tjoefie

natuur- en scheikunde 1 vmbo gl/tl 2024 · tijdvak 2

A4-weergave

bij dit examen

Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.

opgave 1Goudblok

In Taiwan ligt het grootste blok van zuiver goud ter wereld.
figuur bij de opgave
12puitwerkbijlage
Op de uitwerkbijlage staat een tabel met een aantal zinnen over
eigenschappen van het goudblok.
• Zet een kruisje achter elke zin die over een stofeigenschap gaat.
Om een goudblok te maken moet goud verwarmd worden tot boven het
smeltpunt.
22puitwerkbijlage
Op de uitwerkbijlage staat een tabel over het smeltpunt van goud.
• Noteer in de tabel het smeltpunt van goud in K en in ° C.
32puitwerkbijlage
Het gesmolten goud wordt in een vorm gegoten. Het goud koelt af en
stolt. Het goudblok koelt daarna af tot kamertemperatuur.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel over het afkoelen van het goudblok.
• Zet in de tabel in elke rij één kruisje in de juiste kolom.
43p
Het goudblok heeft een massa van 220 kg.
• Bereken het volume van het goudblok bij kamertemperatuur.

opgave 2Kastlamp

Mary heeft in een donkere kast een kastlamp opgehangen.
Met een schakelaar schakel je de leds van de kastlamp aan of uit.
kastlamp aan
kastlamp uit
achterkant kastlamp
De kastlamp werkt op een batterij van 4,50 V. In de kastlamp zitten acht
leds. Elke led werkt op een spanning van 2,25 V.
51p
Je ziet vier schakelschema’s.
Welk schakelschema hoort bij deze kastlamp?
A
B
C
D
De kastlamp staat aan.
62puitwerkbijlage
In de kastlamp is sprake van een aantal nuttige energieomzettingen.
Op de uitwerkbijlage staat een schema.
• Maak het schema compleet met de juiste nuttige energiesoorten op de
juiste plaats.
De batterij levert een totale stroomsterkte van 0,20 A.
73p
De capaciteit van de batterij is 1200 mAh.
• Bereken de tijd die de kastlamp kan branden op deze batterij.
81puitwerkbijlage
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het rendement en de
warmteproductie van leds vergeleken met gloeilampen met hetzelfde
nuttige vermogen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.

opgave 3Wielrennen

Mathieu doet mee aan een wielerwedstrijd.
Mathieu
figuur bij de opgave
veiligheidshelm
91p
Mathieu draagt een veiligheidshelm. De helm heeft een harde buitenkant
en een zachtere binnenkant.
Met welke veiligheidsvoorziening van een auto is de harde buitenkant van
de helm te vergelijken?
A airbag
B kreukelzone
C kooiconstructie
D veiligheidsgordel
101p
Het begin van de wielerwedstrijd gaat bergopwaarts.
Behalve de rolwrijving en luchtwrijving werkt er tijdens de beklimming nog
een tegenwerkende kracht op Mathieu en zijn fiets.
Wat is de naam van deze kracht?
A duwkracht
B spankracht
C veerkracht
D zwaartekracht
De rest van de wielerwedstrijd is op horizontale wegen.
112p
Op een bepaald moment fietst Mathieu met een snelheid van 11 m/s.
De massa van Mathieu met zijn racefiets is 78 kg.
• Bereken de bewegingsenergie.
123puitwerkbijlage
Mathieu fietst met constante snelheid.
Op de uitwerkbijlage staat een afbeelding met de vectoren van de
rolwrijving en de stuwkracht. De krachtenschaal is 1 cm ≙ 10 N.
• Teken in de afbeelding de vector van de luchtwrijving vanuit punt P en
noteer de grootte van deze kracht onder de afbeelding.
131p
Door een valpartij van andere renners moet Mathieu plotseling afremmen
tot stilstand.
Wat is juist?
De rijsnelheid heeft
A alleen invloed op reactieafstand.
B alleen invloed op remweg.
C invloed op de reactieafstand én de remweg.
Voor de eindsprint versnelt Mathieu in een tijd van 26 s van een snelheid
van 60 km/h naar 72 km/h. Zijn versnelling is 0,13 m/s2 .
143p
Toon deze versnelling met een berekening aan.
152p
De massa van Mathieu met zijn racefiets is 78 kg.
• Bereken de nettokracht die nodig is voor deze versnelling
van 0,13 m/s2 .
162puitwerkbijlage
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de wrijvingskrachten en de
nettokracht bij twee verschillende constante snelheden.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
172p
Voor de eindsprint levert Mathieu in een tijd van 26 s een gemiddeld
nuttig vermogen van 430 W.
• Bereken de nuttig geleverde energie.

opgave 4Kitten

Omar kit de ruimte tussen zijn raamkozijn en de vensterbank.
Om de kit uit de koker te drukken gebruikt Omar een kitpistool.
figuur bij de opgave
Voordat Omar gaat kitten leest hij de veiligheidsinformatie op de kitkoker.
Je ziet een deel van de informatie.
Irriterend voor de ogen.
Irriterend voor de huid.
181p
Noteer een voorzorgsmaatregel die Omar hoort te nemen tijdens het
kitten volgens dit deel van de informatie.
191p
Welk veiligheidspictogram hoort bij de omschrijving ‘irriterend’?
A B C D E
Omar gebruikt het kitpistool. Je ziet een schematische afbeelding van het
kitpistool. Knijpt Omar bij P , dan ontstaat er een kracht op Q .
Q is verbonden met een schijf die de kit uit de koker perst.
D is het draaipunt.
figuur bij de opgave
Omar knijpt bij P . Bij Q werkt een kracht van 613 N.
203p
De schijf beweegt 1,5 cm naar voren.
• Bereken de arbeid.
212p
Door de kracht op Q wordt via een schijf de kit uit de koker geperst.
Het contactoppervlak van de schijf met de kit is 30 cm2 .
• Bereken de druk op de kit.
222p
Bereken de benodigde spierkracht Fspier bij P . Gebruik de afbeelding en
pas de momentenwet toe.

opgave 5Haardroger

Dina heeft een haardroger die op netspanning werkt.
figuur bij de opgave
Met schakelaar S wordt de haardroger ingeschakeld. De ventilator aan de
elektromotor blaast lucht uit de haardroger.
Met keuzeschakelaar K is de haardroger in te stellen in twee standen.
In stand I blaast de haardroger koude lucht. In stand II wordt een
verwarmingselement ingeschakeld en blaast de haardroger warme lucht.
Je ziet het vereenvoudigde schakelschema van de haardroger.
Het verwarmingselement is weergegeven als een weerstand.
figuur bij de opgave
De netspanning is 230 V. De weerstand van de elektromotor is 140 Ω .
De schakelaar S wordt gesloten.
233p
De keuzeschakelaar K staat in stand I.
• Bereken het vermogen van de haardroger in deze stand. Noteer eerst
de waarde van de stroomsterkte.
De keuzeschakelaar K wordt van stand I naar stand II gezet.
242p
In stand II is de weerstand van het verwarmingselement 120 Ω .
De weerstand van de elektromotor is 140 Ω .
• Bereken de vervangingsweerstand van de haardroger in stand II.
252puitwerkbijlage
Op de uitwerkbijlage staan drie zinnen waarin stand I en stand II van de
haardroger worden vergeleken.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
264p
De haardroger is 85 uur gebruikt. Het gemiddeld vermogen is 700 W.
1 kWh kost € 0,28.
• Bereken de energie in kWh die in 85 uur is omgezet en noteer de
energiekosten in euro’s.
272p
Je ziet een afbeelding van een symbool op het typeplaatje van de
haardroger.
figuur bij de opgave
• Leg uit of de haardroger volgens dit symbool een aardedraad nodig
heeft.

opgave 6Luchtalarm

Een luchtalarm is een sirene die
de bevolking waarschuwt bij een
noodsituatie.
figuur bij de opgave
281p
De sirene maakt geluid met verschillende tonen. Vergelijk een hoge toon
met een lage toon.
Wat is juist?
Bij een hoge toon is
A de frequentie groter en de trillingstijd groter dan bij een lage toon.
B de frequentie groter en de trillingstijd kleiner dan bij een lage toon.
C de frequentie kleiner en de trillingstijd groter dan bij een lage toon.
D de frequentie kleiner en de trillingstijd kleiner dan bij een lage toon.
Op een afstand van 25 m is de geluidssterkte van de sirene 105 dB.
291p
In welke zone van gehoorgevoeligheid valt dit geluid?
A zeer hinderlijk
B zeer luid
C extreem luid
D pijngrens
301p
Noteer de maximale duur dat je aan dit geluid blootgesteld mag worden.
Lotte hoort het geluid van de sirene op een afstand van 800 m van de
bron. De luchttemperatuur is 288 K.
313p
Bereken de tijd die het geluid erover doet om deze afstand af te leggen.
321p
Wat is juist over de tijd die het geluid er over doet om de afstand van
800 m af te leggen bij een hogere luchttemperatuur?
Bij een hogere temperatuur is het geluid
A een kortere tijd onderweg dan bij een lagere temperatuur.
B een even lange tijd onderweg als bij een lagere temperatuur.
C een langere tijd onderweg dan bij een lagere temperatuur.
332puitwerkbijlage
Vergelijk de toon van de sirene op een afstand van 800 m van de bron
met de toon van de sirene op een afstand van 25 m van de bron.
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
342p
Op een afstand van 25 m is de geluidssterkte van de sirene 105 dB.
Voor de geluidssterkte geldt:
Bij elke verdubbeling van de afstand neemt de geluidssterkte met 6 dB af.
• Bereken de geluidssterkte op een afstand van 800 m.

opgave 7Verhuislift

Bram gebruikt een verhuislift om verhuisdozen in een kist naar boven te
transporteren. Je ziet een afbeelding van de situatie tijdens het
verplaatsen. Punt D is het draaipunt van de ladder en punt Z is het
zwaartepunt van de kist.
figuur bij de opgave
De massa van de kist met verhuisdozen is 120 kg.
351p
Noteer de zwaartekracht op de kist met verhuisdozen.
362puitwerkbijlage
Op de uitwerkbijlage staat een tabel over de gevolgen van het omhoog
bewegen van de kist.
• Zet in de tabel in elke rij één kruisje in de juiste kolom.
figuur bij de opgave
372p
De verhuiskist wordt in totaal 9,0 m omhoog getild.
• Bereken de toename van de zwaarte-energie.
383p
De verhuislift wordt aangedreven met een elektromotor. Het afgegeven
vermogen is 1,7 kW.
• Bereken het opgenomen vermogen van de elektromotor. Gebruik de
tabel ‘Rendementen bij energieomzettingen’ in BINAS.
Bronvermelding
Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen
behorende correctievoorschrift.