opgave 1Opgave 1 Onderwatergeluid
Lees onderstaand artikel.

De Koninklijke marine heeft met groot succes een door TNO ontwikkeld nieuw type sonar getest, LFAS (low frequency active sonar). Deze laagfrequente actieve sonarsystemen zijn gebaseerd op geluid tot 2000 Hz en dragen veel verder in de oceaan dan de tot nu toe gebruikte systemen.
Een sonar zendt onder water geluidsgolven uit die na weerkaatsing tegen
voorwerpen kunnen terugkomen. Uit de tijd die het geluid er over doet om heen
en terug te gaan, kan de afstand tot het voorwerp bepaald worden.
De sonar van een schip wordt ingezet om een rots onder water op te sporen. De
echo van het geluid wordt 4,35 s na het uitzenden opgevangen. De temperatuur
van het zeewater is 20 °C .
13pBereken de afstand van het schip tot de rots.
Met een 2,0 kHz sonar kunnen in zee scholen vis worden gedetecteerd. Vissen
kleiner dan een halve meter die alleen zwemmen zijn hiermee echter niet of
nauwelijks te detecteren.
23pLeg met een berekening uit waarom deze vissen slecht met deze sonar kunnen
worden gedetecteerd.
Bij de marine gebruikt men onderwatergeluid met een zeer sterk volume. De
geluidsbron levert daarbij op 30 m afstand een geluids(druk)niveau van 160 dB .
33pBereken het vermogen van deze geluidsbron er van uitgaande dat in alle
richtingen even sterk wordt uitgezonden. (In werkelijkheid wordt er maar in een
zeer beperkte richting uitgezonden.)
Het gebruik van de LFAS-sonar is omstreden. Dolfijnen en walvissen, die
onderling ook communiceren met sonar, worden tot op grote afstand in de war
gebracht door deze geluidsgolven.
Men gaat ervan uit dat deze dieren last hebben van LFAS zodra het
geluids(druk)niveau ervan meer is dan 50 dB , het normale geluids(druk)niveau
van een rustige zee.
44pLaat met behulp van een berekening zien of deze dieren op 1,0·103 km afstand
last hebben van bovengenoemde geluidsbron. Verwaarloos daarbij de afname
van de sterkte van het geluid door andere oorzaken dan de toegenomen
afstand.
Bij de overgang van zeewater naar lucht vertoont geluid breking. Voor breking
van geluid gelden dezelfde wetten als voor breking van licht. Voor de
brekingsindex n voor de overgang van zeewater naar lucht geldt:
Hierin is v zeewater de geluidssnelheid in zeewater en vlucht de geluidssnelheid in
lucht.
In figuur 1 zijn twee geluidstralen getekend die de richting van het geluid
aangeven dat afkomstig is van een sonar op een onderzeeboot. Figuur 1 staat
ook op de uitwerkbijlage.
figuur 1
lucht, 293 K
De beide getekende geluidstralen bereiken onder dezelfde hoek het
zeewateroppervlak.
55puitwerkbijlageTeken in de figuur op de uitwerkbijlage hoe de geluidsstralen na breking verder
lopen in de lucht. Bepaal daartoe eerst de hoeken van breking aan het
zeewateroppervlak.
opgave 2Opgave 2 Vliegwiel
62pbewegingsenergie (rotatie-energie Erot )
opgeslagen.
Als het vliegwiel, zonder te draaien, zich
verplaatst met snelheid v geldt voor de
Als een vliegwiel met een vorm zoals
afgebeeld in figuur 2, zich niet verplaatst maar
wel om zijn as draait, geldt voor de kinetische
energie: Erot = α mvrand2 . Hierin is vrand de
snelheid van een punt op de buitenste rand
van het vliegwiel, m de massa van het
vliegwiel en α een constante.
Leg uit waarom α wel kleiner moet zijn dan ½ .
In de Verenigde Staten rijden treinen met
grote vliegwielen. In figuur 2 zijn de
afmetingen van zo’n vliegwiel aangegeven. De
buitenste rand van het vliegwiel mag bij een stilstaande trein maximaal een
snelheid bereiken van 1000 m s−1 .
Onder het toerental verstaan we het aantal omwentelingen per minuut.
73pBereken het maximaal toegestane toerental.
Bij te hoge toerentallen bestaat het gevaar dat stukjes materiaal van de
buitenste rand van het vliegwiel afvliegen. Daarom moet de kracht groot zijn
waarmee het materiaal van de buitenrand hecht aan de rest van het vliegwiel.
83pBereken bij het vliegwiel van een stilstaande trein de verhouding tussen de
hechtende kracht op een stukje materiaal aan de buitenrand en de
zwaartekracht op dat stukje.
Als een trein een helling oprijdt, zal de trein snelheid verliezen als het
motorvermogen gelijk blijft en de wrijvingskrachten niet veranderen. Men wil
echter de snelheid van de trein constant houden. Daarom wordt er voortdurend
rotatie-energie van het vliegwiel toegevoerd aan de trein. Voor het gebruikte
vliegwiel is bovengenoemde α gelijk aan ¼ .
Aan het begin van de helling draait de buitenste rand van het vliegwiel met
600 m s−1 . De lengte van de helling is 3,2 km . De hellingshoek is 4,0°. De massa
van het vliegwiel is 8,6 ⋅ 103 kg. De massa van de trein (inclusief vliegwiel) is
2,4 ⋅ 105 kg. Verwaarloos bij de overdracht van energie van het vliegwiel naar de
trein de verliezen door wrijving en warmte.
94pBereken de snelheid van een punt op de omtrek van het vliegwiel aan het eind
van de helling.
opgave 3Opgave 3 Trafo-koken
Bij een demonstratieproef in de klas wordt een transformator gebruikt.
Zie figuur 3. Het rechthoekige juk is de weekijzeren kern. De primaire spoel van
de transformator heeft 600 windingen. De secundaire spoel bestaat uit een
aluminium ring in de vorm van een goot. Van deze goot is in figuur 4 een schets
te zien. Deze goot kan een vloeistof bevatten.
De transformator wordt aangesloten op een wisselspanning.
103pLeg uit hoe de transformator ervoor zorgt dat er een stroom gaat lopen door de
aluminium ring.
De primaire spoel wordt aangesloten op de netspanning van 230 V . De stroom
door deze spoel is dan 4,6 A . Neem aan dat dit een ideale transformator is.
113pBereken de stroomsterkte in de aluminium ring.
De transformator wordt uitgezet en in de gootvormige ring wordt 5,0 g water
gebracht. De temperatuur van het water en de aluminium ring is 25 °C . De
warmtecapaciteit van de aluminium ring is 88 J K−1 . Nadat de transformator is
aangezet, stijgt de temperatuur van de ring en het water in 9,0 s tot 100 °C .
125pBereken welk percentage van de in die 9,0 s toegevoerde elektrische energie
nodig is voor het verwarmen van de ring met water.
opgave 4Opgave 4 Valtoren
Wetenschappers willen bestuderen hoe
vloeistofstromen verlopen als er geen
zwaartekracht zou zijn. Om het effect van de
zwaartekracht uit te schakelen worden de
experimenten uitgevoerd in een capsule die
een vrije val maakt. De vloeistoffen zijn dan
gewichtloos.
Deze experimenten kunnen worden uitgevoerd
in de valtoren van Bremen, waarin een
capsule over een afstand van 110 m kan
vallen, zie figuur 5.
In figuur 6 staat de ( v,t )-grafiek van een
vallende capsule.
figuur 6
Aan de grafiek is te zien dat de capsule tijdens deze val luchtweerstand
ondervond. Figuur 6 staat ook op de uitwerkbijlage.
134puitwerkbijlageTeken in de figuur op de uitwerkbijlage hoe de grafiek zou lopen indien er
helemaal geen luchtweerstand was geweest. Laat de grafiek eindigen op het
tijdstip dat de 110 m is afgelegd.
In de valtoren bevindt zich een cilindervormige valbuis met een lengte van
120 m en een diameter van 3,5 m . Om de gewichtloze toestand zo goed
mogelijk te benaderen wordt de valbuis vacuüm gepompt.
De luchtdruk is 1025 hPa en de temperatuur is 20 °C .
De molaire massa van lucht is 28,8 g .
144pBereken de massa van de lucht die uit de buis gepompt moet worden.
Verwaarloos daarbij het volume dat door apparatuur en dergelijke ingenomen
wordt.
In werkelijkheid is het niet mogelijk om de buis volledig vacuüm te pompen.
Daardoor is de vloeistof in de capsule net niet helemaal gewichtloos. Men
spreekt dan van microzwaartekracht: tijdens het vallen blijkt het gewicht nog
maar een miljoenste deel van de gewone zwaartekracht te zijn.
153pBereken het gewicht van 1,0 mL siliconenolie tijdens het vallen.
In plaats van de capsule op te hijsen en
162pte laten vallen, kan men de capsule ook
naar boven schieten met een soort
katapult.
Figuur 7 is het bijbehorende
( h,t )-diagram; h = 0 is zowel de hoogte
waarop de capsule loskomt van de
katapult als de hoogte waarop het
afremmen van de landing begint.
Leg uit hoe lang de tijdsduur is dat de
vloeistof vrijwel gewichtloos is.
In figuur 8 staat de grafiek van de kracht die
175puitwerkbijlagede katapult op de capsule uitoefent tijdens het
wegschieten.
Behalve de waarde 0 staan er verder geen
waarden bij de F -as. Figuur 8 staat ook op de
uitwerkbijlage.
De capsule heeft een massa van 120 kg .
Bepaal de maximale waarde van de kracht die
de katapult op de capsule uitoefent.
Gebruik daartoe eventueel figuur 8 op de
uitwerkbijlage.
opgave 5Opgave 5 Thallium
Lees onderstaand artikel.

Thallium (Tl) is vooral bekend als rattengif. De isotoop Tl-201 wordt gebruikt in de nucleaire geneeskunde, onder andere bij de diagnose van problemen aan het hart. Tl-201 wordt in het bloed gespoten en bereikt de gezonde delen van het hart. Met een camera die gevoelig is voor de uitgezonden straling wordt dan een foto van het hart gemaakt. Zieke delen van het hart en omgeving nemen geen Tl-201 op en zijn niet zichtbaar op een dergelijke opname.
De isotoop Tl-201 vervalt door K -vangst.
In de literatuur vinden we dat daarbij de volgende straling wordt uitgezonden:
− röntgenstraling met energieën in het gebied van 68 keV tot 80 keV,
− gammastraling met energieën van 135 keV en 167 keV .
184pBereken de kleinste golflengte van de uitgezonden straling.
Tl-201 wordt gemaakt door het in de natuur voorkomende Tl-203 met protonen
te beschieten. Figuur 9 is een schematische tekening van de opstelling. Snelle
protonen uit een deeltjesversneller worden met een magneetveld afgebogen en
zo op trefplaatjes gericht.
figuur 9
De protonen hebben in P een energie van 0,50 MeV en worden vervolgens
afgebogen in het homogene magnetische veld dat loodrecht op het vlak van
tekening staat. De bundel protonen treft het plaatje Tl - 203 als de bundel
afgebogen wordt met een straal van 125 cm .
195pBereken in deze situatie de grootte van de magnetische inductie B . Bereken
daartoe eerst de snelheid van de protonen in P .
Een proton dat een kern van Tl - 203 treft, veroorzaakt een kernreactie, waarbij
een kern van Pb - 201 ontstaat en een aantal neutronen.
203pGeef de reactievergelijking van deze kernreactie.
De loodisotoop Pb - 201 vervalt vervolgens tot Tl - 201 . Het Tl - 201 vervalt verder,
waarbij het onder andere γ -straling uitzendt. Op het tijdstip t = 0 zijn er alleen
kernen van Pb-201 . In figuur 10 staat het aantal kernen Pb - 201 en Tl - 201 als
functie van de tijd. Figuur 10 staat ook op de uitwerkbijlage.
figuur 10
Op een bepaald moment is de activiteit van het Tl - 201 maximaal.
215puitwerkbijlageBepaal met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage de grootte van de activiteit
van het Tl - 201 op dat moment.
opgave 6Opgave 6 Detectielus
figuur 11
Om de aanwezigheid van voertuigen bij
slagbomen of verkeerslichten te detecteren
worden detectielussen gebruikt. Zie figuur 11.
Een detectielus is een spoel van drie of vier
draadwindingen vlak onder het wegdek. Door
de spoel loopt een hoogfrequente sinusvormige
wisselstroom.
De detectielus staat in serie met de weerstand
R . Zie figuur 12.
De effectieve waarde van de spanning over R
fungeert als sensorspanning.
figuur 12
Als er geen voertuig aanwezig is, heeft de amplitude van de wisselstroom door
de detectielus een waarde van 12 mA en is de sensorspanning 5,0 V .
223pBereken de waarde van R .
Men ontwerpt voor een bedrijfsparkeerplaats een automatisch systeem dat de
slagboom bedient. Bij de slagboom wordt het kenteken digitaal gefotografeerd
en volautomatisch nagegaan of het voertuig in de lijst staat van toe te laten
voertuigen. Bij positieve herkenning wordt er een hoog signaal afgegeven.
Verder zijn er twee detectielussen, een openingslus voor en een sluitlus na de
slagboom. Als zich een voertuig boven een lus bevindt, ontvangt het systeem
een laag signaal, anders een hoog signaal.
In figuur 13 is een deel van het automatische systeem getekend. Figuur 13 staat
ook op de uitwerkbijlage.
figuur 13
Als het geheugen hoog is, is de slagboom open.
Het systeem moet voldoen aan de volgende eisen:
− Het systeem detecteert een voertuig als de spanning lager wordt dan 4,0 V .
− Als een voertuig door de openingslus wordt gedetecteerd én de
kentekenherkenning levert een positief resultaat op, dan wordt de slagboom
geopend.
− De slagboom wordt gesloten als het voertuig de sluitlus gepasseerd is, maar
in alle gevallen na 8 s .
− De teller wordt na het sluiten van de slagboom gereset.
234puitwerkbijlageTeken in de figuur op de uitwerkbijlage de verwerkers en de verbindingen die
nodig zijn om het systeem goed te laten werken.
Bronvermelding
Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen
behorende correctievoorschrift, dat na afloop van het examen wordt gepubliceerd.