bij dit examen
Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.
opgave 1Polsstokhoogspringen
Stan doet aan polsstokhoogspringen. Na een aanloop gebruikt hij zijn
polsstok om over een lat te springen.
Stan neemt een aanloop met de polsstok in zijn handen (van 1 naar 2).
Dan zet hij zich af en beweegt omhoog (van 3 naar 6).
11pOm de polsstok is ribbelige tape gewikkeld. Stan houdt de polsstok bij de
tape vast. De polsstok glijdt daardoor niet uit zijn handen.
• Welke tegenwerkende kracht wordt door de tape vergroot?
Stan heeft een massa van 60 kg. Hij springt over de lat en valt daarna
recht naar beneden tot hij de mat raakt.
22pBij het raken van de mat is zijn snelheid 9,0 m/s.
• Bereken zijn bewegingsenergie.
31puitwerkbijlageStan landt op de mat en komt door de tegenwerkende kracht tot stilstand.
Op de uitwerkbijlage staat een zin over het landen op de mat.
• Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheid.
43pBij het afremmen tot stilstand oefent de mat een gemiddelde
tegenwerkende kracht van 1,2 kN uit op Stan.
• Bereken de gemiddelde vertraging.
opgave 2Vuurpijl
Elize organiseert vuurwerkshows en koopt daarom regelmatig vuurpijlen.
51pVuurwerk bevat buskruit. Buskruit is explosief.
Welk veiligheidspictogram geeft het explosiegevaar aan?
Elize zet een vuurpijl rechtop in een buis en steekt de lont aan. Het
buskruit verbrandt. De verbrandingsgassen verlaten met hoge snelheid de
opening aan de onderkant van de vuurpijl.
61puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een zin over het verbranden van buskruit.
• Omcirkel in de zin de juiste mogelijkheden.
71pOp het moment dat de vuurpijl loskomt van de grond werken er
verschillende krachten op de vuurpijl.
In welke afbeelding zijn de kracht omhoog, de zwaartekracht en de
nettokracht juist getekend?
82pDe massa van het buskruit is 30 g. De verbrandingswarmte is 2,9 MJ/kg.
• Bereken de energie die vrijkomt als al het buskruit verbrandt.
opgave 3Ledlamp
Ria heeft een lamp met vier leds.
91plamp met 4 leds
De lamp werkt op batterijen. Aan de achterkant
van de lamp zit een magneet. Ria bevestigt de
lamp aan de deur van haar koelkast.
Welke metalen worden door een magneet
aangetrokken?
A ijzer en koper
B ijzer en nikkel
C magnesium en koper
D magnesium en nikkel
101pJe ziet een afbeelding van de zijkant van
de lamp die door de magneet aan de
metalen koelkastdeur is bevestigd.
De noordpool van de magneet is
aangegeven met de letter N.
Welke magnetische pool is er bij 1
en bij 2?
| bij 1 | bij 2 |
| noordpool | noordpool |
| noordpool | zuidpool |
| zuidpool | noordpool |
| zuidpool | zuidpool |
Je ziet een afbeelding van het schakelschema van de lamp.
111pNoteer de functie van de weerstand R in deze schakeling.
122puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staan vier zinnen over deze schakeling.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
132pDe lamp staat aan. Alle leds branden. De totale stroomsterkte door de
schakeling is 80 mA. De opgeladen batterijen hebben een totale capaciteit
van 1800 mAh.
• Bereken de tijd die de lamp kan branden op volledig opgeladen
batterijen.
141pDe vervangingsweerstand van de vier leds is 50 Ω . Elke led heeft
dezelfde weerstand.
Wat is juist over de weerstand van één led?
A Die is even groot als de vervangingsweerstand.
B Die is groter dan de vervangingsweerstand.
C Die is kleiner dan de vervangingsweerstand.
opgave 4Practicum elektriciteit
Tahra voert een practicum elektriciteit uit. Ze schakelt een lampje in serie
met een weerstand. Als spanningsbron gebruikt ze een variabele
spanningsbron. Deze spanningsbron kan ze instellen op verschillende
spanningen.
151pTahra heeft een meetinstrument dat onder andere spanning en
stroomsterkte kan meten.
• Noteer de naam van dit meetinstrument dat verschillende grootheden
kan meten.
Tahra meet de spanning over en de stroomsterkte door het lampje.
162puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een afbeelding van een deel van het
schakelschema.
• Maak het schakelschema compleet met spanningsmeter en
stroommeter.
Tahra stelt de spanning van de spanningsbron in op verschillende
waarden. Ze leest vervolgens de spanning over en de stroomsterkte door
het lampje af.
Je ziet een tabel met haar meetresultaten.
| Ulampje (V) | 0 | 2,0 | 4,0 | 6,0 | 8,0 | 10 | 12 |
| I (mA) | 0 | 20 | 32 | 40 | 46 | 51 | 54 |
173puitwerkbijlageZet in het diagram op de uitwerkbijlage alle meetpunten uit en teken de
grafiek.
181pBepaal met behulp van de meetresultaten of het diagram de stroomsterkte
bij een spanning van 6,4 V.
194pTahra stelt de spanningsbron zó in dat de spanning over het lampje 8,0 V
is. De stroomsterkte door de schakeling is dan 46 mA.
De weerstand R in de schakeling is 150 Ω .
• Bereken de spanning over de weerstand en noteer de geleverde
spanning van de spanningsbron.
201pWat is juist over de weerstand van het lampje bij hogere spanning?
A die neemt af
B die blijft constant
C die neemt toe
opgave 5Wiel verwisselen
Janos heeft een auto met versleten banden. Een auto met versleten
banden heeft een langere remweg dan een auto met nieuwe banden.
213pJanos test zijn auto. De auto rijdt met een beginsnelheid van 21,0 m/s.
Janos remt tot de auto stilstaat. Na een tijd van 3,6 s staat de auto stil.
• Bereken de remweg.
De auto wordt met een krik omhoog getild om de banden te verwisselen.
222pDe auto wordt 0,20 m omhoog getild. Daarvoor is er een gemiddelde
kracht van 1150 N nodig.
• Bereken de geleverde arbeid.
De krik staat met de grondplaat op de ondergrond. De krik duwt de auto
omhoog vanuit het steunpunt.
233pDe kracht van de grondplaat op de ondergrond is 2300 N. Het
contactoppervlak van de grondplaat met de ondergrond is 60 cm2 .
• Bereken de druk op de ondergrond in Pa.
241pOp een zachte ondergrond kan de krik wegzakken in de grond.
Hoe kan worden voorkomen dat de krik in de grond wegzakt?
A door het oppervlak van de grondplaat te vergroten
B door het oppervlak van de grondplaat te verkleinen
C door het oppervlak van het steunpunt te vergroten
D door het oppervlak van het steunpunt te verkleinen
Janos heeft de band verwisseld en draait de wielbouten vast met een
wielsleutel die in lengte verstelbaar is.
De afstand tussen het handvat van de wielsleutel en het draaipunt van de
bout is 0,40 m.
252pJanos zet de wielsleutel op de eerste wielbout en duwt loodrecht op het
handvat. Hij oefent een spierkracht uit van 400 N.
• Bereken het moment van de spierkracht.
Voor het vastdraaien van de tweede bout schuift Janos de wielsleutel
verder uit.
Bij het aandraaien met de verlengde wielsleutel is het moment op de
tweede wielbout even groot als het moment op de eerste wielbout.
261puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de spierkracht die Janos nu
uitoefent om de bout vast te draaien.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
opgave 6Theremin
Lydia bespeelt een theremin. Dit is een elektronisch muziekinstrument
met twee antennes. Door de afstand van haar hand tot een antenne te
variëren, regelt ze de geluidssterkte en de toonhoogte.
Lydia heeft de theremin aangesloten op een luidspreker.
272pDe luidspreker bestaat uit drie onderdelen. De conus is een van deze
onderdelen.
• Noteer de namen van de andere twee onderdelen, die ervoor zorgen
dat de conus trilt.
Lydia geeft buiten een concert. Het publiek op de voorste rij zit op een
afstand van 8 meter van de luidspreker. De geluidssterkte op deze
afstand is 79 dB.
281pIn welke zone valt dit geluid?
A indringend
B hinderlijk
C storend bij telefoneren
D zeer luid
Voor de geluidssterkte geldt:
Voor elke verdubbeling van de afstand neemt de geluidssterkte met 6 dB af.
292pHet publiek op de achterste rij zit op een afstand van 32 meter van de
luidspreker.
• Bereken de geluidssterkte in dB op deze afstand.
Bij een bepaald geluid stopt Lydia met het verplaatsen van haar handen.
Het geluid van de theremin wordt op dat moment opgevangen met een
microfoon en zichtbaar gemaakt op het scherm van een oscilloscoop.
304pBereken met behulp van het beeld op het oscilloscoopscherm de
frequentie van het geluid. Noteer eerst de trillingstijd.
311pLydia maakt vervolgens een lagere, even harde toon.
Welk oscilloscoopbeeld geeft deze toon juist weer? De instellingen van de
oscilloscoop blijven gelijk.
opgave 7Drinkbak
Om de koeien in de wei drinkwater te geven, staat er een drinkbak in de
wei. Uit de sloot wordt water in de drinkbak gepompt.
De pomp krijgt zijn energie van een accu die wordt opgeladen door een
zonnepaneel.
321pNoteer een reden waarom deze manier van energieopwekking duurzaam
is.
Zonlicht heeft per m2 een gemiddeld vermogen van 800 W.
332pZonnepanelen leveren per m2 gemiddeld 128 W aan elektrisch vermogen.
• Bereken het rendement van zonnepanelen.
343pDe zon beschijnt op een dag het zonnepaneel van de drinkbak gedurende
12 uur. De oppervlakte van het zonnepaneel is 0,24 m2 .
• Bereken de energie die er die dag door het zonnepaneel is
opgenomen. Noteer eerst de waarde van het opgenomen vermogen
van het zonnepaneel.
352pHet zonnepaneel levert een spanning van 12 V aan de accu. Bij fel
zonlicht is het maximale afgegeven vermogen 50 W.
• Bereken de maximale stroomsterkte die het zonnepaneel aan de accu
kan leveren.
361pWelke energiesoort is er in een accu opgeslagen?
A chemische energie
B elektrische energie
C stralingsenergie
D warmte-energie
372pEen massa van 80 kg slootwater wordt 2,0 m omhoog gepompt.
• Bereken de minimale hoeveelheid energie die hiervoor nodig is.
opgave 8Betonplaten
In de woningbouw worden voor het aanleggen van een vloer betonplaten
gebruikt. Met een hijskraan worden de platen opgetild en verplaatst.
Op de uitwerkbijlage zie je een vereenvoudigde afbeelding van een
betonplaat die met twee kabels aan de hijskraan hangt.
Op de betonplaat werkt een zwaartekracht van 18 kN.
De krachtenschaal is 1 cm ≙ 4,5 kN.
381pToon deze krachtenschaal met een berekening aan.
393puitwerkbijlageConstrueer op de uitwerkbijlage de kracht in kabel A en noteer de grootte
van die kracht naast de afbeelding.
402puitwerkbijlageTijdens het hijsen van de betonplaat staan de kabels strak en buigt de
betonplaat iets door.
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de werkende krachten bij het
hijsen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
413pDe betonplaat is versterkt met staal.
Het staal heeft een volume van 3,6 dm3 .
• Bereken de massa van dit staal.
Bronvermelding
Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen
behorende correctievoorschrift.