tjoefie

natuurkunde vwo 2008 · tijdvak 2 · natuurkunde 1

A4-weergave

opgave 1Opgave 1 Friteuse

André doet onderzoek aan een frituurpan.
figuur 1
13p
Zie figuur 1.
De netspanning is 230 V en het elektrisch
vermogen van de friteuse is 1800 W .
Bereken de elektrische weerstand van het
verwarmingselement van de friteuse.
De friteuse bestaat uit een metalen binnenpan en
wanden van warmte-isolerend materiaal. De
binnenpan is gevuld met 2,00 kg vloeibaar
frituurvet. De thermostaat van de friteuse is
ingesteld op 170 °C . Hij zet de friteuse 20 minuten
figuur bij de opgave
aan en meet met een temperatuursensor de
temperatuur van het frituurvet. Zie figuur 2.
figuur 2
180 t( C) 160 140 120 100 80 60 40 20 0 0 200 400 600 800 1000 1200 t(s)
Tijdens het verwarmen blijft de deksel gesloten. De temperatuur van de
binnenpan is altijd gelijk aan de temperatuur van het vet. De warmtecapaciteit
van de lege binnenpan plus verwarmingselement is 1,6·103 J K1 . De warmte die
tijdens de eerste 200 seconden door de binnenpan wordt afgestaan aan de
omgeving is te verwaarlozen.
24p
Bepaal met behulp van figuur 2 de soortelijke warmte van het frituurvet.
Enige tijd na het aanzetten is de warmte die wordt afgestaan aan de omgeving
niet meer verwaarloosbaar.
33p
Leg uit hoe André met behulp van figuur 2 het gemiddelde warmteverlies per
seconde kan bepalen na t = 500 s . (Je hoeft de bepaling niet uit te voeren.)
De ijkgrafiek van de temperatuursensor staat in figuur 3.
figuur 3
6 U(V) 5 4 3 2 1 0 -40 0 40 80 120 160 200 t ( C)
André sluit de temperatuursensor aan op een 4- bits analoog-digitaal-omzetter
( AD -omzetter), die ingangsspanningen van 0 tot 5 V kan verwerken.
43p
Bereken het kleinst meetbare temperatuurverschil voor deze combinatie van
temperatuursensor en AD -omzetter.
André bouwt het thermostaatsysteem na. Met een andere thermometer heeft hij
gemeten dat de digitale code van de AD -omzetter overgaat van code 1101 naar
1110 als de temperatuur van het vet de 172 o C passeert.
In de figuur op de uitwerkbijlage is een gedeelte van zijn schakeling getekend.
Het systeem voldoet aan de volgende eisen:
− Het verwarmingselement kan alleen ingeschakeld zijn als de aan/uit
schakelaar gesloten is.
− Het verwarmingselement wordt ingeschakeld als de weergegeven
temperatuur lager is dan 172 °C .
− Het verwarmingselement wordt uitgeschakeld als de weergegeven
temperatuur boven de 172 °C uitkomt.
55puitwerkbijlage
Teken binnen de stippellijnen op de uitwerkbijlage de verwerkers en
verbindingen die nodig zijn om het systeem goed te laten werken. Gebruik
daartoe alleen verwerkers uit tabel 17B van Binas.

opgave 2Opgave 2 Valtoren

Wetenschappers willen bestuderen hoe
figuur 4
vloeistofstromen verlopen als er geen
zwaartekracht zou zijn. Om het effect van de
zwaartekracht uit te schakelen worden de
experimenten uitgevoerd in een capsule die
een vrije val maakt. De vloeistoffen zijn dan
gewichtloos.
Deze experimenten kunnen worden
uitgevoerd in de valtoren van Bremen, waarin
een capsule over een afstand van 110 m kan
vallen, zie figuur 4.
In figuur 5 staat de ( v,t )-grafiek van een
vallende capsule. Op t = 5,1 s heeft de
capsule 110 m afgelegd.
figuur bij de opgave
figuur 5
v 50 (ms-1) 40 30 20 10 0 0 1 2 3 4 5 6 t(s)
Aan de grafiek is te zien dat de capsule tijdens deze val luchtweerstand
ondervond.
64p
Bepaal hoeveel procent van de oorspronkelijke zwaarte-energie na 110 m in
warmte was omgezet ten gevolge van de luchtweerstand.
Figuur 5 staat ook op de uitwerkbijlage.
74puitwerkbijlage
Teken in de figuur op de uitwerkbijlage hoe de grafiek zou lopen indien er
helemaal geen luchtweerstand was geweest. Laat de grafiek eindigen op het
tijdstip dat de 110 m is afgelegd.
In de valtoren bevindt zich een cilindervormige valbuis met een lengte van
120 m en een diameter van 3,5 m . Om de gewichtloze toestand zo goed
mogelijk te benaderen wordt de valbuis vacuüm gepompt.
De luchtdruk is 1025 hPa en de temperatuur is 20 °C .
De molaire massa van lucht is 28,8 g.
84p
Bereken de massa van de lucht die uit de buis gepompt moet worden.
Verwaarloos daarbij het volume dat door apparatuur en dergelijke ingenomen
wordt.
In werkelijkheid is het niet mogelijk om de buis volledig vacuüm te pompen.
Daardoor is de vloeistof in de capsule net niet helemaal gewichtloos. Men
spreekt dan van microzwaartekracht: tijdens het vallen blijkt het gewicht nog
maar een miljoenste deel van de gewone zwaartekracht te zijn.
93p
Bereken het gewicht van 1,0 mL siliconenolie tijdens het vallen.
Aan het einde van de val over 110 m wordt de capsule opgevangen in een tank
met polystyreenbolletjes en over een afstand van 7,5 m eenparig vertraagd
afgeremd.
De proefopstellingen in de capsule moeten bestand zijn tegen hele grote
krachten.
104p
Leg dit uit. Bereken daartoe eerst de vertraging die de capsule ondergaat,
uitgedrukt in de valversnelling g .
In plaats van de capsule op te hijsen en
figuur 6
112p
te laten vallen, kan men de capsule ook
naar boven schieten met een soort
katapult.
Figuur 6 is het bijbehorende
( h,t )-diagram; h = 0 is zowel de hoogte
waarop de capsule loskomt van de
katapult als de hoogte waarop het
afremmen van de landing begint.
Leg uit hoe lang de tijdsduur is dat de
vloeistof vrijwel gewichtloos is.
120 h (m) 100 80 60 40 20 0 0 2 4 6 8 10 t(s)

opgave 3Opgave 3 Thallium

Lees onderstaand artikel.
Thallium (Tl) is vooral bekend als rattengif. Schrijvers van detectiveboeken gebruiken het in hun verhalen. Sommige geheime diensten proberen er hun tegenstanders mee uit te schakelen. Lage, moeilijk te detecteren…

Thallium (Tl) is vooral bekend als rattengif. Schrijvers van detectiveboeken gebruiken het in hun verhalen. Sommige geheime diensten proberen er hun tegenstanders mee uit te schakelen. Lage, moeilijk te detecteren concentraties kunnen al dodelijk zijn. De isotoop Tl-201 wordt gebruikt in de nucleaire geneeskunde, onder andere bij de diagnose van problemen aan het hart. Tl-201 wordt in het bloed gespoten en bereikt de gezonde delen van het hart. Met een camera die gevoelig is voor de uitgezonden straling wordt dan een foto van het hart gemaakt. Zieke delen van het hart en omgeving nemen geen Tl-201 op en zijn niet zichtbaar op een dergelijke opname.

Kleine hoeveelheden thallium zijn aan te tonen met de methode van
neutronenactivering. Door het stabiele Tl-203 te beschieten met neutronen
ontstaat Tl-204 . Dit Tl-204 is radioactief en vervalt onder andere door
uitzending van β - straling.
123p
Geef de reactievergelijking voor dit verval van Tl-204 .
131p
Leg uit waarom een γ -straler wel geschikt is voor de in het artikel beschreven
diagnostiek en een α - of β -straler niet.
Tl-201 ontstaat door verval van Pb - 201 , dat kunstmatig gemaakt wordt. In
figuur 7 zijn de aantallen Tl- en Pb -kernen als functie van de tijd te zien als er
op t = 0 alleen 10·106 kernen Pb-201 zouden zijn geweest. Figuur 7 staat ook op
de uitwerkbijlage.
figuur 7
12 N (10 6 ) 10 8 6 thallium 4 lood 2 0 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 t (10 3 min)
Op t = 1,9 ⋅ 103 min is het aantal kernen Tl-201 maximaal.
144puitwerkbijlage
Bepaal met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage de grootte van de activiteit
van het Tl-201 op dat moment.

opgave 4Opgave 4 Onderwatergeluid

Lees onderstaand artikel.
De Koninklijke marine heeft met groot succes een door TNO ontwikkeld nieuw type sonar getest, LFAS (low frequency active sonar). Deze laagfrequente actieve sonarsystemen zijn gebaseerd op geluid tot 2000 Hz en dragen…

De Koninklijke marine heeft met groot succes een door TNO ontwikkeld nieuw type sonar getest, LFAS (low frequency active sonar). Deze laagfrequente actieve sonarsystemen zijn gebaseerd op geluid tot 2000 Hz en dragen veel verder in de oceaan dan de tot nu toe gebruikte systemen.

Een sonar zendt onder water geluidsgolven uit die na weerkaatsing tegen
voorwerpen kunnen terugkomen. Uit de tijd die het geluid er over doet om heen
en terug te gaan, kan de afstand tot het voorwerp bepaald worden.
De sonar van een schip wordt ingezet om een rots onder water op te sporen. De
echo van het geluid wordt 4,35 s na het uitzenden opgevangen. De temperatuur
van het zeewater is 20 °C .
153p
Bereken de afstand van het schip tot de rots.
Met een 2,0 kHz sonar kunnen in zee scholen vis worden gedetecteerd. Vissen
kleiner dan een halve meter die alleen zwemmen zijn hiermee echter niet of
nauwelijks te detecteren.
163p
Leg met een berekening uit waarom deze vissen slecht met deze sonar kunnen
worden gedetecteerd.
Bij de marine gebruikt men onderwatergeluid met een zeer sterk volume. De
geluidsbron levert daarbij op 30 m afstand een geluids(druk)niveau van 160 dB .
173p
Bereken het vermogen van deze geluidsbron er van uitgaande dat in alle
richtingen even sterk wordt uitgezonden. (In werkelijkheid wordt er maar in een
zeer beperkte richting uitgezonden.)
Het gebruik van de LFAS-sonar is omstreden. Dolfijnen en walvissen, die
onderling ook communiceren met sonar, worden tot op grote afstand in de war
gebracht door deze geluidsgolven.
Men gaat ervan uit dat deze dieren last hebben van LFAS zodra het
geluids(druk)niveau ervan meer is dan 50 dB , het normale geluids(druk)niveau
van een rustige zee.
184p
Laat met behulp van een berekening zien of deze dieren op 1,0 ⋅ 103 km afstand
last hebben van bovengenoemde geluidsbron. Verwaarloos daarbij de afname
van de sterkte van het geluid door andere oorzaken dan de toegenomen
afstand.

opgave 5Opgave 5 Leeslamp

Nicole gaat binnenkort studeren. Zij heeft op haar kamer
figuur 8
figuur bij de opgave
een werkplek met een bureau en een leeslamp. Zij gaat daar
lezen, werktekeningen maken, werken met de laptop
enzovoort. Daarom moet zij het licht aan de werkzaamheden
kunnen aanpassen. Met een dimmer, zie figuur 8, kan zij de
verlichtingssterkte regelen.
Om de verlichtingssterkte en het energieverbruik te kunnen
meten maakt zij een opstelling waarvan figuur 9 een schets
is.
figuur 9
50 cm AA luxmeter 230V S dimmer
De leeslamp met dimmer wordt via een ampèremeter aangesloten op het
lichtnet. De lamp bevindt zich 50 cm boven het tafelblad. Op de tafel ligt een
luxmeter die de verlichtingssterkte E in lx (lux) meet.
Door de schuif S van de dimmer van stand 0 naar 5 te verplaatsen verandert de
stroomsterkte in het getekende circuit en gaat de lamp steeds feller branden.
In tabel 1 vind je bij verschillende standen van S de gemeten stroomsterke I en
de bijbehorende verlichtingssterkte E .
tabel 1
Stand SI (A)E (lx)
05,0·1030
10,102
20,2087
30,30478
40,40915
50,42982
Een kWh kost € 0,15.
193p
Bereken het bedrag dat Nicole in een jaar moet betalen voor de elektrische
energie van de lamp, ook al laat ze de dimmer steeds in stand 0 staan.
Nicole definieert de nuttige lichtopbrengst van de leeslamp als de
verlichtingssterkte E op de tafel per eenheid van elektrisch vermogen.
203p
Ga door berekening na bij welke stand van de dimmer de nuttige opbrengst van
de bureaulamp het grootst is.
In de lampenkap is een spiegelend oppervlak aangebracht om ervoor te zorgen
dat het licht naar beneden op de tafel gericht wordt. Zie figuur 10.
figuur 10
L
In figuur 10 zijn twee lichtstralen getekend van de lamp naar het spiegelend
oppervlak. Figuur 10 staat ook op de uitwerkbijlage.
213puitwerkbijlage
Teken in de figuur op de uitwerkbijlage zo nauwkeurig mogelijk het vervolg van
de lichtstralen.
Als de lamp op volle sterkte brandt, is de verlichtingssterkte E recht onder de
lamp op een afstand van 50 cm gelijk aan 982 lx .
Het verlichte cirkelvormige oppervlak op 50 cm onder de lamp heeft een
diameter van 1,60 m . Neem aan dat door gebruik van de spiegel de
verlichtingssterkte E over het hele oppervlak even groot is en al het licht van de
lamp de tafel bereikt.
Op de verpakking van de gebruikte halogeenlamp staat dat de lichtstroom Φ van
deze lamp gelijk is aan 1800 lm ( lumen ) als hij maximaal brandt.
1 lx = 1 lm m2 ( 1 lux = 1 lumen per vierkante meter ).
223p
Ga op grond van de gemeten verlichtingsterkte na of de werkelijke lichtstroom
van de lamp overeenkomt met de informatie op de verpakking.
Bij het maken van werktekeningen heeft Nicole een grotere verlichtingssterkte
nodig dan 982 lx . Zij beschikt over een lens met een brandpuntsafstand van
25 cm . Door deze op een afstand van 20 cm onder de lamp te plaatsen wordt de
verlichtingssterkte op de tafel meer dan twee keer zo groot.
In de figuur op de uitwerkbijlage zijn de lamp, de lens en het tafelblad op schaal
1 : 10 getekend. Tevens is de lichtbundel getekend die van de lamp direct op de
lens valt.
234puitwerkbijlage
Teken in de figuur op de uitwerkbijlage het verdere verloop van deze lichtbundel
tot op het tafelblad. Bereken daartoe eerst de beeldafstand.
Bronvermelding
Een opsomming van de in dit examen gebruikte bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, is te vinden in het bij dit examen
behorende correctievoorschrift, dat na afloop van het examen wordt gepubliceerd.