bij dit examen
Meerkeuzevragen
Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Open vragen
− Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er
bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd, geef er dan twee en niet
méér. Alleen de eerste twee redenen kunnen punten opleveren.
− Vermeld altijd de berekening, als een berekening gevraagd wordt. Als
een gedeelte van de berekening goed is, kan dat punten opleveren.
Een goede uitkomst zonder berekening levert geen punten op.
− Vermeld bij een berekening altijd welke grootheid berekend wordt.
− Geef de uitkomst van een berekening ook altijd met de juiste eenheid.
opgave 1Snurkgeluid
Merel snurkt. De partner van Merel heeft 's nachts oordoppen in om het
snurkgeluid te dempen.
de partner van Merel met oordoppen
Over de geluiddemping van de oordoppen staat in de handleiding een
diagram.
Het snurkgeluid van Merel heeft een frequentie van 300 Hz.
De geluidssterkte van het snurkgeluid is 86 dB.
12pBereken de trillingstijd van het snurkgeluid van Merel.
De oordoppen dempen de geluidssterkte van het snurkgeluid met een
frequentie van 300 Hz met 27 dB.
21puitwerkbijlageBij twee andere geluidsfrequenties is de demping ook 27 dB.
Op de uitwerkbijlage staat het diagram van de geluiddemping van de
oordoppen.
• Geef in het diagram met drie kruisjes aan waar de geluiddemping
27 dB is.
31pHet diagram begint bij een frequentie van 20 Hz en eindigt bij een
frequentie van 20 000 Hz.
• Waarom is het niet nodig om de demping van de oordoppen bij grotere
of kleinere frequenties weer te geven?
De partner van Merel heeft de oordoppen in. Hierdoor is het snurkgeluid
gedempt.
42puitwerkbijlageVergelijk het gedempte snurkgeluid met het oorspronkelijke snurkgeluid
van Merel.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel.
• Zet in de tabel in elke rij één kruisje in de juiste kolom.
52pDe oordoppen dempen de geluidssterkte van het snurkgeluid met 27 dB.
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het geluid bij het gebruik van
de oordopjes.
• Maak elke zin compleet met het juiste getal.
opgave 2Remmen met de lichtsnelheid
Een auto rijdt met een snelheid van 25 m/s.
61pNoteer deze snelheid in km/h.
72pDe bestuurder van de auto moet plotseling remmen.
Zijn reactieafstand is 20 m.
• Bereken de reactietijd.
Sommige moderne auto’s zijn voorzien van een noodremsysteem. Dit
systeem vertraagt de auto automatisch zonder reactietijd als de
bestuurder zelf niet remt.
Een auto met een noodremsysteem rijdt met een snelheid van 25 m/s.
Deze auto nadert een stilstaande file. De bestuurder reageert niet op deze
situatie. Het noodremsysteem grijpt in en vertraagt de auto in een
tijd van 2,6 s tot stilstand. De vertraging is hierbij 9,6 m/s2 .
83pBereken de remweg van deze auto.
92pToon deze vertraging van de auto met een berekening aan.
102pDe auto met bestuurder heeft een massa van 1250 kg.
• Bereken de nettokracht die voor de vertraging nodig is.
111pTijdens het vertragen van de auto blijft de bestuurder even bewegen met
een constante snelheid, tot hij door de veiligheidsgordel wordt
tegengehouden.
Wat is de naam van het natuurkundig verschijnsel waardoor de
bestuurder nog even met constante snelheid blijft bewegen?
A duwkracht
B snelheid
C traagheid
D vermogen
122puitwerkbijlageEen noodremsysteem bepaalt de afstand tot de voorliggende auto met
behulp van licht. Een ander noodremsysteem kan deze afstand met
behulp van geluid bepalen.
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de snelheid van licht en
geluid.
• Noteer in de eerste zin de juiste waarde en omcirkel in de tweede zin
de juiste mogelijkheden. Gebruik de tabel ‘Veel gebruikte waarden’ in
BINAS.
opgave 3Practicum met een LDR
Bram bouwt een schakeling met een LDR.
Bram sluit de LDR en twee multimeters aan op een batterij. Met de ene
multimeter meet hij de spanning over de LDR en met de andere meet hij
de stroomsterkte door de LDR. Met deze gegevens berekent hij de
weerstand van de LDR.
132puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een deel van het schakelschema.
• Maak het schakelschema compleet met de stroommeter en
spanningsmeter.
De LDR staat in het licht.
143pIn het licht meet Bram een spanning van 1,3 V en een stroomsterkte van
11 mA door de LDR.
• Bereken de weerstand van de LDR bij deze lichthoeveelheid.
Bram zet de LDR in het donker.
152puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staan twee zinnen over de LDR.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Bram ontwerpt een schakeling met een LDR. Hij wil dat er een lamp
automatisch gaat branden als het donker wordt. Bij licht gaat de lamp weer
uit.
Je ziet het schakelschema dat Bram heeft ontworpen. De lamp ontbreekt
nog, die komt op plaats I of II.
162puitwerkbijlageAls het donker is loopt er bijna geen stroom door de LDR. Daardoor is de
transistor niet ingeschakeld.
Op de uitwerkbijlage staan drie zinnen over de werking van deze
schakeling in het donker.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
171pWat is juist over de stroomsterkte door de LDR?
De stroomsterkte door de LDR is
A groter dan de stroomsterkte door R1.
B gelijk aan de stroomsterkte door R1.
C kleiner dan de stroomsterkte door R1.
opgave 4Stoomreiniger
182puitwerkbijlageWater op kamertemperatuur wordt opgewarmd tot het kookt.
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het opwarmen en koken van
dit water.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheden.
Een vervuild tapijt kun je goed reinigen met een stoomreiniger.
In de stoomreiniger zit een afgesloten vat dat gevuld is met water en
lucht. Het vat wordt verwarmd met een verwarmingselement op
netspanning. Als de temperatuur in het vat stijgt, neemt de druk in het vat
toe.
Onder normale omstandigheden kookt water bij een temperatuur
van 100 °C. Bij hogere druk stijgt het kookpunt van het water.
Het vloeibare water in het vat kan daarom een temperatuur van meer dan
100 °C hebben.
Je ziet een tabel met gegevens van het kookpunt van water bij
verschillende druk.
| druk (kPa) | kookpunt (°C) |
| 100 | 100 |
| 250 | 128 |
| 300 | 134 |
| 420 | 146 |
| 500 | 152 |
193puitwerkbijlageDeel in het diagram op de uitwerkbijlage de verticale as in. Zet daarna alle
gegevens uit de tabel uit en teken de grafiek.
202puitwerkbijlageDe druk in het vat van de stoomreiniger is 350 kPa.
Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen over het kookpunt van water bij
een druk van 350 kPa.
• Noteer dit kookpunt in °C en in K. Gebruik hiervoor de gegevens uit de
tabel of het diagram.
211pHet tapijt wordt gereinigd met zeer hete stoom. Dit gasvormige water koelt
af tot kamertemperatuur. Dit gaat gepaard met een faseovergang.
Wat is juist?
Het gasvormige water gaat
A condenseren.
B rijpen.
C smelten.
D stollen.
E sublimeren.
F verdampen.
Het opgenomen vermogen van de stoomreiniger is 2300 W.
224pDe stoomreiniger wordt per maand 6,0 h gebruikt.
1 kWh kost € 0,45.
• Bereken de omgezette energie per maand en noteer de energiekosten
per maand in euro.
232pDe stoomreiniger heeft een rendement van 75%.
• Bereken het afgestane vermogen van de stoomreiniger.
opgave 5Schoonspringen
Nuray doet aan schoonspringen.
Om een sprong te maken loopt Nuray
op blote voeten op een metalen trap
en daarna op een kunststof
duikplank.
De temperatuur van de trap en de
duikplank zijn gelijk aan de
241puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staan twee zinnen over deze situatie.
• Omcirkel in elke zin de juiste mogelijkheid.
Je ziet een schematische afbeelding van Nuray op de duikplank.
De duikplank werkt als een hefboom: S is het steunpunt en D is het
draaipunt.
Nuray heeft een massa van 70 kg.
253pBereken de kracht die Nuray veroorzaakt op punt S. Gebruik ook de
gegevens uit de afbeelding.
261pAls Nuray op de duikplank staat buigt de duikplank door. Bij het
doorbuigen van de duikplank is zwaarte-energie omgezet in een energie
die in de doorgebogen duikplank opgeslagen is.
• Noteer de naam van de energiesoort die in de doorgebogen duikplank
is opgeslagen.
Nuray maakt haar sprong.
Op het hoogste punt heeft het massamiddelpunt van Nuray een zwaarte-
energie van 5200 J ten opzichte van het wateroppervlak.
272pBereken de hoogte van het massamiddelpunt van Nuray ten opzichte van
het wateroppervlak.
282pNadat Nuray na de sprong het hoogste punt heeft bereikt, valt zij in het
zwembad. Zij wordt afgeremd door het water. Haar remweg is 2,3 m.
De totale arbeid die het water verricht is 6200 J.
• Bereken de gemiddelde kracht van het water op Nuray.
opgave 6Heggenschaar
Nevzat heeft een dubbel geïsoleerde heggenschaar op netspanning
waarmee hij de heg knipt.
291pTijdens het werk knipt Nevzat per ongeluk het snoer door. Er ontstaat
kortsluiting en de stroomaanvoer stopt onmiddellijk.
Waardoor stopt de stroomaanvoer?
A De aardlekschakelaar schakelt de stroom uit.
B De dubbele isolatie schakelt de stroom uit.
C De groepszekering schakelt de stroom uit.
Nevzat koopt een nieuwe
elektrische heggenschaar
accu. Een elektromotor
de scharen van de
heggenschaar aan.
De heggenschaar
schakelaars. Alleen
schakelaar S1 én
gelijktijdig zijn ingedrukt
worden de scharen
aangedreven.
301pWaarom is het veiliger dat de scharen van de heggenschaar alléén
aangedreven worden als beide schakelaars zijn ingedrukt?
312puitwerkbijlageOp de uitwerkbijlage staat een schema van de energie-omzettingen bij de
werkende heggenschaar.
• Noteer in het schema de juiste nuttige energiesoorten op de juiste
plaatsen.
321pJe ziet vier schakelschema’s.
Welk schakelschema is van de heggenschaar?
Je ziet een tabel met de gegevens van de heggenschaar en de accu.
| heggenschaar | | accu | |
| stroomsterkte | 2,0 A | spanning | 20 V |
| geluidssterkte | 92 dB | maximale capaciteit | 1,5 Ah |
332pBereken de maximale tijd die de heggenschaar bij een opgeladen accu
kan werken.
342pBereken het vermogen van de heggenschaar.
351pIn welke zone van gehoorgevoeligheid valt het geluid van de werkende
heggenschaar? Gebruik BINAS.
A rustig
B indringend
C storend bij telefoneren
D zeer hinderlijk
361pNoteer de maximale blootstellingsduur aan het geluid van 92 dB. Gebruik
de tabel ‘Maximale blootstellingsduur’ in BINAS.
371pNoteer een oplossing om zonder gehoorbeschadiging langere tijd met de
heggenschaar te werken.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
opgave 7Koepeltent
In de winter is het te koud om buiten te hockeyen. Een opgeblazen
kunststof koepeltent biedt uitkomst. De koepeltent is gemaakt van stalen
kabels en kunststof doek. Een deel van het doek is bekleed met
noppenfolie.
384pEr worden stalen kabels gebruikt om de koepeltent op zijn plaats te
houden. Deze kabels hebben een totale lengte van 7500 m en een
oppervlakte van de doorsnede van 0,60 cm2 .
• Bereken de massa van de stalen kabels. Bereken eerst het volume
van de kabels.
391pDe stilstaande lucht in het noppenfolie voorkomt warmteverlies.
Wat is juist?
Stilstaande lucht is een goede | Het stilstaan van lucht voorkomt warmtetransport door |
| warmtegeleider. | straling. |
| warmtegeleider. | stroming. |
| warmte-isolator. | straling. |
| warmte-isolator. | stroming. |
Bronvermelding
Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen
behorende correctievoorschrift.