden geluid heeft een trillingstijd van 2,9 ∙ 10-7 s.
• Bereken de frequentie in MHz.
143pTussen het uitzenden en het ontvangen van het geluidssignaal
zit 3,8 · 10-5 s. De gemiddelde geluidssnelheid in de knie is 1540 m/s.
• Bereken de afstand tussen de echoscoop en de plaats waar het geluid
weerkaatst.
opgave 4Pijl-en-boog
Yvonne doet aan boogschieten. Ze probeert een pijl in het midden van
een schijf te schieten.
Yvonne legt de achterkant van de pijl tegen de pees (het koord) en trekt
deze pees naar achteren.
151pIn de pees ontstaat een trekkracht.
• Noteer de naam van de deze kracht.
162puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staan drie zinnen over het spannen van de boog.
• Omcirkel in de tweede en derde zin de juiste mogelijkheid.
Op de uitwerkbijlage staat een vereenvoudigde afbeelding van nét voor
het loslaten van de pees. In de afbeelding is de resultante van de
krachten in de pees gegeven.
171pToon met een berekening aan dat de krachtenschaal 1 cm ≙ 40 N is.
183pConstrueer in de afbeelding de kracht in deel A van de pees. Noteer de
grootte van deze kracht onder de afbeelding.
Yvonne laat de pees los. De pijl bereikt in een tijd van 25 ms een snelheid
van 58 m/s. De gemiddelde versnelling van de pijl is 2320 m/s2 .
193pToon deze versnelling met een berekening aan.
203pDe pijl heeft een massa van 35 g.
• Bereken de kracht op de pijl die nodig is om deze versnelling te
bereiken.
opgave 5Verkeerslichten op windenergie
Op een kruispunt werken de verkeerslichten op elektrische energie. Als
het waait, levert een windturbine de elektrische energie. Als het niet waait,
werken de verkeerslichten op het elektriciteitsnet.
Een windturbine levert elektrische energie aan de verkeerslichten.
212pDe windturbine wekt elektrische energie op met behulp van een dynamo.
• Noteer de twee onderdelen in een dynamo die nodig zijn om
elektrische energie op te wekken.
223pDe verkeerslichten hebben een jaarlijks energiegebruik van 2500 kWh.
1 jaar heeft 365 dagen.
• Bereken het gemiddeld opgenomen vermogen.
231pAls het hard waait, levert de windturbine meer energie dan nodig is om de
verkeerslichten te laten werken. Het overschot aan vermogen wordt dan
geleverd aan het elektriciteitsnet.
Wat is dan juist over het opgenomen vermogen van de verkeerslichten?
A Dat is even groot als het afgegeven vermogen van de windturbine.
B Dat is groter dan het afgegeven vermogen van de windturbine.
C Dat is kleiner dan het afgegeven vermogen van de windturbine.
opgave 6Heftruck
Een heftruck wordt gebruikt om zware pakketten te verplaatsen.
243pJe ziet een schematische afbeelding van de heftruck met een pakket.
Het pakket heeft een massa van 600 kg. Z is het zwaartepunt van het
pakket.
• Bereken het moment van het pakket ten opzichte van de as van het
voorwiel. Gebruik het gegeven in de afbeelding.
De heftruck heeft een lift om de pakketten te tillen. Een pakket is verticaal
opgetild om te stapelen.
251pWat is juist over het moment van het pakket ten opzichte van de as van
het voorwiel als het pakket is opgetild?
A Het moment is even groot.
B Het moment is groter.
C Het moment is kleiner.
Het pakket heeft een massa van 600 kg.
261pDe lift tilt het pakket met een constante snelheid omhoog.
Wat is juist over de kracht omhoog en de nettokracht op het pakket tijdens
het verplaatsen?
| kracht omhoog | nettokracht |
| 0 N | 0 N |
| 0 N | 6000 N |
| 6000 N | 0 N |
| 6000 N | 6000 N |
272pTijdens het optillen is de zwaarte-energie van het pakket toegenomen met
14 000 J.
• Bereken over welke hoogte het pakket is opgetild.
De lift van de heftruck werkt op een elektromotor die is aangesloten op
een accu.
281pWelke energiesoort is er opgeslagen in de accu?
292pTijdens het optillen van het pakket is de stroomsterkte door de
elektromotor 135 A. De capaciteit van de opgeladen accu is 360 Ah.
• Bereken de maximale tijd dat de accu deze stroom kan leveren.
opgave 7Vloerverwarming
Een kamer kun je comfortabel verwarmen met elektrische
vloerverwarming. De vloerverwarming is afgedekt met laminaat.
De vloerverwarming bestaat uit een aantal matjes die in stroken worden
gelegd. Elk matje heeft aan de zijkant koperen strips met daartussen
banen van grafiet. De vloerverwarming zit tussen kunststof folie.
vloerverwarming met vier stroken
302puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een tabel met de materialen van de
vloerverwarming.
• Zet achter elk materiaal één kruisje in de juiste kolom.
311pDe vloerverwarming wordt ingeschakeld met een thermostaat.
In de thermostaat zit een NTC.
Op de uitwerkbijlage staat een zin over de NTC.
• Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheden.
322puitwerkbijlageDe vloerverwarming is ingeschakeld. Hierdoor wordt de kamer gelijkmatig
verwarmd.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel met vormen van warmtetransport.
• Zet in elke rij één kruisje in de juiste kolom.
De vloerverwarming is aangesloten op een netspanning van 230 V.
Het vermogen van één strook vloerverwarming is 375 W.
333pBereken de weerstand van één strook vloerverwarming.
342pDe vloerverwarming bestaat uit vier stroken. Je ziet een vereenvoudigd
schakelschema.
Op de uitwerkbijlage staan drie zinnen over de stroken.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
opgave 8Afgedankte loodaccu’s
Afgedankte loodaccu’s worden in
een fabriek verwerkt.
Een loodaccu bestaat voornamelijk uit accuzuur, lood en plastic. Deze
stoffen worden gerecycled.
Het accuzuur wordt in de
fabriek uit de accu’s
gehaald en in jerrycans
opgeslagen.
Accuzuur bevat bijtend (corrosief) zwavelzuur.
351pWelk veiligheidspictogram hoort daarom op een jerrycan met accuzuur te
staan?
361pNoteer een voorzorgsmaatregel bij het werken met accuzuur.
373pVolgens de Arbowet mag een werknemer maximaal een massa van 23 kg
tillen. In een gevulde jerrycan zit 16 dm3 accuzuur. De dichtheid van
accuzuur is 1,26 kg/dm3 .
• Bereken de massa van het accuzuur en noteer of de werknemer de
jerrycan met deze hoeveelheid accuzuur mag tillen. Verwaarloos
hierbij de massa van de lege jerrycan.
opgave 9Windmolens
In Nederland wordt steeds meer energie uit duurzame energiebronnen
opgewekt. Hierdoor besparen we op fossiele brandstoffen.
Het niveau van het geluid dat een windmolen maakt, hangt onder andere
af van de windsnelheid. Bij verschillende windsnelheden is het
geluidsniveau aan de voet van een windmolen gemeten.
Je ziet een tabel met de meetresultaten.
| windsnelheid (m/s) | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 |
| geluidsniveau (dB) | 95 | 98 | 101 | 104 | 107 | 107 |
381pIn welke zone van gehoorgevoeligheid ligt het geluidsniveau van de
windmolen bij een windsnelheid van 6 m/s?
A extreem luid
B hinderlijk
C zeer hinderlijk
D zeer luid
393pVoor het geluidsniveau geldt:
Bij elke verdubbeling van het geluid neemt het geluidsniveau met 3 dB toe .
Vergelijk het geluidsniveau bij een windsnelheid van 8 m/s met het
geluidsniveau bij een windsnelheid van 3 m/s.
• Bereken hoeveel keer zo hard het geluid is bij 8 m/s.
opgave 10Opladen
De accu van een elektrische auto kun je met een thuislader opladen.
In de thuislader zit een transformator. Op het display van de thuislader
kun je de spanning over en de stroomsterkte door de primaire spoel
aflezen.
402puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema van de
thuislader.
• Maak het bovenste deel van het schakelschema compleet met
spanningsmeter en stroommeter.
413pJe ziet een afbeelding van een deel van het schakelschema van de
transformator in de thuislader met een aantal gegevens.
De secundaire stroomsterkte is 16 A.
• Bereken het secundaire vermogen.
Ga er bij deze berekening van uit dat de transformator ideaal is.
Bereken hiervoor eerst de secundaire spanning van de transformator.
421pDe secundaire spoel in de thuislader levert wisselspanning. De thuislader
levert gelijkspanning aan de accu van de auto. Daarom zit er in de lader
een elektronica-component die stroom in één richting doorlaat.
• Welke elektronica-component laat stroom in één richting door?
431pDe transformator blijkt warm te worden.
Welke conclusie over het rendement van de transformator is dan juist?
A Het rendement is gelijk aan 100%.
B Het rendement is groter dan 100%.
C Het rendement is kleiner dan 100%.
Bronvermelding
Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen
behorende correctievoorschrift, dat na afloop van het examen wordt gepubliceerd.