tjoefie

natuurkunde vwo 2005 · tijdvak 1 · natuurkunde 1

A4-weergave

opgave 1Opgave 1 Nucleaire diagnostiek

Lees het artikel.
artikel Nucleaire diagnostiek begint in Petten
Bij het Energie Centrum Nederland in Petten
wordt op commerciële basis molybdeen
geproduceerd. Molybdeen (99 Mo) is radioactief en
vervalt onder andere tot de isotoop technetium-
99m (99m Tc) die in ziekenhuizen veelvuldig wordt
naar: NRC Handelsblad
De ‘curie’ is een oude eenheid voor de activiteit. Zie de eenhedentabellen van Binas.
De activiteit kan berekend worden met de formule:
figuur bij de opgave
Hierin is:
A de activiteit in Bq;
τ de halveringstijd in s;
N het aantal aanwezige kernen.
13p
Bereken hoeveel kernen er aanwezig zijn in een hoeveelheid molybdeen-99 met een
activiteit van 400 curie.
Het molybdeen kan vervallen naar de zogenaamde isomere toestand 99m Tc.
Door uitzending van γ -straling vervalt een 99m Tc-kern naar een 99 Tc-kern.
Deze γ -straling wordt in ziekenhuizen gebruikt voor onderzoek.
22p
Een radiodiagnostisch laborant moet tijdens
zijn werk een badge dragen. Zie figuur 1.
Leg uit wat een badge registreert en hoe dit
bij kan dragen aan de veiligheid van de
radiodiagnostisch laborant.
Bij medische toepassingen is naast de
halveringstijd τ van het γ -verval ook de
figuur 1
figuur bij de opgave
biologische halveringstijd τbio van belang. Dit is de tijd die het lichaam gemiddeld nodig
heeft om de helft van het aanwezige 99m Tc uit te scheiden.
Een patiënt mag pas bezoek ontvangen van kleine kinderen 22 uur na het toedienen van het
technetium. De activiteit is dan afgenomen tot 0,50‰ van de waarde bij het toedienen.
Voor de activiteit A ( t ) geldt de formule:
t / τ t / τ
A ( t ) = A (0) ⋅ ( ½ ) ⋅ ( ½ ) bio
34p
Bereken de biologische halveringstijd van 99m Tc.
43p
Geef drie redenen waarom 99m Tc geschikt is voor medisch onderzoek. Geef argumenten op
basis van het doordringend vermogen van de ontstane straling, de halveringstijd en de
ontstane dochterkern.

opgave 2Opgave 2 Schommelboot

Anne en Bas bezoeken een pretpark om voor hun praktische opdracht metingen te doen aan
een schommelboot. De schommelboot is opgehangen aan een grote stellage en wordt met
behulp van een elektrische aandrijving in beweging gebracht.
Ze maken de foto die in figuur 2 is afgedrukt.
figuur 2
figuur 2
Anne en Bas meten met een stopwatch dat de boot er 3,6 s over doet om van de ene uiterste
stand naar de andere uiterste stand te gaan. Met behulp van de slingerformule berekenen ze
vervolgens de slingerlengte PQ van de boot.
53p
Bereken de lengte die Anne en Bas zó voor PQ vinden.
Anne beweert dat de uitkomst niet erg betrouwbaar is, nog afgezien van de
onnauwkeurigheid in de meting.
62p
Noem twee argumenten waarom het gebruik van de formule voor de slingertijd nog meer tot
een onbetrouwbaar antwoord leidt.
Anne bepaalt PQ ook met de foto van figuur 2. De cameralens heeft een brandpuntsafstand
van 50 mm. Deze foto heeft ze gemaakt vanaf een afstand van 37 m. De afstandsinstelling
van de camera staat dan op oneindig ( ∞ ) zodat de beeldafstand gelijk is aan de
brandpuntsafstand van de lens. Het negatief is 36 mm lang en 24 mm hoog. De foto is een
volledige afdruk van het negatief.
74p
Bepaal PQ met behulp van de foto.
Om de maximale snelheid van de boot te kunnen meten, zetten Anne en Bas links en rechts
van het laagste punt twee stokken neer. Uit de afstand tussen de twee stokken en de tijd die
het punt Q er over doet om van de ene stok naar de andere stok te bewegen, kunnen zij deze
snelheid berekenen.
Anne beweert dat voor een goede meting de stokken dicht bij elkaar moeten staan. Bas
beweert dat de stokken niet te dicht bij elkaar mogen staan voor een nauwkeurige meting.
82p
Ondersteun zowel de bewering van Anne als die van Bas met een goed argument.
Bas zit in de boot en blaast op een fluitje dat voortdurend een toon van 800 Hz produceert.
De temperatuur is 20 ° C.
Anne gaat zó bij het laagste punt van de baan van de boot staan, dat Bas haar rakelings
passeert. Vlak voor het passeren neemt Anne een frequentie waar van 819 Hz.
93p
Bereken de snelheid van Bas bij het passeren.

opgave 3Opgave 3 Pelikanen

Lees het artikel.
artikel Pelikanen doen zuinige V-vlucht
Pelikanen vliegen in V-formatie omdat ze zich dan
minder hoeven in te spannen. Biologen leerden
acht pelikanen achter een boot en een ultralight-
vliegtuig aan te vliegen.
De acht pelikanen kregen sensoren op de huid
geplakt voor het meten van de hartslag.
Een digitale video-camera registreerde de
vleugelbewegingen. Uit de proeven blijkt dat
vogels in V-formatie een lagere hartslag hebben
en minder snel hun vleugels op en neer slaan, in
naar: de Volkskrant van 20 oktober 2001
103p
Maak met behulp van de gegevens uit het artikel een schatting van de afstand die een
pelikaan tijdens een V-vlucht aflegt door één vleugelslag.
Met behulp van de video-opnamen is een ( v,t )-grafiek gemaakt van een pelikaan in
V-vlucht. Zie figuur 3.
figuur 3
20 v (m/s) 15 10 5 0 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 t (s)
Duidelijk is hierin te zien, dat de pelikaan achter elkaar drie krachtige klappen met zijn
vleugels maakt om vervolgens even rust te nemen.
De eerste vleugelslag na elke korte rust is het krachtigst. De versnelling van de pelikaan is
bij het begin van deze slag, bijvoorbeeld op t = 4,1 s in de figuur, maximaal.
Op dat tijdstip bedraagt de luchtweerstand 18 N. De massa van de pelikaan is 7,5 kg.
In deze opgave beschouwen we alleen bewegingen van de pelikaan in horizontale richting.
Figuur 3 staat ook op de uitwerkbijlage.
114puitwerkbijlage
Bepaal met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage de stuwkracht van zo’n eerste
vleugelslag.
Figuur 4 toont een foto van enkele pelikanen tijdens een V-vlucht.
figuur 4
figuur 4
Voor de luchtweerstand van de pelikanen geldt:
Fw = k Av2
Hierin is:
k een constante die onder andere te maken heeft met de stroomlijn van een pelikaan;
A de frontale oppervlakte van een pelikaan in m2 ;
v de snelheid in ms1 .
In figuur 5 is het silhouet van een pelikaan op schaal en frontaal weergegeven op
roosterpapier. Figuur 5 staat ook op de uitwerkbijlage.
figuur 5
10 cm 10 cm
125puitwerkbijlage
Bepaal de waarde van k . Maak daartoe eerst een schatting van de frontale oppervlakte van
de pelikaan met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage.
Volgens het artikel is het vermogen van de pelikaan in V-vlucht 14% lager dan in een
solovlucht. Door dit lagere vermogen kan de pelikaan een langere tijd vliegen, ervan
uitgaande dat het totale energieverbruik in een V-vlucht hetzelfde is als het totale
energieverbruik in een solovlucht. Uit de video-opnamen blijkt bovendien dat de snelheid in
V-vlucht 10% groter is dan in een solovlucht.
134p
Bereken hoeveel procent de maximale afstand die een pelikaan in V-vlucht kan afleggen
groter is dan bij een solovlucht.

opgave 4Opgave 4 Helios

Lees het artikel.
figuur bij de opgave
artikel Vliegende vleugel
De Helios, een uiterst lichte, vliegende vleugel,
aangedreven door zonne-energie, heeft een
langdurige horizontale vlucht gemaakt. De Helios
vloog op een hoogte van 29,4 km. De vleugel van
de Helios is 74 m lang en 3,6 m breed. Aan de
vleugel zitten 14 propellers. Elke propeller wordt
aangedreven door een motor met een elektrisch
vermogen van 1,5 kW.
naar: De Telegraaf, 18 augustus 2001
De Helios vliegt op ongeveer 30 km hoogte omdat daar de dichtheid van de lucht klein is.
Hieronder staan enkele eigenschappen van lucht op zeeniveau en op 30 km hoogte.
tabel
hoogte (km)druk (Pa)temperatuur (K)dichtheid (kg m–3 )
01,013·1052731,293
301,00·103230 
144p
Bereken de dichtheid van de lucht op 30 km hoogte.
Ga er daarbij van uit dat de samenstelling van de lucht op elke hoogte hetzelfde is.
Veronderstel dat de Helios horizontaal vliegt met een constante snelheid van 50 km h-1 .
De grootte van de voortstuwende kracht ten gevolge van de propellers bedraagt 6,0 N.
154p
Bereken welk percentage van het elektrisch vermogen van de propellers wordt omgezet in
arbeid die per seconde voor deze voortstuwing nodig is.
De Helios zet zonlicht om in elektriciteit. De zonnecellen produceren overdag meer energie
dan nodig is voor de motoren, zodat de overtollige energie in accu’s zou kunnen worden
opgeslagen. Als dit in de toekomst lukt, dan kan de Helios ook ’s nachts doorvliegen.
Op deze hoogte is overdag de gemiddelde intensiteit van de zonnestraling 1,4 ⋅ 103 Wm2 .
Van het oppervlak is 95% bedekt met zonnecellen.
Gedurende één bepaald uur van de vlucht wordt gemiddeld 8,0% van de zonne-energie
omgezet in elektrische energie. Een deel van deze energie wordt gebruikt voor de
voortstuwing, de rest wordt aan de accu’s geleverd.
164p
Bereken hoeveel elektrische energie in dat uur aan de accu’s kan worden geleverd.

opgave 5Opgave 5 Sauna

Een sauna is een ruimte waarin de lucht heet gemaakt wordt.
Mensen maken onder andere gebruik van zo’n ‘heteluchtbad’ omdat dat ontspannend werkt.
Een bepaalde sauna wordt verwarmd met een verwarmingselement dat is aangesloten op een
spanning van 398 V. Neem aan dat de weerstand van het verwarmingselement onafhankelijk
is van de spanning waarop het aangesloten is.
173p
Laat zien dat het vermogen van het verwarmingselement bij deze spanning driemaal zo
hoog is dan wanneer het zou zijn aangesloten op de normale netspanning van 230 V.
De sauna wordt op een temperatuur van 90 ºC gehouden. Omdat de hete lucht droog is en de
mensen in de sauna flink zweten, kunnen zij deze hoge temperatuur verdragen.
183p
Leg uit dat zweten in deze situatie ervoor zorgt dat de huid niet te warm wordt.
De sauna heeft een inhoud van 34 m3 . De luchtdruk in de sauna is 1,00 ⋅ 105 Pa. De druk
van de waterdamp bedraagt 3,5% hiervan. Eén mol water heeft een massa van 18 gram.
193p
Bereken de massa van de waterdamp in de sauna.
Het verwarmingselement verwarmt behalve de lucht ook de wanden, de banken en andere
voorwerpen in de sauna. Als er nog geen warmteverlies naar buiten is, zorgt het element
ervoor dat de temperatuur van het geheel per seconde 0,27 ° C stijgt.
Om de lucht (met de waterdamp) 1,0 ºC in temperatuur te laten stijgen is 47 kJ energie
nodig.
Het verwarmingselement heeft een nuttig vermogen van 32,6 kW.
203p
Bereken de warmtecapaciteit van de wanden, de banken en andere voorwerpen in de sauna.
Een automatisch systeem zorgt voor de temperatuurregeling.
Voor de temperatuursensor in dit systeem heeft men de keuze uit twee typen sensoren
a en b .
Van deze twee sensoren zijn de karakteristieken gegeven in figuur 6.
figuur 6
4 sensor b U (V) 3 sensor a 2 1 0 0 20 40 60 80 100 t (˚C)
212p
Leg uit welke van de twee sensoren het meest geschikt is om de temperatuur in de sauna zo
nauwkeurig mogelijk op 90 ° C te houden.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

opgave 6Opgave 6 Etalageverlichting

In een etalage bevinden zich vier lampen die om beurten in de volgorde rood, geel, groen en
blauw branden. Elke lamp brandt even lang.
Men heeft een schakeling ontworpen om dit te automatiseren.
In figuur 7 is een deel van deze schakeling getekend.
figuur 7
rood geel groen blauw 1 1 Hz telpulsen 2 & & & & 4 pulsgenerator 01 87 8 16 aan/uit 32 1 1 64 128 256 reset 512 1024 teller
Uit figuur 7 is af te leiden dat de rode lamp brandt als de uitgangen van 256 en 512 beide
nog laag zijn.
222p
Bepaal aan de hand van de schakeling van figuur 7 hoe lang de rode lamp steeds brandt.
In de tabel op de uitwerkbijlage is aangegeven bij welke tellerstanden de vier verschillende
lampen branden. Ook figuur 7 is nogmaals op de uitwerkbijlage weergegeven.
233puitwerkbijlage
Maak de tabel compleet en maak het schakelschema in de figuur op de uitwerkbijlage af
door uitsluitend verbindingen en invertors aan te brengen.
In de etalage bevinden zich nog drie lampen die ieder aangesloten zijn op de netspanning
van 230 V. Ze zijn afzonderlijk aan en uit te schakelen.
242p
Teken een schakelschema voor de aansluiting van deze drie lampen op de netspanning.
In de etalage zijn behalve de lampen nog enkele apparaten ingeschakeld.
De etalage is in de meterkast aangesloten op één groep met een smeltveiligheid van 16 A.
Het energieverbruik wordt gemeten met een kWh-meter, waarin een schijf zit die 600 keer
ronddraait bij een energieverbruik van 1,00 kWh. Als de apparaten en lampen in de etalage
zijn ingeschakeld, draait de schijf 36 keer rond in 60 seconde.
253p
Ga na of er op de groep van de etalage nog twee halogeenlampen van elk 350 W kunnen
worden aangesloten, zonder dat de smeltveiligheid doorbrandt.
Einde
Lees verder