bij dit examen
Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.
opgave 1Biogas
Een biogas-centrale maakt het brandbare gas methaan uit gft-afval. Dit
gas wordt biogas genoemd. Het biogas stijgt op en wordt opgevangen in
de zak aan de bovenkant. Dit gas is te gebruiken als brandstof in een
fornuis.
Je ziet een schematische afbeelding van de opstelling.
11pNoteer een milieuvoordeel van het produceren en gebruiken van biogas.
21pHet biogas ontstaat in deze biogas-centrale bij een temperatuur
van 302 K.
• Noteer deze temperatuur in ° C.
31puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een zin over de productie van biogas.
• Omcirkel in deze zin de juiste mogelijkheden.
44pUit een massa van 1 kg gft-afval ontstaat een volume van 140 L van het
biogas methaan.
Voor het koken, bakken en braden is dagelijks 18 MJ energie nodig. De
verbranding van het biogas methaan zorgt voor deze energie.
• Bereken de massa van het gft-afval dat hiervoor nodig is. Gebruik de
tabel ‘Verbrandingswarmte van enkele stoffen’ in BINAS.
opgave 2Suppen op een supboard
Lynn gaat suppen. In haar rugzak zit een
kunststof supboard dat nog opgepompt
moet worden.
Om vooruit te komen met het supboard
heeft ze een peddel meegenomen.
53pDe massa van de kunststof van het supboard is 11,2 kg.
Het volume van de kunststof is 8,5 dm3 .
Je ziet een tabel met de dichtheid van verschillende kunststoffen.
| kunststof | ρ (kg/dm3 ) |
| PE (polyetheen) | 0,94 |
| PP (polypropeen) | 0,90 |
| PS (polystyreen) | 1,0 |
| PVC (polyvinylchloride) | 1,3 |
• Bereken de dichtheid van het materiaal van het supboard en noteer
van welke kunststof het is gemaakt.
Lynn pompt het supboard op. Het volume van het supboard neemt
daardoor toe. Het opgepompte board drijft op het water.
62puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staan drie zinnen over het supboard na het
oppompen.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Het supboard ligt stil op het water. Lynn stapt op het supboard.
Het supboard met Lynn ligt stil op het water.
71puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staan twee zinnen over krachten die werken op het
supboard.
Vergelijk de krachten die werken op het supboard met Lynn, met de
krachten die werken op het supboard zonder Lynn.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
83pDe totale massa van Lynn met peddel en supboard is 76,5 kg.
Het contactoppervlak van het supboard met het water is 1,25 m2 .
• Bereken de druk van het supboard op het water.
opgave 3Generator op benzine
Stefan heeft een generator om zijn ijscotruck van elektriciteit te voorzien.
De generator heeft een benzinemotor die een dynamo aandrijft.
92puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een schema over de energieomzettingen bij de
generator.
• Maak het schema compleet met de juiste nuttige energiesoorten op de
juiste plaats.
102pNoteer de twee onderdelen in een dynamo die nodig zijn om elektrische
energie op te wekken.
Stefan vult de generator met benzine, start de generator en sluit deze
ijsmachine aan op het stopcontact van de generator.
De generator levert 33,0 kWh aan elektrische energie.
112pBenzine kost € 1,95 per liter. De generator heeft 20 L benzine verbruikt.
• Bereken de brandstofkosten van 1 kWh opgewekte elektrische energie
in euro’s.
123pBereken de opgenomen energie van de generator.
Gebruik de tabel ‘Rendementen bij energieomzettingen’ in BINAS.
133pAlleen de ijsmachine is aangesloten op de generator. Het opgenomen
vermogen van de ijsmachine is 4400 W.
• Bereken de tijd die de ijsmachine ingeschakeld was.
141pIn de generator zit een elektrische beveiliging. Deze beveiliging schakelt
de stroomtoevoer uit als de geleverde stroomsterkte te hoog is.
Welk onderdeel schakelt de stroomtoevoer bij een te grote stroomsterkte
uit?
A de aardlekschakelaar
B de dubbele isolatie
C de zekering
opgave 4Anita treedt op
Anita treedt op als acrobaat. Ze hangt aan
een metalen buis.
De buis is met twee kettingen verbonden
aan een kabel die aan het plafond is
bevestigd.
151puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staan twee zinnen over krachten in deze situatie.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Je ziet een schematische afbeelding van de kettingen.
De zwaartekracht van Anita in punt P is 625 N.
De krachtenschaal is 1 cm ≙ 125 N.
161pToon deze krachtenschaal aan met een berekening.
173puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een schematische afbeelding van de kettingen.
• Construeer op de uitwerkbijlage de kracht vanuit punt P in ketting A en
noteer de grootte van deze kracht onder de afbeelding.
181pAnita heeft de kettingen richting het midden van de buis
verplaatst (situatie 2).
Vergelijk de kracht in ketting A in deze twee situaties.
situatie 1 situatie 2
Wat is juist over de kracht in ketting A?
A Deze kracht is in situatie 1 het grootst.
B Deze kracht is in situatie 2 het grootst.
C De kracht is in beide situaties even groot.
opgave 5Tekstkar
Een tekstkar met led-paneel geeft
informatie.
De ledlampen in het led-paneel
zijn parallel geschakeld zodat elke
ledlamp onafhankelijk aangezet of
uitgezet kan worden. Zo kunnen
alle letters uitgebeeld worden.
In de tekstkar zit een accupakket
van vier aan elkaar geschakelde
accu’s.
De spanning over het led-paneel is 24 V.
De spanning van één accu is 6 V.
191pJe ziet vier schakelschema’s met elk vier 6 V accu’s. De accu’s zijn zo
geschakeld dat ze de juiste spanning voor het led-paneel leveren.
Welk schakelschema is van de accu’s in de tekstkar?
De stroomsterkte door het led-paneel is 3,6 A.
202pBereken de weerstand van het led-paneel bij deze stroomsterkte.
212pDe capaciteit van het accupakket in de tekstkar is 216 Ah.
• Bereken de tijd die de tekstkar bij deze stroomsterkte kan werken op
dit accupakket.
Er staat een nieuwe tekst op het led-paneel. Er branden nu minder leds
op het led-paneel.
223puitwerkbijlageDe vermindering van het aantal brandende leds heeft invloed op een
aantal grootheden.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel met vier zinnen over die invloed op
deze grootheden.
• Zet achter elke zin één kruisje in de juiste kolom.
opgave 6Katapult
In België is het schieten met een katapult een populaire sport.
Om het kogeltje weg te kunnen schieten, trekt Mathis de houder met het
kogeltje naar achter. Het elastiek rekt daardoor uit.
231pNoteer de naam van de kracht die ontstaat door het uitrekken van het
elastiek.
Mathis laat de houder met het kogeltje los.
De massa van het kogeltje is 0,0050 kg.
In de houder is de versnelling van het kogeltje constant 1,8 · 103 m/s2 .
Het kogeltje verlaat de houder met een snelheid van 36,0 m/s.
242pBereken de tijd die het kogeltje versnelt.
252pBereken de bewegingsenergie van het kogeltje op het moment dat het de
houder verlaat.
262pHet kogeltje legt na het verlaten van de houder tot het raken van de
schietschijf een afstand van 16 m af, met een gemiddelde snelheid van
34,0 m/s.
• Bereken de tijd tussen het verlaten van de houder en het raken van de
schietschijf.
271pIn de tijd tussen het verlaten van de houder en het raken van de
schietschijf neemt de snelheid van het kogeltje af.
• Welke tegenwerkende kracht zorgt voor deze snelheidsafname?
283pHet kogeltje gaat met een gemiddelde kracht van 640 N de schietschijf in.
Na een afstand van 4,0 mm komt het kogeltje in de schietschijf tot
stilstand.
• Bereken de arbeid in Joule die deze kracht van het kogeltje op de
schietschijf heeft verricht.
opgave 7Elektrische puntenslijper
Igor heeft een elektrische puntenslijper. De puntenslijper heeft een mesje
dat wordt aangedreven met een elektromotor.
Bij het plaatsen van een kapje voor het mesje sluit drukschakelaar S1 .
Als een potlood in de puntenslijper wordt geduwd, sluit drukschakelaar S2 .
De elektromotor werkt alleen als beide schakelaars gesloten zijn.
De puntenslijper werkt op een spanning van 6,0 V.
292puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema van de
puntenslijper.
• Maak het schakelschema compleet met de twee drukschakelaars en
de elektromotor.
303pDe stroomsterkte door de elektromotor is 54 mA.
• Bereken het vermogen van de elektromotor.
opgave 8Oortjes
Armand zet de muziek op zijn telefoon aan. Het geluid is via zijn oortjes te
horen.
312puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staan drie zinnen over geluid.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
321puitwerkbijlageArmand zet het geluidsvolume op de hoogste stand. Dicht bij een van de
oortjes meet hij de geluidssterkte met een dB-meter.
Op de uitwerkbijlage zie je de dB-meter met het meetresultaat.
• Noteer de gemeten geluidssterkte onder de afbeelding.
Bij een gehoortest wordt bij verschillende toonhoogtes de geluidssterkte
bepaald die nog net hoorbaar is voor een persoon. Deze waarden worden
vergeleken met die van een persoon zonder gehoorbeschadiging.
Je ziet het diagram van de geluidssterkte waarbij de toon nog net
hoorbaar is voor een persoon zonder gehoorbeschadiging.
331pEen persoon zonder gehoorbeschadiging hoort een geluid met een
frequentie van 2000 Hz.
Wat is volgens het diagram de minimale geluidssterkte om dit geluid waar
te nemen?
A 0,5 dB
B 5 dB
C 10 dB
D 16 dB
Armand doet een gehoortest. Bij verschillende frequenties wordt de
geluidssterkte bepaald die nog net hoorbaar is voor Armand.
Je ziet een tabel met de meetgegevens van de gehoortest van Armand.
| frequentie (Hz) | 125 | 250 | 500 | 1000 | 2000 | 4000 | 8000 |
| geluidssterkte (dB) | 25 | 15 | 11 | 9 | 8 | 10 | 16 |
342puitwerkbijlageZet in het diagram op de uitwerkbijlage alle meetgegevens van de
gehoortest van Armand uit en teken de grafiek.
Armand gaat naar een rockconcert.
Op een afstand van 2 m van de geluidsbron is de geluidssterkte 121 dB.
351pIn welke zone van gehoorgevoeligheid ligt deze geluidssterkte?
Om verdere gehoorbeschadiging te beperken, staat Armand bij het
rockconcert op ruime afstand van de geluidsbron.
Voor de geluidssterkte geldt:
Bij elke verdubbeling van de afstand tot de geluidsbron neemt
de geluidssterkte met 6 dB af.
Op de plek waar Armand staat, is de geluidssterkte 85 dB.
362pBereken op welke afstand Armand van de geluidsbron staat.
371pNoteer de maximale blootstellingsduur aan de geluidssterkte van 85 dB.
Bronvermelding
Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen
behorende correctievoorschrift.